De Rechtbank Noord-Nederland heeft op 1 april 2020 uitspraak gedaan over de vraag of de vereffenaar persoonlijk aansprakelijk was voor het boedeltekort van de nalatenschap.

Eisers  stellen dat gedaagde zodanig in ernstige matige tekort is geschoten in de vervulling van haar verplichtingen als vereffenaar dat zij aansprakelijk is geworden voor de schulden uit de nalatenschap en die uit haar eigen vermogen moet voldoen.

Het tekortschieten bestaat volgens eisers daaruit dat gedaagde niet ten spoedigste aan de kantonrechter heeft meegedeeld dat sprake was van een negatieve nalatenschap, dat zij niet met bekwame spoed een boedelbeschrijving heeft opgemaakt en gedeponeerd, dat zij zich niet in verbinding heeft gesteld met de schuldeisers en dat zij haar taak als vereffenaar niet samen met de andere erfgename heeft uitgeoefend.

Vereffening. Is de vereffenaar persoonlijk aansprakelijk voor het boedeltekort? Boedelbeschrijving.

De rechter oordeelt als volgt.

Tussen partijen is niet in geschil dat de goederen van de nalatenschap van erflaatster niet ruimschoots toereikend zijn om alle schulden van de nalatenschap te voldoen en dat daarom de executele is geëindigd en de nalatenschap moest worden vereffend volgens de procedure van artikel 4:202 e.v. BW.

Ook is niet in geschil dat op de erfgenaam-vereffenaar de verplichting rust om ten spoedigste aan de kantonrechter mededeling te doen van een negatieve nalatenschap, om met bekwame spoed een boedelbeschrijving op te maken en ter inzage te leggen, om de schuldeisers aan te schrijven en om de vereffening samen met de mede-vereffenaar af te wikkelen.

Eisers stellen zich op het standpunt dat gedaagde is tekortgeschoten in de nakoming van die verplichting en dat zij daarom gehouden is de schulden van de nalatenschap ten laste van haar eigen vermogen te voldoen.

Artikel 4:184, tweede lid, BW, bepaalt (voor zover hier van belang) dat een erfgenaam niet is verplicht een schuld der nalatenschap ten laste van zijn overig vermogen te voldoen, tenzij hij:
(…)
b. de voldoening van de schuld verhindert en hem daarvan een verwijt kan worden gemaakt;
c. opzettelijk goederen der nalatenschap zoek maakt, verbergt of op andere wijze aan het verhaal van schuldeisers der nalatenschap onttrekt;
d. vereffenaar is, in de vervulling van zijn verplichtingen als zodanig in ernstige mate tekortschiet, en hem daarvan een verwijt kan worden gemaakt.

Omdat eisers hun vordering hoofdzakelijk baseren op sub d, zal de rechtbank daarop eerst ingaan.

De vraag is of gedaagde in de vervulling van haar verplichtingen als vereffenaar in ernstige mate is tekortgeschoten en haar daarvan een verwijt kan worden gemaakt.

Daarbij is van belang dat in de wetsgeschiedenis (MvA Parl. Gesch. Boek 4 BW, bladzijde 898) van art. 4:184 BW (art. 4.5.1.3 Ontwerp BW) is te lezen:

“Onder d (aanvankelijk c) is de redactie enigszins gewijzigd. Ook hier is thans aan het slot toegevoegd: en hem daarvan een verwijt kan worden gemaakt. In de terminologie van het ontwerp ligt in “tekortschieten” niet opgesloten dat de tekortkoming aan degene die in de vervulling van zijn verplichtingen is tekort geschoten, kan worden toegerekend. De toevoeging dient dus om te verduidelijken dat een feitelijke tekortkoming van een beneficiaire erfgenaam in zijn taak als vereffenaar, hoe ingrijpend ook, op zichzelf de sanctie van persoonlijke aansprakelijkheid niet rechtvaardigt.”

Uit de wettekst en voornoemd citaat volgt dat niet licht tot de bedoelde persoonlijke aansprakelijkheid bij een feitelijke tekortkoming als hier aan de orde is, mag worden geconcludeerd.

Behalve dat sprake moet zijn van ernstig tekortschieten, moet het tekortschieten aan de vereffenaar verwijtbaar zijn.

De rechtbank neemt verder tot uitgangspunt dat het doel van de vereffening is om de positie van de schuldeisers te beschermen en ervoor te zorgen dat de schuldeisers zoveel mogelijk worden voldaan.

De rechtbank overweegt dat van een vereffenaar-erfgenaam enerzijds verlangd kan worden dat zij nagaat wat haar rol als vereffenaar meebrengt en welke taken zij moet uitvoeren maar anderzijds dat van een vereffenaar-erfgenaam als gedaagde, een niet-professional, geen te hoge eisen mogen worden gesteld en niet verwacht kan worden dat zij op de hoogte is van alle verplichtingen die met de rol van vereffenaar gepaard gaan (Gerechtshof Den Haag van 8 september 2017, GHDHA:2017:2574).

Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van ernstig tekortschieten, dient naar het oordeel van de rechtbank, anders dan eisers hebben aangevoerd, voorts te worden betrokken wat de gevolgen van het tekortschieten voor de omvang van de boedel zijn geweest.

Zij vindt daarvoor steun in het arrest van gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 maart 2012 (GHARN:2012:575).

De rechtbank is van oordeel dat wel sprake is geweest van feitelijke tekortkomingen maar dat de ernst van de tekortkoming of het verwijt dat gedaagde hiervoor gemaakt kan worden niet dusdanig ernstig is dat zij persoonlijk aansprakelijk is.

Eisers stellen gedaagde op de volgende punten is tekortgeschoten:

– zij heeft niet met bekwame spoed een boedelbeschrijving opgemaakt;
– zij heeft niet met spoed mededeling gedaan aan de kantonrechter van een negatieve nalatenschap;
– zij heeft geen contact opgenomen met de schuldeisers;

Het enkele te lang wachten met het opmaken van een boedelbeschrijving en met het doen van mededeling aan de kantonrechter, acht de rechtbank onvoldoende om te oordelen van gedaagde in ernstige mate is tekortgeschoten.

Hoewel de rechtbank met eisers van oordeel is dat gedaagde door de brief van de notaris van 5 februari 2013 had kunnen en behoren te weten dat er een schuld was, acht de rechtbank de tekortkoming niet ernstig omdat gedaagde zo spoedig mogelijk nadat haar duidelijk werd dat ze moest vereffenen, haar tekortkomingen heeft hersteld en alsnog een boedelbeschrijving heeft opgemaakt, contact heeft gelegd met de schuldeisers en de kantonrechter mededeling heeft gedaan van de negatieve nalatenschap.

De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat gesteld noch gebleken is dat het niet tijdig voldoen aan voornoemde verplichtingen is ingegeven door een poging tot benadeling van eisers en dat een dergelijke benadeling daarvan ook niet het gevolg is geweest.

De omvang van de boedel is niet benadeeld.

Uit de door eisers overgelegde IB-aangiften blijkt dat de mogelijkheid om hun vorderingen betaald te krijgen, beperkt zijn doordat het vermogen van erflaatster de jaren voor haar overlijden aanzienlijk is afgenomen.

Het is daardoor en niet door het nalaten van gedaagde om tijdig een boedelbeschrijving over te leggen en contact op te nemen met schuldeisers dat de mogelijkheden voor eisers om hun vorderingen op de nalatenschap te verhalen, zijn beperkt.

Zonder deugdelijke toelichting, die door eisers niet is gegeven, valt niet in te zien dat de positie van eisers bij tijdige boedelbeschrijving beter zou zijn geweest dat nu het geval is.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de taakvervulling van een vereffenaar in een erfenis, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.