Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 17 maart 2020 uitspraak gedaan over de wijze van dagvaarden van een executeur, die tevens erfgenaam is.

Blijkens verklaring van erfrecht en executele, opgemaakt door de notaris, heeft erflater bij testament van 10 april 2015 geïntimeerde tot enig erfgenaam en executeur benoemd.

In deze zaak gaat het om de vordering van geïntimeerde ter zake de restant koopsom, en om de vordering van appellante ter zake de haar toekomende legitieme portie.

De rechtbank heeft in eerste aanleg de vordering inzake de legitieme afgewezen omdat deze was ingesteld tegen geïntimeerde in zijn hoedanigheid van executeur.

Executele. Schuld aan de nalatenschap. Verrekening met een vordering uit de legitieme? Hoedanigheid van executeur tevens enig erfgenaam.

De rechter oordeelt als volgt.

Appellante heeft in eerste aanleg een beroep gedaan op verrekening van de vordering van de nalatenschap op haar in verband met de restant-koopsom van haar aandeel in de woning met haar vordering op de nalatenschap in verband met haar legitieme portie.

De rechtbank heeft in het bestreden vonnis overwogen dat de vordering tot betaling van de legitieme in deze procedure niet kan worden toegewezen, en gelet op artikel 136 Rv van verrekening geen sprake kan zijn, omdat appellante een vordering heeft op de erfgenamen (geïntimeerden) en niet op de executeur, tegen wie zij de vordering heeft ingesteld, ook al zijn in dit geval erfgenaam en executeur een en dezelfde persoon zijn.

Met de grief richt appellante zich tegen deze overweging. In hoger beroep heeft geïntimeerde geen verweer hiertegen meer gevoerd.

Het hof houdt het ervoor dat geïntimeerde zich op dit punt refereert aan het oordeel van het hof, en oordeelt als volgt.

Op grond van artikel 4:145 lid 2 BW vertegenwoordigt de executeur gedurende zijn beheer de erfgenamen in en buiten rechte.

Deze vertegenwoordigingsbevoegdheid is privatief en gedurende het beheer zijn de erfgenamen in beginsel onbevoegd.

Artikel 4:144 lid 1 BW bepaalt dat de executeur tot taak heeft de goederen der nalatenschap te beheren en de schulden der nalatenschap te voldoen, die tijdens zijn beheer uit die goederen behoren te worden voldaan.

Legitieme porties waarop krachtens artikel 4:80 BW aanspraak wordt gemaakt, zoals hier aan de orde, zijn op grond van artikel 4:7 lid 1 sub g BW schulden van de nalatenschap.

Het behoort dus tot de taak van de executeur om deze uit te keren.

In dit geval vallen bovendien de hoedanigheid van de executeur en geïntimeerde “in privé” als enige erfgenaam samen.

Het hof is daarom, mede gelet op beginselen van proces-economie, van oordeel dat artikel 136 Rv niet in de weg staat aan beoordeling van de vordering van appellante.

De grief slaagt.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over verrekening in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.