De Rechtbank Noord-Holland heeft onlangs uitspraak gedaan over het einde van de taak van de executeur.
De vorderingen van eiser en eiseres en de tegenvorderingen van gedaagde strekken tot afwikkeling van de nalatenschap van erflater.
De rechtbank zal de vorderingen daarom gezamenlijk bespreken en beoordelen.
Erfrecht. Einde van de taken van de executeur. Verklaring voor recht. Schulden van de nalatenschap. Ter beschikking stellen goederen nalatenschap. Rekening en verantwoording.
De rechter oordeelt als volgt.
De vorderingen van eiser en eiseres die te maken hebben met de executele zal de rechtbank toewijzen.
Dit betekent in de eerste plaats dat de rechtbank voor recht zal verklaren dat de executeurstaak van gedaagde is geëindigd.
Gedaagde zegt tegen toewijzing van deze verklaring voor recht immers geen bezwaar te hebben.
Bovendien heeft gedaagde niet weersproken dat de (opeisbare) schulden van de nalatenschap zijn voldaan.
Gedaagde heeft zijn werkzaamheden als executeur dus voltooid, waarmee zijn taak als executeur op grond van artikel 4:149 lid 1 sub a BW is geëindigd.
Dat de taak van de executeur is geëindigd, betekent niet automatisch dat de executeur niet meer het beheer over de goederen van de nalatenschap heeft en de erfgenamen tot het beheer zijn bevoegd.
De executeur beëindigt zijn beheer door de goederen van de nalatenschap aan de erfgenamen ter beschikking te stellen (artikel 4:150 lid 1 BW).
De erfgenamen kunnen de bevoegdheid van de executeur tot beheer op grond van artikel 4:150 lid 2 sub b BW beëindigen als anderhalf jaar is verstreken nadat de executeur de nalatenschap in beheer heeft kunnen nemen.
De rechtbank beschouwt het beheer van gedaagde als beëindigd omdat eiser en eiseres zich op dit laatstgenoemd artikel onweersproken hebben beroepen en gedaagde zegt er geen bezwaar tegen te hebben als de erfgenamen de nalatenschap beheren.
De rechtbank zal de gevorderde verklaring voor recht dat het beheer aan de erfgenamen toekomt daarom toewijzen.
De executeur van wie de bevoegdheid tot beheer van de nalatenschap is geëindigd, is op grond van de wet (artikel 4:151 BW) verplicht om aan (in dit geval) de erfgenamen rekening en verantwoording af te leggen over het door hem gevoerde beheer op de manier als voor bewindvoerders is bepaald.
Volgens gedaagde heeft hij al aan deze verplichting voldaan met zijn als productie overgelegde e-mail van 19 januari 2022 met bijlagen.
De rechtbank kan gedaagde daarin niet volgen, (reeds) omdat de periode waarover gedaagde rekening en verantwoording moet afleggen loopt tot en met het einde van zijn beheer.
De productie ziet slechts op de periode tot (maximaal) 19 januari 2022.
Omdat gedaagde geen ander relevant verweer heeft gevoerd tegen de gevorderde rekening en verantwoording, zal de rechtbank gedaagde veroordelen om rekening en verantwoording af te leggen.
De rechtbank zal aan deze veroordeling geen dwangsom verbinden, omdat gedaagde heeft aangevoerd dat hij vrijwillig aan een veroordeling op dit punt zal voldoen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.