De Rechtbank Gelderland heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of de verdeling van een nalatenschap door de rechter al mogelijk was.

Vader is op in 2023 overleden.

Eiseres en gedaagde zijn ieder voor de helft gerechtigd tot de nalatenschap van vader volgens het testament van vader van 21 februari 1995.

Eiseres en gedaagde hebben de nalatenschap van vader beneficiair aanvaard.

Bij beschikking van de rechtbank is A (hierna: “de vereffenaar”) benoemd tot vereffenaar in de nalatenschap van vader.

Erfrecht. Vereffening. Privatieve bevoegdheid van de vereffenaar. Is verdeling door de rechter mogelijk gedurende de vereffening? Bijzondere omstandigheden? Reconventionele vordering nodig voor andere wijze van verdeling?

De rechter oordeelt als volgt.

Bij beschikking van deze rechtbank van 12 september 2024 is de vereffenaar benoemd.

De door de rechtbank benoemde vereffenaar treedt op de voet van artikel 4:203 lid 2 BW in de plaats van de erfgenamen en vertegenwoordigt de erfgenamen in en buiten rechte bij de vervulling van zijn taak.

Deze vertegenwoordigingsbevoegdheid is privatief, dat wil zeggen met uitsluiting van de erfgenamen.

Eiseres vorderingen strekken tot verdeling van de nalatenschap.

Artikel 4:222 BW bepaalt dat gedurende de vereffening van titel 7 van boek 3 BW slechts de artikelen 166, 167, 169, 170 lid 1 en 194 lid 2 van toepassing zijn.

Daaruit vloeit voort dat het gedurende de vereffening niet mogelijk is dat een deelgenoot op grond van artikel 3:185 BW vordert dat de rechter de wijze van verdeling gelast of de verdeling vaststelt.

In beginsel geldt derhalve dat, zolang de vereffening niet is voltooid, een partij niet-ontvankelijk is in zijn vordering voor zover die strekt tot verdeling.

Uit het arrest van de Hoge Raad van 19 mei 2017 (HR:2017:939) volgt weliswaar dat in bepaalde omstandigheden van dit uitgangpunt kan worden afgeweken, maar van dergelijke omstandigheden is in onderhavig geval geen sprake, althans zijn die niet gesteld noch in conventie noch in reconventie.

De rechtbank acht de vorderingen van eiseres strekkende tot verdeling van de nalatenschap dan ook prematuur.

Zolang de vereffenaar nog in functie is, geldt diens privatieve bevoegdheid, zoals hiervoor is omschreven.

De rechtbank zal eiseres daarom niet-ontvankelijk verklaren in haar vorderingen in conventie.

Ten aanzien van de vorderingen van gedaagde in reconventie strekkende tot de verdeling van de nalatenschap op een nader door gedaagde te geven wijze, oordeelt de rechtbank eveneens dat deze vordering prematuur is zolang de vereffenaar nog in functie is.

Dit geldt tevens voor de vordering strekkende tot opheffing van de bankrekeningen van vader.

De rechtbank zal deze vorderingen derhalve afwijzen.

Bovendien merkt de rechtbank op dat het bij verdeling onnodig is om een andere wijze van verdeling dan in conventie gevorderd middels een reconventionele vordering te vragen.

De betwisting van de gevraagde verdeling en voorstellen tot een andere te komen is dan voldoende.

Een daartoe strekkende reconventionele eis is dus onnodig en werkt vertragend in de procedure.

Ten aanzien van de overige vorderingen van gedaagde in reconventie, oordeelt de rechtbank als volgt.

Dit zijn vraagstukken die binnen de vereffening dienen worden opgehelderd.

Hetzij in overleg, hetzij bij verzet, hetzij bij gerechtelijke uitspraak in een procedure met de vereffenaar.

De rechtbank zal ook deze vorderingen daarom afwijzen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.