Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft onlangs uitspraak gedaan over de bevoegdheid van de vereffenaar om een woning te gelde te maken ter voldoening van de schulden van de nalatenschap.

Deze zaak gaat over vereffening van de nalatenschap van de moeder van appellant.

Meer in het bijzonder gaat het om de verkoop van de woning van erflaatster waarin appellant woont.

In de nalatenschap is een vereffenaar benoemd.

Zij wenst de woning te verkopen om de schulden van de nalatenschap te voldoen.

Daarvoor is nodig dat appellant, die volgens de vereffenaar zonder recht of titel in de woning verblijft, de woning verlaat.

Appellant werkt daar niet (zonder meer) aan mee.

Om die reden heeft de vereffenaar in kort geding onder meer ontruiming van de woning gevorderd.

De voorzieningenrechter heeft die vordering toegewezen, naar het oordeel van het hof terecht.

Dat oordeel wordt hierna verder toegelicht.

Erfrecht. Kort geding. Wettelijke vereffening. Bevoegdheid van de vereffenaar om een woning te gelde te maken. Schulden van de nalatenschap. Ontruiming van de woning.

De rechter oordeelt als volgt.

De nalatenschap van erflaatster is door meer erfgenamen onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaard, zodat deze op grond van artikel 4:202 lid 1 sub a BW moet worden vereffend volgens de voorschriften van afdeling 4.6.3 BW.

Volgens appellant is “een ruimschootsverklaring op z’n plaats” zodat geen vereffening meer plaats vindt maar juist verdeling, maar daarmee miskent hij dat er geen executeur is, zodat de in de tweede volzin van artikel 4:202 lid 1 sub a BW bedoelde situatie zich al daarom niet voordoet.

Een ontheffing van de verplichting tot vereffening (artikel 4:202 lid 2 BW) doet zich niet voor.

De vereffenaar heeft tot taak de schulden van de nalatenschap te voldoen (vgl. HR 17 mei 2013, HR:2013:BZ3643).

De verplichting tot vereffening van de nalatenschap in geval van beneficiaire aanvaarding strekt tot bescherming van de schuldeisers van de nalatenschap.

Daarbij is van belang dat schuldeisers van de nalatenschap hun vorderingen in geval van beneficiaire aanvaarding in beginsel slechts op de goederen der nalatenschap kunnen verhalen (artikel 4:184 lid 1 BW), tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden waarin verhaal op het vermogen van een erfgenaam mogelijk is (bijv. artikel 4:184 leden 2 en 3 BW, en artikel 4:220 lid 2 BW).

Uitgangspunt is dat de erfgenamen de vereffening van een beneficiair aanvaarde nalatenschap behoren te voltooien alvorens de nalatenschap te verdelen, teneinde te waarborgen dat de vorderingen van de schuldeisers van de nalatenschap zoveel mogelijk daadwerkelijk uit de nalatenschap worden voldaan (HR 19 mei 2017, HR:2017:939).

De vorderingen van de erfgenamen ter hoogte van hun erfdeel uit hoofde van de nalatenschap van vader vallen hier ook onder.

De vereffening is nog niet voltooid, zodat er in beginsel dus ook nog geen verdeling kan plaats vinden.

In deze procedure ligt ook geen vordering tot verdeling voor, zodat het hof niet hoeft te beoordelen of de in laatstgenoemd arrest bedoelde situatie om een uitzondering op dat uitgangspunt aan te nemen, zich voordoet.

Alle stellingen van appellant die zien op de verdeling van de nalatenschap, behoeven al daarom geen verdere bespreking.

Dat geldt ook voor de verwijzing naar artikel 3:174 BW, nog daargelaten dat een daartoe strekkende vordering van appellant ontbreekt en dat artikel 3:174 BW op grond van artikel 4:222 BW tijdens de vereffening in beginsel niet van toepassing is.

In artikel 4:215 lid 1 BW is neergelegd dat de vereffenaar de goederen der nalatenschap te gelde maakt, voor zover dit voor de voldoening van de schulden van de nalatenschap nodig is.

Omdat er onvoldoende liquide middelen voorhanden zijn, doet die situatie zich voor.

De vereffenaar heeft de erfgenamen ex artikel 4:215 lid 2 BW in de gelegenheid gesteld de beslissing van de kantonrechter in te roepen omtrent de keuze om de woning te gelde te maken.

De vereffenaar is op grond van het voorgaande bevoegd te woning te gelde te maken.

Van een onjuiste uitleg van artikel 4:215 BW door de voorzieningenrechter is, anders dan appellant stelt, geen sprake.

Van misbruik van recht evenmin.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.