De Rechtbank Rotterdam heeft op 3 april 2019 uitspraak gedaan over de verrekening van een vordering op de nalatenschap en over de processueel ondeelbare rechtsverhouding.

De erfgenaam heeft verklaard dat de executeur inmiddels rekening en verantwoording heeft afgelegd, maar dat alleen de € 11.000,- die hij heeft ingehouden op de nalatenschap nog een discussiepunt is.

De executeur heeft verklaard dat de vordering van € 12.500,- die hij op de erflater meent te hebben, ziet op door hem aan de erflater verstrekt kasgeld om leveranciers van de meubelzaak mee te kunnen betalen.

Rekening en verantwoording door executeur. Verrekening vordering van de executeur op nalatenschap? Processueel ondeelbare rechtsverhouding.

De rechter oordeelt als volgt.

Dat de executeur inlichtingen heeft verschaft over het door hem op de nalatenschap ingehouden bedrag van € 11.000,-, wil echter nog niet zeggen dat daarmee is komen vast te staan dat de executeur een vordering van € 11.000,- op de erflater had.

Kern van het geschil betreft dus niet de ter zake door executeur verschafte inlichtingen, maar de vraag of de door de executeur gepretendeerde vordering een bestanddeel is van de nalatenschap van de erflater, en of hij als executeur van de nalatenschap deze vordering zelfstandig en zonder medeweten van de erfgenamen mocht verrekenen met de opbrengst van de nalatenschap.

Beantwoording van deze vragen zijn doorslaggevend voor de vraag of de executeur het ingehouden bedrag van € 11.000,- aan de nalatenschapsboedel zal moeten terugbetalen.

Echter, de erfgenaam vordert betaling van die € 11.000,- aan haarzelf en niet ten behoeve van de nalatenschapsboedel.

In het licht van deze vordering heeft de rechter de advocaat van de erfgenaam reeds voorgehouden dat bij een vordering ten behoeve van de nalatenschapsboedel alle deelgenoten (de erfgenamen) in de gemeenschap (de nalatenschap) in deze procedure moeten zijn betrokken.

Dit is echter niet het geval.

De andere wettelijke erfgenaam is immers niet door eiseres gedagvaard.

De advocaat van eiseres heeft hierover verklaard dat het de uitdrukkelijke wens van de familie was om de andere erfgenaam niet in deze procedure op te roepen vanwege zijn problematiek, maar dat deze er wel mee heeft ingestemd.

Gelet op deze bewuste proceskeuze heeft de rechter het verzoek van eiseres, voor zover zij heeft bedoeld te verzoeken om deze erfgenaam alsnog te mogen dagvaarden op de voet van artikel 118 Rv, afgewezen.

Omdat de andere wettelijke erfgenaam en dus deelgenoot in de gemeenschap en nalatenschap niet in deze procedure is betrokken zal eiseres niet-ontvankelijk worden verklaard in haar overige vorderingen nu deze vorderingen zien op een processueel ondeelbare rechtsverhouding (Hoge Raad 10 maart 2017, HR:2017:411).

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, over het afleggen van rekening en verantwoording of over de mogelijkheid van verrekening in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.