Van onze advocaat executeur. De Rechtbank Rotterdam heeft op 22 mei 2019 uitspraak gedaan over de wijze van dagvaarden van een executeur door een erfgenaam ingeval van een gestelde onrechtmatige daad van de executeur.

Eisers heeft gedaagde in persoon (‘pro se’) gedagvaard in plaats van in zijn hoedanigheid als executeur (‘qualitate qua’ ofwel ‘q.q.’). Gedaagde is ten onrechte gedaagd pro se, want bedragen overgemaakt in zijn hoedanigheid van executeur.

Eiseres heeft bij dagvaarding gevorderd om gedaagde bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen aan de opengevallen nalatenschap van erflater te vergoeden een bedrag van € 62.792,44, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van gedaagde in de kosten van de procedure.

Eiseres heeft aan haar vordering het volgende ten grondslag gelegd. Het is eiseres gebleken dat gedaagde onder de noemer geldlening in totaal een bedrag van € 56.771,28 heeft overgemaakt aan zichzelf dan wel aan een bedrijf, een besloten vennootschap waarvan gedaagde de bestuurder is. Hiervoor bestaat volgens eiseres geen grond. Daarnaast heeft gedaagde in totaal € 6.021,16 aan kosten ten onrechte ten laste van de nalatenschap gebracht.

Gedaagde heeft tot afwijzing van de vordering geconcludeerd en daartoe heeft hij het volgende aangevoerd. Gedaagde heeft in de eerste plaats betwist dat eiseres de juiste persoon heeft gedagvaard, omdat gedaagde in persoon is gedagvaard in plaats van in zijn hoedanigheid als executeur.

Als het de bedoeling van eiseres was om gedaagde in persoon aan te spreken, dan mist eiseres procesbevoegdheid, omdat de executeur op grond van artikel 4:145 lid 2 BW de erfgenamen in en buiten rechte vertegenwoordigt totdat het beheer is geëindigd.

Subsidiair kan eiseres slechts gezamenlijk met de andere erfgenaam de onderhavige procedure aanhangig maken.

Daarnaast heeft gedaagde aangevoerd dat hij zowel voor als na het overlijden van erflater veel tijd aan erflater en diens nagelaten betrekkingen heeft besteed en kosten heeft gemaakt, waarvoor hij noch bij leven noch bij overlijden van erflater of van de erfgenamen een vergoeding heeft ontvangen.

Als gevolg van de aan erflater bestede tijd heeft gedaagde niet voor zijn bedrijf kunnen werken en is hij omzet misgelopen. Tevens heeft gedaagde ook andere kosten gemaakt, zoals vervoerskosten en de zorg voor de kat van erflater. Deze kosten zijn ook niet vergoed. Gedaagde is van mening dat hij recht heeft op vergoeding van de misgelopen omzet en dat zijn loon als executeur in verband met de kosten moet worden verhoogd.

Onrechtmatige daad executeur? Dagvaarden van de executeur. In persoon of in hoedanigheid?

De rechter oordeelt als volgt.

Eiseres heeft gedaagde in persoon (‘pro se’) gedagvaard in plaats van in zijn hoedanigheid als executeur (‘qualitate qua’ ofwel ‘q.q.’).

Volgens eiseres heeft zij hiervoor gekozen, omdat gedaagde buiten zijn taken als executeur om gelden heeft onttrokken aan de nalatenschap van erflater.

Eiseres wenst gedaagde daarom in persoon aan te spreken tot terugbetaling van de bedragen die gedaagde aan zichzelf heeft uitgekeerd en waarop hij geen recht had.

De rechtbank is van oordeel dat eiseres ten onrechte gedaagde pro se heeft gedagvaard.

Voor een veroordeling van gedaagde pro se is vereist dat gedaagde in persoon bedragen uit de nalatenschap van erflater aan zichzelf heeft overgemaakt.

Onvoldoende is echter gebleken dat gedaagde in persoon en niet als executeur de bedragen aan zichzelf heeft overgemaakt.

Gedaagde kon als executeur beschikken over de nalatenschap en mocht op grond van het testament (het tweede lid onder “IV EXECUTEUR”) ook als executeur bedragen aan zichzelf als wederpartij uitbetalen.

Volgens gedaagde kwamen de door hem uitgekeerde bedragen ook ten laste van de nalatenschap, omdat deze deels zagen op kosten die hij had moeten maken als executeur en deels op gederfde omzet van gedaagde door de aan erflater verleende mantelzorg.

Daarom moet het er in rechte voor worden gehouden dat gedaagde als executeur gelden heeft onttrokken aan de nalatenschap van erflater.

Dit betekent dat de vordering van eiseres moet worden afgewezen, omdat zij de verkeerde partij heeft gedagvaard.

De rechtbank benadrukt dat uit het bovenstaande niet kan worden afgeleid dat gedaagde als executeur terecht bepaalde bedragen aan hemzelf heeft uitbetaald.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een nalatenschap, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het dagvaarden van een executeur of een erfgenaam of over het onttrekken van gelden uit de nalatenschap, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.