Van onze advocaat executeur. De Rechtbank Oost-Brabant heeft op 6 februari 2019 uitspraak gedaan over de reikwijdte van de informatieplicht van de executeur in verband met de berekening van de legitieme portie.

Partijen zijn broer en zus. Bij testament heeft moeder haar vermogen nagelaten aan vader en aan haar drie kinderen door middel van het opmaken van de ouderlijke boedelverdeling als bedoeld in artikel 4:1167 oud BW.

Hoever strekt de informatieplicht van de executeur tegenover de legitimaris?

De rechter ziet zich gesteld voor de vraag wat een executeur (of erfgenaam) aan een legitimaris moet melden of welke stukken hij dient te verstrekken in de zin van het bepaalde in artikel 4:78, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW).

De tekst van lid 1 van dit artikel luidt:

Een legitimaris die niet erfgenaam is, kan tegenover de erfgenamen en met het beheer der nalatenschap belaste executeurs aanspraak maken op inzage en een afschrift van alle bescheiden die hij voor de berekening van zijn legitieme portie behoeft; zij verstrekken hem desverlangd alle daartoe strekkende inlichtingen.”.

De vraag betrof of kwijtscheldingen, die waren gedaan, als een schenking moesten worden aangemerkt en moesten worden opgeteld bij het bedrag waarover de legitieme portie van de legitimaris werd berekend.

De vraag die dan nog aan de orde is, is of in dit geval van de executeur had mogen worden verwacht dat hij expliciet de legitimaris zou hebben wijzen op de mogelijke aanwezigheid van een schenking door de levering tegen de waarde in verpachte staat.

De erfgenamen zijn van mening dat de verplichting die voortvloeit uit het bepaalde in artikel 4:78 lid 1 BW niet zover strekt als de legitimaris betoogt.

Gelet op de omstandigheden van het geval, is de rechter van oordeel dat de verplichting van de executeur niet zo ver strekte dat hij de legitimaris expliciet had moeten wijzen op de overdracht tegen de waarde in verpachte staat en de eventuele mogelijkheid van een daarin vervatte schenking die voor de berekening van de legitieme portie van belang kon zijn.

Dat valt ook niet te rijmen met de tekst van de wet. De wet spreekt immers van het desverlangd verstrekken van inlichtingen. Anders dan de legitimaris heeft aangevoerd, is daarmee een eigen verantwoordelijkheid van de legitimaris gegeven.

Het betreft tenslotte een vordering van de legitimaris waarop hij zelf aanspraak moet maken.

En waarvoor hij, om de omvang van de legitieme te kunnen bepalen, zelf de berekening zal moeten maken. Of een aangereikte berekening van de legitieme zal moeten controleren en eventueel accorderen.

Dat de legitimaris heeft verzocht om taxaties en die niet heeft verkregen, is hem zelf aan te rekenen. Blijkbaar heeft de legitimaris ondanks het ontbreken daarvan gemeend de voorgelegde berekening van zijn legitieme portie te moeten accorderen. En heeft hij nagelaten om door te vragen naar de informatie en inlichtingen die de legitimaris nodig had om zijn legitieme portie te kunnen berekenen.

De rechter overweegt dat de verplichting van een erfgenaam of executeur verder gaat dan hiervoor is weergegeven in een geval waarin de erfgenaam of executeur bewust een schenking zou hebben verzwegen of bewust informatie zodanig presenteert dat het als het ware een ‘zoekplaatje’ zou worden voor de legitimaris.

Dat van een dergelijke situatie hier sprake is, is echter niet gebleken. De overdracht tegen een waarde in verpachte staat roept weliswaar vraagtekens op. Maar niet valt uit te sluiten dat die overdracht op die manier is ingericht om louter fiscale redenen.

Dat de erfgenamen of de executeur op de hoogte waren van een daarin mogelijk vervatte schenking en daarmee bewust informatie over het bestaan van een schenking hebben achtergehouden of verzwegen, is dan ook niet vast komen te staan.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over de legitieme of over het kindsdeel of over informatieverstrekking over een erfenis, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.