Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 1 september 2020 uitspraak gedaan over de vraag of een dwangsom verbonden moest worden aan een veroordeling tot het afleggen van rekening en verantwoording.

De rechtbank heeft appellant veroordeeld om binnen vier weken na het vonnis rekening en verantwoording aan geïntimeerden af te leggen conform de tussen partijen overeengekomen volmacht, door afgifte van alle bankafschriften vanaf 21 september 2016 van de in het vonnis genoemde bank- en spaarrekeningen.

Volgens geïntimeerden heeft de rechtbank ten onrechte geen aanleiding gezien om aan deze veroordeling tot het afleggen van rekening en verantwoording door appellant een dwangsom te verbinden.

Appellant is tot op de dag van het nemen van de memorie van antwoord in gebreke gebleven met het verstrekken van de gevorderde bankafschriften.

Gelet op de weigerachtige houding van appellant achten geïntimeerden een prikkel in de vorm van een dwangsom noodzakelijk.

Appellant handhaaft zijn standpunt dat de rekeningafschriften destijds al bij de afwikkeling van de rekening en het notarieel transport van de woning in maart 2017 al zijn overhandig door hem aan geïntimeerde. De rekeningen zijn inmiddels afgesloten. Appellant gaat na of het überhaupt nog mogelijk is om de afschriften nog op te vragen. Hoe dan ook verzet hij zich tegen oplegging van een dwangsom.

Het verbinden van een dwangsom aan de veroordeling tot het afleggen van rekening en verantwoording.

De rechter oordeelt als volgt

Het hof stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat appellant rekening en verantwoording dient af te leggen zoals in het vonnis is beslist.

Appellant heeft weliswaar erkend dat hij in maart 2017 ‘bankafschriften’ heeft overhandigd aan geïntimeerde, maar niet gebleken is dat dit alle bankafschriften betreft van de bank- en spaarrekeningen zoals in het vonnis was vermeld.

Appellant heeft ook niet duidelijk gemaakt wanneer deze bank- en spaarrekeningen zijn afgesloten.

Dat betekent dat niet kan worden vastgesteld dat appellant rekening en verantwoording heeft afgelegd zoals in het vonnis is beslist.

Appellant heeft op dit punt geen gespecificeerd bewijsaanbod gedaan.

Het hof ziet in het voorgaande aanleiding om de vordering van geïntimeerden in hoger beroep toe te wijze en appellant in de gelegenheid te stellen om binnen vier maanden na de datum van dit arrest alsnog rekening en verantwoording af te leggen op de in het dictum van dit arrest te vermelden wijze, verkort weergegeven door afgifte te verstrekken van alle bankafschriften vanaf 21 september 2016 waarop de af- en bijschrijvingen staan van de in het dictum genoemde bank- en spaarrekeningen, op straffe van een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van in totaal € 5.000,-.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het afleggen van rekening en verantwoording in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.