Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 25 augustus 2020 uitspraak gedaan over de vergoeding van de executeur bij onvoorziene omstandigheden.

Erflater had op 3 mei 1999 een testament laten opmaken.

In dat testament is de kandidaat-notaris tot executeur-testamentair benoemd.

De grief van appellante betreft de beslissing van de rechtbank in het eindvonnis van 25 juli 2018 tot vaststelling van de vergoeding voor de notaris/executeur.

De rechtbank overwoog dat een vergoeding van 3% van het zuiver saldo van de nalatenschap, zoals opgenomen in de successieaangifte, redelijk is.

De rechtbank heeft, hiervan uitgaande, de vergoeding vastgesteld op een bedrag van € 7.712,82 inclusief btw.

Appellante is het hiermee oneens. Zij vindt dat de vergoeding beperkt moet blijven tot 1% van de waarde van de nalatenschap, dit conform artikel 4:144 lid 2 BW.

Executele. Vergoeding van de executeur. Overgangsrecht. Onvoorziene omstandigheden.

De rechter oordeelt als volgt.

Het hof overweegt met betrekking tot de grief van appellante het volgende.

Ingevolge artikel 4:144 lid 2 BW, welke bepaling in deze zaak onmiddellijke werking heeft (artikel 133 OW NBW) heeft de notaris/executeur (nu in het testament niet anders is geregeld) in beginsel aanspraak op een vergoeding ter grootte van 1% van het vermogen van erflater op diens sterfdag.

Ingevolge artikel 4:144 lid 3 jo 4:159 lid 3 BW is een hogere vergoeding mogelijk op grond van onvoorziene omstandigheden.

De rechtbank heeft aanleiding gezien om een hogere vergoeding vast te stellen op grond van onvoorziene omstandigheden, waarbij de rechtbank in het bijzonder heeft verwezen naar het feit dat met de afwikkeling van de nalatenschap een lange tijd, ruim 18 jaar, was gemoeid.

Naar het oordeel van het hof is de beslissing van de rechtbank juist.

Gelet op het feit dat de samenstelling van het vermogen van erflater op diens sterfdag (voornamelijk bestaande uit bankrekeningen, beleggingsrekeningen en een bosperceel) redelijk overzichtelijk genoemd kan worden, was bij het openvallen van de nalatenschap niet te voorzien dat de afwikkeling (tot aan het eindvonnis van de rechtbank) meer dan 18 jaar zou voorduren.

Uit de correspondentie die in eerste aanleg door partijen in het geding is gebracht leidt het hof af dat de notaris/executeur door de jaren heen activiteiten heeft ontplooid om tot een afwikkeling van de nalatenschap te komen.

Nu niet duidelijk wordt dat de notaris/executeur onbehoorlijk beheer heeft gevoerd, heeft de rechtbank in het licht van het voorgaande terecht geoordeeld dat sprake is geweest van onvoorziene omstandigheden en dat een vergoeding van € 7.712,82 inclusief btw redelijk is.

Dit betekent dat de grief van appellante faalt.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de vergoeding van de executeur, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.