De Rechtbank Den Haag heeft op 15 juli 2020 uitspraak gedaan over de vraag of de gemaakte notariskosten door de executeur tijdens de executele een schuld was van de nalatenschap.

Op 24 januari 2017 is overleden de vader van partijen.

Erflater had twee kinderen.

Erflater heeft bij testament van 9 januari 2014 over zijn nalatenschap beschikt.

Bij dit testament heeft erflater zijn kinderen tot zijn enige erfgenamen benoemd, ieder voor de helft van zijn nalatenschap, onder de last van een legaat aan zijn kleinkinderen.

Verder heeft erflater partijen gezamenlijk tot executeurs benoemd.

Eiseres is van mening dat de notariskosten door beide partijen voor een gelijk deel gedragen moeten worden en uit de nalatenschap betaald moeten worden.

De kosten van de notaris zijn volgens eiseres kosten van de executele en gelden op grond van artikel 4:7 lid 1 sub d BW als schuld van de nalatenschap.

Gedaagde betwist dat de eindnota van de notaris uit de nalatenschap van erflater betaald moet worden en heeft dit bij brief aan eiseres kenbaar gemaakt. Gedaagde heeft nooit opdracht of goedkeuring gegeven voor het verrichten van de werkzaamheden en was zelfs niet eens bekend met de werkzaamheden van het notariskantoor.

Eiseres verwijst vervolgens naar artikel 4:146 lid 1 BW, waarin is bepaald dat de executeur die met het beheer van de nalatenschap is belast, een boedelnotaris aan kan wijzen.

Deze geeft van de aanvaarding van zijn opdracht kennis aan de erfgenamen.

In dit artikel wordt volgens eiseres niet de eis gesteld dat ook de andere executeur opdracht geeft aan de notaris.

Eiseres betwist dat de werkzaamheden van de notaris alleen ten behoeve van eiseres zijn verricht.

De notaris heeft zich immers beziggehouden met de afwikkeling van de nalatenschap en de werkzaamheden van de notaris zijn de afwikkeling van de nalatenschap volgens eiseres juist ten goede gekomen.

Executele. Zijn de kosten van de notaris een schuld van de nalatenschap? Beheer van de executeur. Aanwijzing van een boedelnotaris.

De rechter oordeelt als volgt.

De rechtbank is van oordeel dat deze notariskosten niet ten laste van de nalatenschap kunnen worden gebracht.

Partijen zijn gezamenlijk executeurs en konden de notaris daarom alleen gezamenlijk opdracht geven.

Dat is niet gebeurd, anders dan voor wat betreft de (beperkte) werkzaamheden ten behoeve van de verklaring van erfrecht en executele.

De overige kosten lijken onder meer verband te houden met de communicatie tussen gedaagde en eiseres, waarbij de notaris in feite optrad als vertegenwoordiger van eiseres en dus niet namens beiden of namens de nalatenschap.

In ieder geval is door eiseres onvoldoende onderbouwd dat de eindnota van de notaris werkzaamheden betrof waarvoor ook gedaagde als mede-executeur opdracht heeft gegeven of waaraan zij haar goedkeuring heeft verleend.

Ook is onvoldoende gebleken dat deze werkzaamheden de boedel ten goede zijn gekomen.

Het beroep op artikel 4:146 lid 1 BW kan eiseres niet baten.

Aangezien partijen gezamenlijk tot executeurs zijn benoemd, hadden zij uitsluitend gezamenlijk een boedelnotaris kunnen aanwijzen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de schulden van de nalatenschap, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.