De Rechtbank Gelderland heeft op 29 maart 2019 uitspraak gedaan over de vraag of in een geschil tussen erfgenamen en de executeur een de uitkomst van een aanhangig gemaakte bodenprocedure niet konden worden afgewacht in kort geding.

De voorzieningenrechter overweegt het volgende.

Vastgesteld moet worden dat ter zake van de nalatenschap van erflater tussen partijen bij deze rechtbank een bodemprocedure aanhangig is waarin dezelfde geschilpunten onderwerp van discussie zijn.

Thans ligt ter beoordeling voor de vraag of er voldoende aanleiding is om in afwachting van de uitkomst in de bodemprocedure een voorziening te treffen zoals gevorderd door gezamenlijke eiseressen.

Geschil tussen erfgenamen en executeur. Tussen partijen is bodemprocedure aanhangig. Vraag is of er voldoende aanleiding is om de uitkomst van de bodemprocedure niet af te wachten.

De rechter oordeelt als volgt.

Ten aanzien van de originele overeenkomst hebben gezamenlijke erfgenamen gemotiveerd betwist dat zij deze in hun bezit hebben.

Volgens de erfgenamen bezitten A en B alle originele overeenkomst en hebben zij hen reeds verzocht om de originele overeenkomst gedateerd op 31 december 2017 aan de executeur af te geven.

Gelet op de door partijen ingenomen standpunten en de betwistingen over en weer kan in het bestek van dit kort geding, waarin geen plaats is voor vergaand onderzoek of nadere bewijslevering, niet worden vastgesteld dat de erfgenamen zoals door de executeur is gesteld inderdaad beschikken over de gevorderde originele overeenkomst.

Dit onderwerp zal opnieuw aan de orde komen in de tussen partijen aanhangige bodemprocedure, waarin door de executeur eveneens afgifte van deze overeenkomst wordt gevorderd.

Ook is onvoldoende door de executeur onderbouwd dat zij dit document in deze fase al dringend nodig hebben en dus niet de beslissing daarover in de bodemprocedure kunnen afwachten.

Daarbij is ook van belang dat door de erfgenamen ter zitting is erkend dat de ondertekening van de overeenkomst, gedateerd op 31 december 2017, pas in het voorjaar van 2018 heeft plaatsgevonden.

Op dat punt zijn de vermoedens van de executeur dus al bevestigd. Ook ten aanzien van de door de executeur voor afgifte gevorderde onderzoeksresultaten ter zake van de originele overeenkomst geldt dat de dringende noodzaak om deze stukken nu al te krijgen onvoldoende onderbouwd is gebleven.

In dit verband staat als onweersproken vast dat de erfgenamen de onderzoeksresultaten aan de executeur hebben verstrekt. Weliswaar is door erfgenamen niet betwist dat bijlage 2 bij de door hen opgestuurde onderzoeksresultaten ontbreekt, maar niet gebleken is dat de executeur een spoedeisend belang heeft bij onverwijlde afgifte van deze bij de onderzoeksresultaten behorende bijlage.

Er is dan ook onvoldoende aanleiding om in afwachting van de uitkomst van de bodemprocedure, waarin de mondelinge behandeling bovendien op korte termijn wordt gehouden, namelijk op 1 april 2019, een voorziening te treffen zoals door de executeur gevorderd.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vordering, mede vanwege het gebrek aan voldoende spoedeisend belang, wordt afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over een kort geding in erfrechtzaken, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.