De Rechtbank Rotterdam heeft op 21 mei 2019 uitspraak gedaan over een verzoek om het loon van de executeur vast te stellen op grond van artikel 4:144 lid 2 BW.

Erflater heeft bij testament van 13 november 2014 beschikt over zijn nalatenschap en heeft verweerster (zijn zus) en belanghebbende (zijn broer) tot enig erfgenamen benoemd, onder de gehoudenheid een drietal legaten uit te keren.

Verzoeker is in het testament van erflater tot executeur benoemd.

Executele. Kostenvergoeding en verzoek aan de rechter om het loon van de executeur vast te stellen.

De rechter oordeelt als volgt.

De executeur heeft de kantonrechter verzocht om op grond van het bepaalde in artikel 4:144 lid 2 BW het loon van de executeur vast te stellen.

Op grond van artikel 4:144 lid 2 BW komt de executeur 1% van de waarde van het vermogen van de erflater op diens sterfdag toe.

In artikel 4:144 lid 3 BW is echter bepaald dat artikel 4:159 lid 3 BW ook van toepassing is.

In dat laatste artikel is, voor zover hier van belang, bepaald dat de kantonrechter op grond van onvoorziene omstandigheden voor bepaalde of voor onbepaalde tijd de beloning anders kan regelen dan bij de uiterste wil of de wet is aangegeven.

De executeur heeft P ingeschakeld voor de afwikkeling van formaliteiten zoals het opzeggen van abonnementen en overeenkomsten en voor het doen van belastingaangiftes, zoals de inkomstenbelasting en de erfbelasting.

Tevens heeft P volgens de executeur alle contacten onderhouden met instellingen, erfgenamen, legatarissen en andere derden.

De rechter is van oordeel dat deze taken juist toebehoren aan de executeur, zodat dit geen onvoorziene omstandigheden zijn.

De executeur kan deze kosten, zonder instemming van de erfgenamen, daarom niet ten laste van de nalatenschap brengen, zodat de rechter geen aanleiding ziet om de executeur hiervoor een vergoeding toe te kennen.

De executeur heeft voorts verzocht om zijn executeursloon vast te stellen 1% loon per jaar.

Een executeur heeft echter op grond van de wet in beginsel recht op eenmalig 1% van de waarde van het vermogen van de erflater op diens sterfdag, tenzij er sprake is van onvoorziene omstandigheden.

De kantonrechter is van oordeel dat hiervan sprake is, want de executeur heeft zoveel taken op zich genomen dat hij in feite als een testamentair bewindvoerder heeft gehandeld.

Door de erfgenamen is hij er ook nooit op gewezen dat hij teveel werkzaamheden verrichtte en zij lijken het wel makkelijk gevonden te hebben dat de executeur deze taken op zich nam.

Het is daarom redelijk indien de executeur hiervoor ook een vergoeding ontvangt.

De kantonrechter zal daarom aansluiten bij het salaris dat een testamentair bewindvoerder ontvangt van 1% loon per jaar (artikel 4:159 lid 2 BW).

Tussen partijen staat vast dat voor het berekenen van het salaris uitgegaan moet worden van een grondslag van € 90.000,-. Inmiddels is de executeur vier jaar executeur. De rechter zal daarom de vergoeding vaststellen op € 3.600,- (4 x € 900,-).

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het loon van de executeur, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.