De Rechtbank Oost-Brabant heeft op 10 november 2020 uitspraak gedaan over een vordering van een executeur tot het beëindigen van een persoonlijk gebruiksrecht van een erfgenaam van de woning van zijn overleden moeder.

De executeur en gedaagde zijn zus en broer van elkaar.

Zij zijn samen met nog twee andere broers en nog een zus erfgenaam in de nalatenschap van hun moeder.

De executeur legt aan zijn vordering ten grondslag dat gedaagde sinds het overlijden van de moeder zonder recht of titel in de woning woont.

Gedaagde heeft de sloten veranderd van de woning en betaalt geen vergoeding voor zijn verblijf in de woning.

De executeur wijst op artikel 3:169 BW waarin is bepaald dat iedere deelgenoot bevoegd is tot het gebruik van een gemeenschappelijk goed, mits dit gebruik met het recht van de overige deelgenoten te verenigen is.

In casu is sinds de datum dat gedaagde de woning bewoont, het recht van de overige deelgenoten hiermee niet in overeenstemming.

Ook doet gedaagde niets aan het reguliere onderhoud en belemmert hij de executeur in de uitvoering van haar werkzaamheden als executeur.

Het verkooptraject van de woning is in gang gezet en dat betekent dat de woning op enig moment leeg en in onbewoonde staat moet worden opgeleverd.

Om te voorkomen dat het verkooptraject en mogelijk ook de levering van de woning in onbewoonde staat wordt getraineerd, is ontruiming op korte termijn noodzakelijk.

Executele. Gebruiksrecht van een woning. Executeur vordert beëindiging van het persoonlijk gebruiksrecht van de woning. 

De rechter oordeelt als volgt.

Kern van dit kort geding is de vraag of gedaagde rechtmatig in de woning verblijft.

Gedaagde heeft zich op het standpunt gesteld dat hij, nadat hij op 13 september 2018 zijn woning moest verlaten, bij de moeder is ingetrokken.

De moeder heeft hiermee toen ook ingestemd en hiervoor het voor de gemeente benodigde formulier ondertekend.

De executeur heeft daartegenover aangevoerd dat gedaagde zonder recht of titel in de woning verblijft.

Zij beroept zich daarbij op artikel 3:169 BW waarin is bepaald dat iedere deelgenoot bevoegd is tot het gebruik van een gemeenschappelijk goed, mits dit gebruik met het recht van de overige deelgenoten te verenigen is.

De voorzieningenrechter is echter van oordeel dat de executeur hiermee voorbij gaat aan het feit dat gedaagde het gebruiksrecht van de woning van de moeder heeft verkregen.

Het gebruiksrecht is door het overlijden van de moeder niet komen te vervallen.

Aan het verweer van de executeur op dit punt tegen het bestaan van het persoonlijk gebruiksrecht wordt voorbij gegaan nu zij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat aan de door gedaagde overgelegde ‘verklaring van inwoning’ geen waarde mag worden toegekend.

Nu de voorzieningenrechter van het door gedaagde verkregen gebruiksrecht uitgaat, moet het ervoor te worden gehouden dat gedaagde het recht heeft om de woning te gebruiken en derhalve thans rechtmatig in de woning verblijft.

Eerst nadat de executeur het gebruiksrecht van gedaagde heeft beëindigd, zal hij verplicht zijn de woning te ontruimen.

Ook het beroep van de executeur op artikel 4:28 BW kan haar niet baten.

Artikel 4:28 BW is hier niet van toepassing, omdat gesteld noch aannemelijk is gemaakt dat gedaagde een duurzame gemeenschappelijke huishouding met de moeder had.

Artikel 4:28 BW leidt ertoe dat in de daar genoemde gevallen de bewoning (in ieder geval) gedurende zes maanden na het overlijden kan worden voortgezet.

Artikel 4:28 BW leidt er niet toe dat een bewoner zijn contractuele gebruiksrecht verliest.

Het had op de weg van de executeur gelegen deze contractuele afspraak te beëindigen.

Het voorgaande leidt tot afwijzing van de vorderingen van de executeur nu daaraan de grondslag ontbreekt.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over gebruiksrechten in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.