Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 16 mei 2019 uitspraak gedaan over een verzoek tot het ontslag van de executeur en een verzoek tot benoeming van een deskundige.

Ontslag executeur? Verzoek tot benoeming van een deskundige. Taxatie. Onderbewindstelling.

De rechter oordeelt met betrekking tot het verzoek tot benoeming van een deskundige als volgt.

In het testament is een legaat opgenomen. Dat legaat behelst een vordering jegens de erfgenaam tot betaling van een geldsom.

Om het beloop van die vordering (de ‘grootte’) te kunnen vaststellen dienen de samenstelling en omvang van de nalatenschap zoals beschreven in het testament bekend te zijn.

De executeur heeft aangifte erfbelasting gedaan.

Uit de stellingen van de beschermingsbewindvoerder leidt het hof af dat de in de aangifte vermelde samenstelling van de nalatenschap naar mening van de beschermingsbewindvoerder en de onderbewindgestelde juist is, behoudens de waardering van het beleggingspand en de aandelen.

Anders dan de executeur kennelijk betoogt is de beschermingsbewindvoerder de onderbewindgestelde niet gebonden aan de uitkomst van de voorliggende taxaties.

Vanwege het testamentair bewind over het legaat werd de onderbewindgestelde niet gebonden door zijn instemming met de door de executeur voorgestelde taxateurs, nog daargelaten dat de onderbewindgestelde noch de beschermingsbewindvoerder als zijn bewindvoerder met de uitkomst van die taxaties hebben ingestemd.

Derhalve is sprake van een situatie als bedoeld in het testament: onderling overleg heeft niet tot algehele overeenstemming geleid, de waarde van het beleggingspand en de aandelen van moeten nog worden bepaald om tot de vaststelling van de omvang van de nalatenschap en daarmee van de grootte van het legaat te komen.

Niettemin kan het door de beschermingsbewindvoerder verzochte niet worden toegewezen.

De wetgever gaat blijkens artikel 4:42 lid 1 BW uit van een gesloten systeem van uiterste wilsbeschikkingen.

In de wet is niet de mogelijkheid opgenomen bij uiterste wilsbeschikking te bepalen dat de kantonrechter een deskundige benoemt, laat staan dat, indien de kantonrechter dat zou doen, dat een beslissing is waartegen hoger beroep openstaat.

De uiterste wilsbeschikking van de erflater inzake de benoeming van een deskundige door de kantonrechter is dan ook nietig.

Dat betekent dan ook dat de beschermingsbewindvoerder en de onderbewindgestelde niet ontvankelijk zijn in het verzoek tot benoeming van een deskundige.

De rechter zal de bestreden beschikking daarom op dit punt vernietigen en de beschermingsbewindvoerder en de onderbewindgestelde niet-ontvankelijk verklaren.

De volgende grief richt zich tegen het oordeel van de kantonrechter dat de onderbewindgestelde niet tot de kring van personen behoort die een verzoek tot ontslag van de executeur kunnen doen.

In artikel 1: 149 lid 1 juncto lid 2 BW is bepaald dat de taak van de executeur eindigt door ontslag dat hem wordt verleend, hetzij op eigen verzoek, hetzij om gewichtige redenen, op verzoek van een mede-executeur, een erfgenaam of het openbaar ministerie, dan wel ambtshalve.

Het hof is met de kantonrechter van oordeel dat de onderbewindgestelde niet tot de kring van personen behoort die een dergelijk verzoek mag doen, zodat deze grief faalt.

De volgende grief richt zich tegen het oordeel van de kantonrechter dat er geen gewichtige redenen zijn de executeur ambtshalve te ontslaan.

De onderbewindgestelde heeft een aantal gewichtige redenen aangevoerd die naar zijn mening zouden hebben moeten leiden tot ontslag.

Het hof is met de kantonrechter van oordeel dat er geen gewichtige redenen zijn die tot ambtshalve ontslag van de executeur als executeur moeten leiden, zodat deze grief faalt.

De rechter overweegt hiertoe het volgende.

Wat er ook van zij van de vraag of de onderbewindgestelde, in verband met het bewind, bevoegd was pandaktes te tekenen, dat de executeur hem die aktes heeft laten tekenen maakt hem nog niet een slechte executeur.

Ten aanzien van de facturen is het hof met de kantonrechter van oordeel dat uit de stukken blijkt dat de onjuiste vermelding in de grootboekrekening van de rekening courant reeds is gecorrigeerd.

Voor zover er nog verschil van mening is tussen de beschermingsbewindvoerder en de onderbewindgestelde en de executeur over deze facturen vormt dit nog geen gewichtige reden voor ontslag van de executeur.

Ten aanzien van de uitbetaling van het legaat overweegt het hof dat door de executeur is gesteld en niet is bestreden dat de erfbelasting is betaald, dat er € 31.000,- is betaald aan de onderbewindgestelde en dat een deel van het legaat verrekend is met de rekening-courantschuld.

Het feit dat in termijnen wordt betaald, levert geen gewichtige reden op die tot ambtshalve ontslag van de executeur zou moeten leiden

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het ontslag van een executeur, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.