Van onze advocaat executeur. De Rechtbank Oost-Brabant heeft op 16 mei 2018 uitspraak gedaan over een vordering van een erfgenaam tegen de executeur en de exceptio plurium litis consortium. De rechter gelast de oproeping van de overige erfgenamen op de voet van artikel 118 Rv.

Eisers en gedaagde zijn de kinderen van moeder. De vader is overleden op 7 februari 1965. De moeder is overleden op 4 oktober 2012. [A] is vooroverleden op 8 januari 2008. Zijn afstammelingen treden op als zijn plaatsvervullers.

De nalatenschap van de vader is afgewikkeld. De moeder heeft bij testament van 27 maart 2008 beschikt over haar nalatenschap. In dit testament heeft de moeder eiser tot executeur en afwikkelingsbewindvoerder benoemd.

De moeder heeft door middel van een erfstelling bepaald dat als haar erfgenamen optreden de door de wet geroepen erfgenamen.

De erfgenaam verzet zich in conventie niet tegen de verdeling van de nog onverdeelde vermogensbestanddelen van de nalatenschap van de moeder, maar meent dat op de voet van artikel 3:184 BW gedwongen verrekening moet plaatsvinden van een schadevordering van de nalatenschap op de aandelen in de nalatenschap van de eisers als erfgenamen.

Aan de schadevordering van de nalatenschap legt hij ten grondslag dat eiser, hoewel hij niet bevoegd was om te beschikken over de nalatenschap, toch beschikkingsdaden hebben verricht.

Eisers hebben € 45.000,00 van de nalatenschap besteed aan het opknappen van de woning van de moeder, € 20.000,00 van de nalatenschap besteed aan de aankoop van de erfgenaam van een stuk grond en de woning van erflaatster voor een veel te laag bedrag verkocht.

Eisers waren daartoe noch als executeur, noch als legataris, noch als afwikkelingsbewindvoerder bevoegd. De nalatenschap is daardoor benadeeld en heeft derhalve een schadevordering op de erfgenamen.

In reconventie vordert de erfgenaam een verklaring voor recht dat eiseres onrechtmatig hebben gehandeld omdat eiseres als executeur en als afwikkelingsbewindvoerder eigenmachtig hebben beschikt over de nalatenschap door investeringen te plegen.

De erfgenaam geeft in het petitum niet aan jegens wie de erfgenamen als executeurs onrechtmatig hebben gehandeld. Wel geeft hij aan het in conventie gestelde als in reconventie herhaald en ingelast te beschouwen. De erfgenaam gaat dus ook in reconventie uit van onrechtmatig handelen jegens de nalatenschap. In reconventie voegt hij daaraan toe dat [eisers als executeur met deze beschikkingsdaden inbreuk hebben gemaakt op erfgenaam’s recht om mede te beslissen over dit soort beschikkingshandelingen op de voet van artikel 3:170 BW. Dat doet echter niet af aan de conclusie dat de verklaring voor recht betrekking heeft op onrechtmatig handelen jegens de nalatenschap.

De erfgenaam is van mening dat het beroep op verrekening slechts tot een gedeeltelijke compensatie van de schade kan leiden.

Daarom vordert hij in reconventie dat eisers worden veroordeeld om schadevergoeding te betalen aan de erfgenaam tot een bedrag dat wordt vastgesteld in een schadestaatprocedure. De erfgenaam voert aan dat, als hij mee had mogen beslissen over de investeringen en de verkoopprijs van de woning, de investeringen niet waren gepleegd en de woning voor een hogere prijs zou zijn verkocht althans de opbrengst van de verkoop hoger zou zijn geweest omdat niet ook nog de investeringen waren gedaan.

Onrechtmatige daad executeur? Exceptio plurium litis consortium. Oproeping van de overige erfgenamen op de voet van artikel 118 Rv.

De rechter oordeelt als volgt,

De rechter is van oordeel dat de gestelde schadeposten schade van de nalatenschap betreffen. Het gaat immers om uit de nalatenschap bestede gelden en om de verkoop van een tot de nalatenschap behorende woning. De erfgenaam heeft niet gesteld dat hij los van de andere deelgenoten schade heeft geleden als gevolg van het gestelde onrechtmatig handelen van eisers. Nu de erfgenaam geen eigen schadevordering heeft op de executeurs, moet de vordering om de executeurs te veroordelen om aan de erfgenaam ten titel van schadevergoeding te betalen een bedrag nader op te maken bij staat, worden afgewezen.

De erfgenaam is van mening dat eisers ernstig zijn tekortgeschoten in de vervulling van hun taken van executeur en afwikkelingsbewindvoerder.

Hij vordert in reconventie veroordeling van eisers om rekening en verantwoording af te leggen van de wijze waarop zij zich van deze taken hebben gekweten en de gelden die zij daarbij hebben uitgegeven.

De rechter overweegt dat, als deze vordering zou worden toegewezen, dit zou leiden tot het afleggen van rekening en verantwoording aan alle erfgenamen.

Verder vordert de erfgenaam dat eisers stukken aan hem overleggen en vragen van hem schriftelijk beantwoorden. Gelet op de stukken die de erfgenaam opvraagt en de vragen die hij stelt, hangt deze vordering onverbrekelijk samen met zijn andere vorderingen.

De rekening en verantwoording, de over te leggen stukken en de schriftelijke antwoorden zouden bijdragen aan de vaststelling van de omvang van de gestelde schade van de nalatenschap.

Eisers stellen zich voor alle andere weren op het standpunt dat de vorderingen in reconventie niet-ontvankelijk verklaard moeten worden.

Zij beroepen zich op de exceptio plurium litis consortium (hierna ook: de exceptie).

De erfgenaam heeft de vorderingen in reconventie voor zichzelf ingesteld. Niet gebleken is dat hij de overige erfgenamen in zijn reconventionele vorderingen heeft betrokken. Gelet op het stadium van de procedure, vlak voor de comparitie van partijen, dient de erfgenaam geen gelegenheid meer te krijgen om de overige erfgenamen alsnog op te roepen. Dit zal volgens eisers enkel tot verdere vertraging en kosten leiden.

De erfgenaam heeft ter comparitie geconcludeerd tot afwijzing van het beroep op de exceptie.

Volgens de erfgenaam staat het hem als gedaagde partij vrij om reconventionele vorderingen in te stellen tegen elk van de overige deelgenoten.

De overige erfgenamen hoefden niet separaat te worden gedagvaard omdat deze al partij waren in de procedure.

Dat de andere erven niet verschenen zijn, is niet het risico van de erfgenaam als gedaagde.

De ratio van de exceptie is dat je niet een vonnis tegen je krijgt waar je niets over hebt kunnen zeggen.

Voor het geval de rechter het beroep op de exceptie niet afwijst, stelt de erfgenaam zich op het standpunt dat de rechter hem de gelegenheid dient te geven om de niet opgeroepen personen alsnog als partijen bij het geding te betrekken op de voet van artikel 118 Rv.

De rechter is van oordeel dat de vorderingen in reconventie betrekking hebben op de samenstelling en omvang van de nalatenschap.

Als de eerste vordering wordt toegewezen, staat vast dat eisers onrechtmatig hebben gehandeld jegens de nalatenschap.

In dat geval heeft de nalatenschap een schadevordering op eisers.

De aanvullende vordering is van belang om de omvang van de schadevordering en daarmee de omvang van de nalatenschap nader te bepalen.

De nalatenschap is een processueel ondeelbare rechtsverhouding.

Naar het oordeel van de rechter is het rechtens noodzakelijk dat een beslissing daarover in dezelfde zin luidt ten aanzien van alle bij die rechtsverhouding betrokkenen.

Bij een processueel ondeelbare rechtsverhouding geldt een uitzondering op de regel dat een reconventionele vordering uitsluitend kan worden ingesteld tegen degene die als wederpartij de vordering in conventie heeft ingesteld (zie HR 10 maart 2017, HR:2017:411).

De reconventionele vordering kan ook worden ingesteld tegen de andere personen die bij de rechtsverhouding betrokken zijn.

Gelet op het voorgaande kan de rechtbank de beslissing over de vorderingen in reconventie slechts geven in een geding waarin ook de overige erfgenamen partij zijn, zodat (ook) het vonnis in reconventie hen allen bindt.

De overige erfgenamen zijn geen partijen bij de procedure in reconventie, nu deze vorderingen niet mede door hen zijn ingesteld en zij door de erfgenaam ook niet daarin zijn betrokken op de voet van artikel 680 Rv.

De erfgenaam had hen in reconventie in het geding moeten roepen.

Hij heeft dat verzuimd. Dit wordt niet anders door het feit dat de overige erfgenamen er zelf voor hebben gekozen om niet te verschijnen in conventie.

Die keuze heeft geen gevolgen voor hun recht om betrokken te worden bij de procedure in reconventie als daarin vorderingen worden ingesteld die zien op de samenstelling en omvang van de nalatenschap.

Het beroep van de erfgenaam op zijn recht om reconventionele vorderingen in te stellen tegen elk van de overige deelgenoten, kan hem niet baten. Dat laat de noodzaak om de andere deelgenoten in de nalatenschap bij de procedure in reconventie te betrekken onverlet.

De rechter zal de erfgenaam in de gelegenheid stellen de overige erfgenamen op de voet van artikel 118 Rv op te roepen, teneinde hen als partij in het geding in reconventie te betrekken, zodat zij alsnog hun standpunt kunnen bepalen ten aanzien van de reconventionele vorderingen van de erfgenaam en het verweer daarop van eisers.

De rechter gaat voorbij aan het betoog van eisers dat de erfgenaam die gelegenheid in dit stadium van de procedure niet meer moet krijgen.

De enkele omstandigheid dat het alsnog betrekken van de andere erfgenamen in de procedure in reconventie tot vertraging leidt en (mogelijk) extra kosten met zich brengt, leidt, gelet op het belang bij een uitspraak waaraan alle deelgenoten zijn gebonden, nog niet tot het oordeel dat de oproeping in strijd is met de beginselen van een goede procesorde. Andere feiten of omstandigheden die aan oproeping op de voet van artikel 118 Rv in de weg staan, hebben eisers niet gesteld en zijn ook niet gebleken.

Nu de rechter de erfgenaam in de gelegenheid zal stellen om de overige erfgenamen op te roepen ziet de rechter geen aanleiding om de erfgenaam met toepassing van de exceptio plurium litis consortium niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vorderingen in reconventie.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over de taken en bevoegdheden van de executeur, het afleggen van rekening en verantwoording door de executeur of over het instellen van een vordering namens de nalatenschap en het oproepen van de niet in het geding betrokken erfgenamen bij een dergelijke vordering, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.