Van onze advocaat executeur. Het Gerechtshof Den Haag heeft op 29 mei 2018 uitspraak gedaan over de invordering van dwangsommen. Vraag of al dan niet rekening en verantwoording door de executeur is afgelegd als in het vonnis bedoeld. De rechter oordeelt dat er is gehandeld overeenkomstig doel en strekking

Het gaat in de kern van de zaak om het volgende.

De erfgenamen zijn van mening dat de executeur niet heeft gehandeld overeenkomstig het veroordelend vonnis van de kantonrechter op grond waarvan hij rekening en verantwoording aan hen diende af te leggen over zijn beheer van de nalatenschap van erflater, zodat hij dwangsommen tot een bedrag van € 7.500,- heeft verbeurd. De executeur heeft de stellingen van appellanten gemotiveerd betwist.

Invordering van een dwangsom. Vraag is of voldoende rekening en verantwoording door de executeur is afgelegd als in het vonnis bedoeld.

De rechter oordeelt als volgt.

De rechter stelt voorop dat in een executiegeschil als het onderhavige, waarbij het erom gaat of dwangsommen zijn verbeurd omdat een bevel tot nakoming niet of onvoldoende is nageleefd, de taak van de rechter zich beperkt tot de toetsing van de ter uitvoering van het veroordelend vonnis verrichte handelingen aan de inhoud van de veroordeling, zoals deze door uitleg moet worden vastgesteld.

Daarbij dient de rechter het doel en de strekking van de veroordeling tot richtsnoer te nemen in dier voege dat de veroordeling niet verder strekt dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel (HR:2002:AE9400).

Doel en strekking van het vonnis van de kantonrechter in zoverre is het afleggen door de executeur van rekening en verantwoording aan appellanten over het door hem gevoerde beheer over de nalatenschap van erflater.

De rechter stelt vast dat de kantonrechter zich niet heeft uitgelaten over de wijze waarop deze rekening en verantwoording dient te worden afgelegd, zoals erfgenamen in de memorie van grieven zelf ook constateren. In diezelfde passage van de memorie verklaren erfgenamen dat de wijze van het afleggen van rekening en verantwoording tijdens de comparitie van partijen bij de kantonrechter evenmin onderwerp van het partijdebat is geweest.

Gelet op de door de voorzieningenrechter vastgestelde feiten, die in hoger beroep zijn komen vast te staan, is tussen partijen niet in geschil dat de executeur bij brief van 24 juli 2016 aan de advocaat van de erfgenamen, rekening en verantwoording heeft afgelegd.

Nadien is een discussie tussen partijen ontstaan over de vraag of die rekening en verantwoording aan de daaraan te stellen vereisten voldoet, waarbij erfgenamen met name wijzen op het ontbreken van onderliggende bewijsstukken.

Naar het oordeel van de rechter heeft de executeur gehandeld overeenkomstig het doel en de strekking van de veroordeling van de kantonrechter.

Het doel was het afleggen van rekening en verantwoording door de executeur, hetgeen de executeur genoegzaam heeft gedaan door het opstellen van een verslag, een balans, een opgave van kosten en baten, een overzicht van werkzaamheden en een overzicht van bankmutaties.

Dat de rekening en verantwoording aan specifieke eisen zou moeten voldoen, zoals erfgenamen betogen, leest de rechter niet in de veroordeling door de kantonrechter. Erfgenamen hebben in die procedure ook slechts in algemene zin het afleggen van rekening en verantwoording door de executeur gevorderd.

Voor zover de er4fgenamen de juistheid en de volledigheid van de rekening en verantwoording aan de orde stellen, overweegt de rechter dat zulks in een bodemprocedure dient te worden beoordeeld. De onderhavige executieprocedure in kort geding leent zich daar niet toe.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over de taken en bevoegdheden van een executeur, over het afleggen van rekening en verantwoording door een executeur of over het ontslag van een executeur, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.