De Rechtbank Rotterdam heeft op 4 september 2019 uitspraak gedaan over de privatieve bevoegdheid van de executeur om namens de nalatenschap te procederen

Het meest verstrekkende verweer van de advocaat van de gedaagde is het beroep op niet-ontvankelijkheid van eiser.

Volgens de advocaat van gedaagde mag alleen de executeur, en niet eiser zelf, de onderhavige procedure instellen.

Executele. Executeur. Privatieve bevoegdheid van de executeur om namens de nalatenschap te procederen.

De rechter oordeelt als volgt.

Het bovenstaande verweer slaagt.

Slechts de executeur had de onderhavige vordering mogen instellen.

Ingevolge artikel 4:145 lid 2 BW vertegenwoordigt de executeur gedurende zijn beheer bij de vervulling van zijn taak de erfgenamen in en buiten rechte.

Het gaat hier om een vordering van de nalatenschap op een derde.

De taak van een executeur is de goederen der nalatenschap te beheren en de schulden der nalatenschap te voldoen.

Onder beheer valt ook het aanvaarden van aan de nalatenschap verschuldigde prestaties.

De benoeming van een executeur heeft privatieve werking, dat wil zeggen dat de executeur met uitsluiting van de erfgenamen beheersbevoegdheid toekomt.

Aan dit oordeel doet niet af dat eiser lopende de onderhavige procedure een last hebben overgelegd volgens welke zij gerechtigd zijn om namens de executeur te procederen.

Op zich is het toegestaan om krachtens lastgeving te procederen voor een ander.

De lasthebber die in eigen naam procedeert, is niet verplicht om reeds bij dagvaarding of anderszins te vermelden dat hij ten behoeve van een ander optreedt. Eerst indien het verweer van de wederpartij daartoe aanleiding geeft, zal de lasthebber dienen te stellen en zo nodig te bewijzen dat hij uit hoofde van lastgeving bevoegd is op eigen naam ten behoeve van de rechthebbende op te treden (Hoge Raad, 26 november 2004, HR:2004:AP9665).

Een procespartij mag echter in beginsel niet van hoedanigheid wisselen (vgl. Hoge Raad, 12 maart 2004, HR:2004:AN8483).

Met name in gevallen waarin, zoals hier, uitdrukkelijk in hoedanigheid moet worden opgetreden is dit een strikte regel.

Eiser procedeert in de hoedanigheid van erfgenaam. Dat is een andere hoedanigheid dan die van executeur.

De rechtbank zal eiser dan ook niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen.

Volgens eiser dient de rechtbank, zo zij het verweer mocht volgen dat slechts de executeur de vordering had mogen instellen, niet te beslissen tot niet-ontvankelijkheid maar tot onbevoegdheid.

Die stellingname faalt.

Niet-ontvankelijkheid dient te worden uitgesproken indien er, zoals hier, een formeel beletsel bestaat waardoor niet aan een inhoudelijke beoordeling kan worden toegekomen.

Onbevoegdheid zou betekenen dat de procedure bij de verkeerde rechter aanhangig is gemaakt.

Dat is echter niet aan de orde.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de privatieve bevoegdheid van de executeur, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.