De Rechtbank Den Haag heeft op 17 februari 2021 uitspraak gedaan over de vraag of de erfgenamen bevoegdheid waren om over goederen uit de nalatenschap te beschikken gedurende de executele of gedurende de vereffening van deze nalatenschap.
Erflater heeft bij testament van 15 juni 1990 over zijn nalatenschap beschikt.
In dit testament heeft hij overige gedaagden (die toen 11 en 8 jaar waren), ieder voor gelijke delen, tot zijn enige erfgenamen benoemd.
Daarnaast heeft hij zijn zwager, gedaagde, benoemd tot executeur.
Executele. Vereffening. Beschikkingsonbevoegdheid van de erfgenamen om gedurende het beheer over goederen van de nalatenschap te beschikken. Verdeling mogelijk gedurende executele of vereffening?
De rechter oordeelt als volgt.
Op grond van artikel 4:145 lid 1 BW kunnen erfgenamen, als er een executeur is benoemd die tot taak heeft goederen der nalatenschap te beheren, niet zonder zijn medewerking of machtiging van de kantonrechter over die goederen of hun aandeel daarin beschikken voordat zijn bevoegdheid tot beheer is geëindigd, tenzij de executeur zijn benoeming niet aanvaardt.
De beschikkingsonbevoegdheid van de erfgenamen om zelfstandig over nalatenschapsgoederen te beschikken indien een executeur benoemd is, treedt in bij het openvallen van de nalatenschap.
Dit is ook het geval als de executeur zijn functie nog niet heeft aanvaard.
Nu de rechtbank van oordeel is dat het testament rechtskracht heeft, is ook de benoeming van gedaagde tot executeur in de nalatenschap van erflater rechtsgeldig.
Weliswaar heeft andere gedaagde de nalatenschap beneficiair aanvaard, zodat deze in principe op grond van artikel 4:195 BW moet worden vereffend.
Artikel 4:202 lid 1 onder a BW bepaalt echter dat een vereffening achterwege kan blijven als een bevoegde executeur kan verklaren dat de goederen van de nalatenschap ruimschoots voldoende zijn om de schulden te voldoen.
Overige gedaagde heeft ter comparitie verklaard dat hij contact heeft gehad met gedaagde en dat gedaagde tegen hem heeft gezegd dat hij deze procedure wilde afwachten en dan weer verder zou zien.
Hieruit blijkt dat gedaagde tot op heden zijn functie van executeur nog niet heeft aanvaard en dat hij in afwachting van de uitkomst van deze procedure zal besluiten of hij deze functie wel of niet zal aanvaarden.
Ook uit de conclusie van antwoord van gedaagde blijkt niet dat gedaagde de taak van executeur niet op zich wil nemen.
Zo lang gedaagde hierover nog geen definitieve beslissing heeft genomen is overige gedaagde, als erfgenaam, onbevoegd om zelfstandig over nalatenschapsgoederen te beschikken.
Uitgangspunt van artikel 4:145 BW is dat de executele of de vereffening moet zijn voltooid voordat de nalatenschap kan worden verdeeld.
Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 19 mei 2017 (HR:2017:939) is verdeling tijdens de executele of tijdens de vereffening alleen dan mogelijk, als de deelgenoot die verdeling vordert voldoende feiten en omstandigheden stelt waaruit zijn belang bij die vordering volgt en op grond waarvan aannemelijk is dat de schulden van de nalatenschap zijn voldaan of kunnen worden voldaan uit het vermogen dat zich in de nalatenschap bevindt.
Aangezien nog geen verdeling van de gemeenschap heeft plaatsgevonden, gedaagde geen feiten en omstandigheden heeft gesteld waaruit blijkt dat hij nu belang heeft bij een verdeling en gedaagde daarnaast niet aannemelijk heeft gemaakt dat alle schulden van de nalatenschap zijn voldaan of kunnen worden voldaan uit het vermogen dat zich in de nalatenschap bevindt, is de rechtbank van oordeel dat eerst de executele (of de vereffening, in het geval gedaagde de executeursbenoeming niet aanvaardt of geen ruimschoots toereikend verklaring aflegt) moet zijn voltooid voordat tot verdeling van de nalatenschap kan worden overgegaan.
Daarnaast moet de executeur of moeten de vereffenaars eerst samen met eiseres tot verdeling van de gemeenschap overgaan.
Vervolgens moeten de schulden van de nalatenschap, waaronder de kosten van de lijkbezorging, worden vastgesteld en moeten deze in mindering worden gebracht op het vermogen van erflater.
Hieruit blijkt dat (op dit moment) niet valt vast te stellen dat de omvang van de nalatenschap gelijk is aan 50% van de op 21 december 2018 aanwezige banksaldi van de bankrekeningen van erflater en eiseres, 50% van de waarde van het tuinhuisje en 50% van de inboedelgoederen.
De rechtbank ziet gelet op het voorgaande geen reden om de zaak, zoals door gedaagde ter comparitie is verzocht aan te houden en zal het gevorderde in reconventie dan ook af wijzen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over beschikkingsbevoegdheid van de erfgenamen gedurende het beheer van de executeur of vereffenaar, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.