Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 16 februari 2021 uitspraak gedaan over de vraag of de kosten van beheer volgens een marktconforme vergoeding diende plaats te vinden.

Deze zaak gaat in de kern over het volgende. Partijen zijn deelgenoten in een nog deels onverdeelde nalatenschap van hun overleden moeder en oma. Zij hebben in een eerdere procedure over de verkoop van de tot de nalatenschap behorende ouderlijke woning een vaststellingsovereenkomst gesloten.

Zij zijn daarbij overeengekomen dat appellante het beheer over de woning zal voeren tot aan de verkoop daarvan en dat appellante rekening en verantwoording zal doen van de beheerskosten.

In deze procedure verschillen geïntimeerden enerzijds en appellanten anderzijds van mening over de hoogte van de door appellante opgevoerde beheerskosten.

Erfrecht. Beheer. Beheerskosten. Marktconforme vergoeding? Redelijkheid en billijkheid tussen deelgenoten.

De rechter oordeelt als volgt.

In de kern gaat het ook in hoger beroep om de hoogte van de beheerskosten en de vergoeding daarvan.

Volgens de grief heeft de rechtbank ten onrechte de beheerskosten vastgesteld op een bedrag van € 30.762,74.

In de toelichting op deze grief wordt geklaagd over het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de beheerskosten betreffende de werkzaamheden voor de tuin en administratie, de kosten van Essent, de kadasterkosten en kosten van rechtsbijstand en de afwijzing van de vordering tot verdeling namens appellant.

Vooropgesteld wordt dat geïntimeerden geen grieven hebben gericht tegen het door de rechtbank vastgestelde bedrag inzake de beheerskosten van € 30.762,74.

Dit betekent dat in hoger beroep de vraag of dit bedrag redelijk is niet ter beoordeling voorligt. appellante heeft, kort gezegd, recht op dit bedrag; het bedrag kan hoger worden als de grief (deels) slaagt, maar bij gebreke van daartegen gerichte (incidentele) grieven in ieder geval niet lager.

 Appellanten stellen zich, kort gezegd, op het standpunt dat appellante voor de door haar uitgevoerde werkzaamheden een marktconform loon verdient, hetgeen door geïntimeerden gemotiveerd wordt betwist.

Het hof overweegt dat partijen in de vaststellingsovereenkomst zijn overeengekomen dat appellante het beheer zou voeren.

Zij hebben daarvoor geen vergoeding afgesproken.

Nu hiervoor ook geen wettelijke regeling bestaat, zal het hof art. 3:166 lid 3 BW toepassen.

Deelgenoten dienen zich jegens elkaar te gedragen overeenkomstig de eisen van de redelijkheid en billijkheid.

Naar het oordeel van het hof betekent dit dat appellante een passende vergoeding toekomt voor haar beheerswerkzaamheden.

Dit wordt ook niet betwist door geïntimeerden.

Voor het toepassen van het door appellante gevorderde ‘marktconforme loon’ ziet het hof in deze zaak die handelt tussen mede-erfgenamen en waarbij geen afspraken over een vergoeding zijn gemaakt, onvoldoende aanknopingspunten.

Een marktconforme vergoeding is in deze verhoudingen dan ook niet passend.

Appellante heeft haar standpunt onvoldoende onderbouwd, zodat de grief geen doel treft.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het beheer over goederen van de nalatenschap, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.