De Rechtbank Rotterdam heeft op 24 februari 2021 uitspraak gedaan over een verzoek van een executeur om een woning uit een nalatenschap te gelde te mogen maken.

De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift strekkende tot het verkrijgen van een machtiging ex artikel 1:345 BW om mede namens de minderjarige de woning van de erflater te mogen verkopen en leveren voor een bedrag van € 455.000,-

Erfrecht. Verzoek van de executeur, tevens afwikkelingsbewindvoerder, tot machtiging om een woning te gelde te mogen maken namens een minderjarige. Rekening met BEM-clausule.

De rechter oordeelt als volgt.

Verzoekster is executeur en afwikkelingsbewindvoerder in de nalatenschap van erflater.

Op grond van het bepaalde in artikel 4:147 lid 1 BW is de executeur bevoegd door hem beheerde goederen te gelde te maken, voor zover dit nodig is voor de tot zijn taak behorende voldoening van schulden der nalatenschap en de nakoming der hem opgelegde lasten.

Uit het in het geding gebrachte testament volgt dat erflater gebruik heeft gemaakt van de hem in artikel 4:147 lid 2 BW gegeven mogelijkheid om de executeur de bevoegdheid te geven, zonder overleg of toestemming van de erfgenamen, keuzes te maken over het te gelde maken van goederen en de wijze van tegeldemaking.

De kantonrechter begrijpt uit het verzoek dat de woning mede wordt verkocht omdat dit nodig is voor de voldoening van schulden van de nalatenschap en nakoming van aan de executeur opgelegde lasten.

De executeur kan dus zonder medewerking of toestemming van de erfgenamen tot de verkoop en levering van de woning overgegaan.

Een machtiging ex artikel 1:345 BW jo 1:253k BW ten behoeve van de minderjarige erfgenaam behoeft in dat geval niet te worden gegeven.

Het verzoek wordt daarom afgewezen.

De kantonrechter beseft dat zijn beslissing niet in lijn ligt met bovengemelde goedkeuring van de kantonrechter in Amsterdam.

Dat hoeft echter voor verzoekster niet uit te maken, nu zij naar het oordeel van de kantonrechter (in Rotterdam) ook zonder rechterlijke machtiging bevoegd is het onderhavige onroerend goed te gelde te maken.

De rechter oordeelt als volgt.

De kantonrechter bepaalt dat het aan de minderjarige toekomende deel van de opbrengst van de verkoop van het onroerend goed wordt gestort op een bankrekening ten name van de minderjarige die is voorzien van een zogenoemde BEM-clausule.

Een rekening met BEM-clausule (BEM staat voor Belegging, Erfenis en andere gelden Minderjarigen) houdt in dat gedurende de minderjarigheid de hoofdsom wordt geblokkeerd en alleen de rente opgenomen kan worden.

Slechts met toestemming van de kantonrechter kan gedurende die periode een deel of de gehele hoofdsom ten behoeve van de minderjarige worden opgenomen.

Voor het opnemen van de rente is geen toestemming van de kantonrechter benodigd, mits het vruchtgenot niet is uitgesloten.

Op het moment dat de minderjarige meerderjarig wordt, kan zij vrij over de hoofdsom beschikken.

Een rekeningafschrift waaruit blijkt dat het aan de minderjarige toekomende bedrag op haar bankrekening is ontvangen, alsmede stukken waaruit blijkt hoe voormeld bedrag is berekend en dat de rekening is voorzien van een BEM-clausule dienen vóór 15 april 2021 bij de griffier van de rechtbank Rotterdam, locatie Dordrecht, te worden ingediend.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de verkoop van onroerend goed in een nalatenschap, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.