Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 24 november 2020 uitspraak gedaan over de vraag of ter afwikkeling van de nalatenschap nog een executeur nodig was, nadat een in een testament benoemde executeur de benoeming niet had aanvaard.
Erflater had in zijn testament Y tot executeur benoemd.
Y heeft deze benoeming echter niet aanvaard.
De erflater had in zijn testament aan de executeur onder meer de volgende bevoegdheden en taken toegekend:
- een of meer executeurs aan zich toe te voegen of in zijn plaats te stellen en daarbij bepaald dat indien de benoemde executeur gedurende de uitoefening van zijn taak komt te ontbreken of geen executeur wordt, de kantonrechter bevoegd is een vervanger te benoemen op verzoek van een belanghebbende;
- het behartigen van de belangen van de erfgenamen door de goederen van de nalatenschap te beheren en de schulden van de nalatenschap te voldoen;
- de verplichting tot uitvoering van de testamentaire last met betrekking tot de verdeling, een en ander onverminderd de bevoegdheid van de moeder zoals onder de keuzeclausule omschreven (variant A);
- de vertegenwoordiging van de erfgenamen gedurende de vervulling van zijn taak;
- het recht om een boedelnotaris aan te wijzen;
- het geven aan alle erfgenamen van alle door hen gewenste inlichtingen over de uitoefening van zijn taak;
- het opstellen van een boedelbeschrijving.
Aan het hof ligt de vraag voor of inzake de nalatenschap van de erflater een executeur nodig is en of een taak is weggelegd voor de executeur.
Executele. Executeur is benoemd in testament, maar heeft de benoeming niet aanvaard. Is ter afwikkeling van de nalatenschap een executeur nodig? Boedelbeschrijving.
De rechter oordeelt als volgt.
Voor de beantwoording van voormelde vraag is het volgende van belang.
De executeur heeft, onverminderd de testamentaire lasten die de erflater aan hem mocht hebben opgelegd en voor zover de erflater niet anders heeft beschikt, tot taak de goederen van de nalatenschap te beheren en de schulden van de nalatenschap te voldoen, die tijdens zijn beheer uit de goederen van de nalatenschap moeten worden voldaan (artikel 4:144 BW).
De erflater heeft in zijn testament aan de executeur onder meer de bevoegdheden en taken toegekend als hiervoor beschreven.
Uit de hiervoor opgenomen taak sub c volgt, dat de executeur ook een taak heeft bij de uitvoering van de last de nalatenschap af te wikkelen als ware er een wettelijke verdeling als bedoeld in artikel 4:13 BW.
Onder sub c staat immers dat de executeur verplicht is de testamentaire last met betrekking tot de verdeling uit te voeren.
Dat de moeder de bevoegdheid heeft om als vertegenwoordiger van alle erfgenamen al het nodige te doen om de verdeling tot stand te brengen, doet daaraan niet af.
Daarbij komt dat zolang deze ‘alsof wettelijke verdeling’ niet tot stand is gebracht en de daartoe benodigde notariële akte niet is opgemaakt, het beheer over de goederen van de nalatenschap onverkort toekomt aan de executeur.
Niet gesteld of gebleken is dat de ‘alsof wettelijke verdeling’ inmiddels bij notariële akte is vastgelegd. Anders dan verzoekers stellen, maakt de keuze van de moeder voor de ‘alsof wettelijke verdeling’ en haar daaruit voortvloeiende bevoegdheid de verdeling zelf tot stand te brengen, gelet op het voorgaande niet dat de executeur onnodig is of dat voor hem geen taak (meer) is weggelegd.
Onder de testamentaire verplichtingen van de executeur valt verder de verplichting tot het opstellen van een boedelbeschrijving.
Met een beroep op de door hun overgelegde opstelling van het vermogen per 5 juli 2017 ten name van de erflater en de moeder, stellen verzoekers dat de boedelbeschrijving al is opgemaakt.
In artikel 674 Rv is geregeld wat een boedelbeschrijving zal bevatten.
De door verzoekers overgelegde opstelling bevat niet alle in artikel 674 Rv voorgeschreven gegevens.
Zo ontbreken bijvoorbeeld een opgave van de plaats waar de beschreven zaken zich bevinden, of waarheen zij zijn overgebracht, een opgave van de aangetroffen boeken en registers betreffende de boedel en de vermelding van de akten die op de goederen en de schulden van de boedel betrekking hebben.
Het ontbreken van gegevens in de boedelbeschrijving leidt niet zonder meer tot ongeldigheid daarvan.
Of een boedelbeschrijving deugdelijk is, moet worden beoordeeld in het licht van de omstandigheden van het geval.
De boedelbeschrijving moet in dit geval bruikbaar zijn in het kader van de verdeling van de nalatenschap tussen de erfgenamen overeenkomstig de testamentaire bepalingen van de erflater.
De moeder heeft haar keuze laten vallen op de ‘alsof wettelijke verdeling’, hetgeen ertoe zal leiden dat alle goederen van de nalatenschap aan haar worden toegedeeld onder de verplichting om alle schulden voor haar rekening te nemen, waartegenover de vijf kinderen ieder een vordering op haar krijgen ter grootte van 1/5 x 99/100 zijnde 99/500.
De wetgever heeft voor de wettelijke verdeling in artikel 4:16 BW voorgeschreven waaraan een boedelbeschrijving in het geval van een wettelijke verdeling moet voldoen.
Weliswaar heeft de erflater deze wettelijke verdeling buiten werking gesteld, maar tegelijkertijd heeft hij bepaald dat een erfgenaam kan verlangen dat een boedelbeschrijving conform artikel 4:16 BW wordt opgemaakt.
In genoemd artikel is onder meer geregeld dat de echtgenoot en ieder kind partij zijn bij de boedelbeschrijving en jegens elkaar recht hebben op inzage in en afschriften van alle bescheiden en gegevensdragers die zij voor de vaststelling van hun aanspraken nodig hebben.
Belanghebbende A heeft verzocht om het opmaken van een boedelbeschrijving.
Naar het hof begrijpt doelt hij op deze boedelbeschrijving, gelet op zijn toelichting dat geen sprake is van een civielrechtelijke opstelling als bedoeld in het testament, maar van een fiscale opstelling door Y.
Belanghebbende A stelt in dit verband aan de orde dat de in de opstelling genoemde hoogte van de rekening-courantverhouding met de Holding B.V. niet juist is, dat hij geen weet heeft van de achtergronden van de geldleningen aan kinderen en kleinkinderen, dat hij niet betrokken is geweest bij de opstelling en dat hij niet beschikt over onderliggende bescheiden, waardoor een en ander niet verifieerbaar is.
Verzoekers hebben dit niet, althans onvoldoende weersproken.
Daarmee staat vast dat geen sprake is van een deugdelijke boedelbeschrijving en daarmee ligt ook de conclusie voor dat voor de verdere opstelling en voltooiing van de boedelbeschrijving, de executeur nodig is en een taak heeft te vervullen.
Met de tussenkomst van de executeur kan tevens het hoofd worden geboden aan de omstandigheid dat, vanwege de verstoorde familieverhoudingen, de uitwisseling van informatie moeizaam verloopt.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de verplichting tot het opmaken van een boedelbeschrijving in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.