De Rechtbank Rotterdam heeft op 6 januari 2021 uitspraak gedaan over de vraag of verrekening en opschorting mogelijk was bij een vordering van de executeur om gedaagde te veroordelen een schuld aan de nalatenschap te betalen.

In het tussenvonnis van 15 juli 2020 is voor recht verklaard dat gedaagde een schuld heeft aan de nalatenschap van erflaatster ten bedrage van € 100.000,-.

Eiseres heeft als executeur bij dagvaarding gevorderd gedaagde te veroordelen tot betaling van zijn schuld aan de nalatenschap van erflaatster.

Gedaagde heeft echter een beroep gedaan op verrekening, dan wel opschorting, van het bedrag dat hij aan de nalatenschap moet betalen met het aan hem toekomende aandeel in de nalatenschap van erflaatster.

Eiseres is vervolgens in de gelegenheid gesteld om te reageren op dit verrekenings- en opschortingsverweer.

Daarbij is overwogen dat vaststaat dat de gehele vordering van de nalatenschap van erflaatster op gedaagde lager is dan zijn erfdeel.

Executele. Executeur heeft gevorderd gedaagde te veroordelen om schuld te betalen aan de nalatenschap. Is verrekening mogelijk? Is verrekening mogelijk op opschortende voorwaarden?

De rechter oordeelt als volgt.

De rechtbank zal eerst beoordelen of gedaagde een beroep kan doen op verrekening van zijn schuld aan de nalatenschap met het aan hem toekomende erfdeel uit de nalatenschap.

Op grond van artikel 4:217 lid 1 BW zijn, indien iemand zowel schuldenaar als schuldeiser van de nalatenschap is, de bepalingen van de Faillissementswet (Fw) omtrent de bevoegdheid tot verrekening van overeenkomstige toepassing.

Door het van toepassing zijn van de Fw (artikel 53 Fw) bestaat een ruimere verrekeningsbevoegdheid dan artikel 6:127 e.v. BW biedt.

Een eventuele (nog) niet opeisbaarheid van de vordering of schuld speelt daarom geen rol.

Gedaagde is schuldeiser van de nalatenschap, want hij is erfgenaam en heeft recht op zijn toekomende aandeel in de nalatenschap van erflaatster.

De rechtbank is van oordeel dat gedaagde ook schuldenaar is van de nalatenschap, omdat zijn schuld aan erflaatster na haar overlijden tot de nalatenschap is gaan behoren.

De rechtbank volgt eiseres niet in haar stelling dat de schuld en de tegenvordering in twee verschillende vermogens vallen, omdat deze beide in de nog niet verdeelde nalatenschap van erflaatster vallen.

Zoals hiervoor is overwogen kan eiseres ook niet worden gevolgd in haar stelling dat aan de verrekening in de weg staat dat de tegenvordering van gedaagde nog niet afdwingbaar is, omdat bij een erfrechtelijke verrekening de opeisbaarheid geen rol speelt.

Eiseres heeft in haar akte verder gesteld dat het verrekeningsverweer niet slaagt, omdat de waarde van de nalatenschap bij de verdeling lager zal zijn dan waar eerder in deze procedure vanuit is gegaan.

Dit komt volgens haar door meerdere omstandigheden, namelijk omdat de vordering van de nalatenschap op gedaagde lager is, de kosten van de executele en advocaatkosten hoger zijn en de waarde van verschillende roerende zaken (zoals sieraden, meubels en schilderijen) na hertaxatie lager is.

Volgens eiseres is het erfdeel van gedaagde vooralsnog slechts € 76.634,01, dus lager dan zijn schuld aan de nalatenschap.

De rechtbank is van oordeel dat ook dit niet aan de verrekeningsbevoegdheid van gedaagde in de weg staat.

Als daadwerkelijk sprake is van een lager erfdeel, wat nu gelet op de betwisting van gedaagde nog niet vaststaat, dan zullen de erfgenamen bij de verdeling nog een vordering op gedaagde hebben.

De nalatenschap bevindt zich thans echter nog niet in de verdelingsfase, omdat de executele nog niet is beëindigd.

Eiseres heeft gesteld dat zij de legaten (schulden) nog moet betalen en daar nu geen geld voor is.

Er zijn echter, ook als van de lagere waarden van de roerende zaken na de hertaxaties wordt uitgegaan, nog voldoende andere bezittingen in de nalatenschap aanwezig om de legaten van te betalen.

Eiseres kan (een deel van) de roerende zaken verkopen ex artikel 4:147 BW om de legaten uit te betalen.

Op grond van het testament is zij daartoe ook bevoegd.

Het betalen van de legaten staat dus niet aan de verrekeningsbevoegdheid van gedaagde in de weg.

Gelet op het voorgaande komt gedaagde een beroep toe op verrekening van zijn schuld aan de nalatenschap met het hem toekomende deel van de nalatenschap.

De rechtbank volgt gedaagde in zijn stelling dat ook als de schuld aan hem formeel nog niet zou zijn ontstaan, omdat de nalatenschap zich nog niet in de verdelingsfase bevindt, dat dit niets afdoet aan zijn verrekeningsbevoegdheid.

Een verrekeningsverklaring kan ook onder opschortende voorwaarden of tijdsbepaling geschieden.

Voor zover daarvan sprake is, is de rechtbank van oordeel dat gedaagde terecht een beroep op opschorting heeft gedaan, want opschorten van een prestatie met het oog op een toekomstige verrekeningsbevoegdheid is op grond van vaste rechtspraak toegestaan.

Gedaagde heeft ook belang bij de opschorting van de betaling van zijn schuld, omdat het na bijna tien jaar nog steeds onduidelijk is wat zijn toekomende deel in de nalatenschap van erflaatster is.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over verrekening in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.