De Rechtbank Rotterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over een verzoek tot het ontslag van een executeur tevens afwikkelingsbewindvoerder.
Erflater heeft bij testament over zijn nalatenschap beschikt en heeft verweerster (zijn echtgenote) en verzoeker en belanghebbende (zijn kinderen) voor gelijke delen tot zijn erfgenamen benoemd.
Verweerster is daarnaast in dit testament tot executeur en afwikkelingsbewindvoerder benoemd.
Op grond van het testament heeft verweerster de bevoegdheid om de nalatenschap van de overledene af te wikkelen en te verdelen als ware er een wettelijke verdeling
Erfrecht. Verzoek tot ontslag van executeur tevens afwikkelingsbewindvoerder. Gewichtige redenen? Informatieplicht. Gegevensverstrekking. Wantrouwen.
De rechter oordeelt als volgt.
Op grond van de artikelen 4:149 lid 2 BW en 4:164 lid 2 BW kan de kantonrechter op verzoek van een erfgenaam als sprake is van gewichtige redenen een executeur/afwikkelingsbewindvoerder ontslaan.
Volgens de parlementaire geschiedenis is er sprake van gewichtige redenen als de executeur in ernstige mate tekort schiet in de nakoming van zijn verplichtingen.
Volgens vaste rechtspraak kan ook een niet aanstonds weg te nemen ernstig wantrouwen jegens de executeur onder gewichtige redenen vallen.
Op grond van het testament heeft verzoeker recht op inzage in en afschriften van bescheiden en andere gegevensdragers, die hij nodig heeft voor de vaststelling van zijn vorderingsrechten.
Volgens verzoeker heeft verweerster niet alle gegevens aan hem verstrekt die hij nodig heeft om zijn vorderingsrecht uit te rekenen.
Verweerster betwist dat en stelt dat zij alle gevraagde gegevens, voor zover relevant, heeft verstrekt aan verzoeker.
Alleen de staat van aanbrengsten die bij de huwelijkse voorwaarden hoort (ruim 32 jaar geleden opgemaakt), kan zij niet meer overleggen.
Daarnaast is verweerster van mening dat verzoeker en belanghebbende geen recht hebben op haar gegevens, zodat zij bijvoorbeeld in de aangiften inkomstenbelasting haar gegevens zwart heeft gemaakt.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken en de toelichting van verweerster tijdens de mondelinge behandeling voldoende volgt dat verweerster bereidwillig is om alle gegevens te verstrekken die verzoeker nodig heeft ter vaststelling van zijn vorderingsrecht en dat verweerster ook de meeste door verzoeker gevraagde gegevens heeft verstrekt of verzoeker de gelegenheid heeft geboden om deze in te zien bij de notaris.
Wat de aangiften inkomstenbelasting betreft, is de kantonrechter van oordeel dat verweerster door het overleggen van de fiscale rapportages van de twee jaar voorafgaand aan het overlijden van de overledene aan haar verplichting tot het overleggen van deze stukken heeft voldaan.
Verzoeker heeft niet onderbouwd dat deze fiscale rapportages niet dezelfde zijn of dezelfde gegevens bevatten als de aangiften inkomstenbelasting en evenmin waarom hij, gelet op het vaststellen van zijn vorderingsrecht, recht heeft op de aangiften over de vijf jaren voorafgaand aan het overlijden van de overledene.
Dat verweerster daarnaast geen gegevens wil verstrekken die op haarzelf zien, zoals afschriften van haar bankrekeningen en haar aangiften inkomstenbelasting, betekent niet dat zij haar taak als executeur niet goed uitvoert.
Zij moet immers alleen de gegevens verstrekken die verzoeker nodig heeft om zijn vorderingsrecht vast te stellen en verzoeker heeft onvoldoende onderbouwd dat hij daarvoor ook de aangiften inkomstenbelasting van verweerster of andere gegevens van haar nodig heeft.
Verweerster heeft daarnaast toegelicht dat zij de bankafschriften van de spaarrekeningen van de overledene niet krijgt van de bank, omdat de bank zegt dat alle transacties op de gewone bankrekening te zien zijn.
De kantonrechter is gelet op het voorgaande van oordeel dat wat betreft het verstrekken van gegevens niet geoordeeld worden dat verweerster in de uitvoering van haar taak ernstig is tekortschoten.
De kantonrechter is overigens ook van oordeel dat gelet op de omvang van de nalatenschap van de overledene niet gezegd kan worden dat verweerster niet voortvarend genoeg te werk is gegaan.
Wat betreft het volgens verzoeker bestaande diepgaand en niet weg te nemen wantrouwen overweegt de kantonrechter als volgt.
Uit de tijdens de mondelinge behandeling door partijen gegeven toelichting begrijpt de kantonrechter dat partijen nooit een hechte relatie hebben gehad.
De overledene en verzoeker hebben jarenlang niet of nauwelijks contact gehad.
Het is de wens van de overledene geweest om verweerster te benoemen tot executeur en afwikkelingsbewindvoerder met dus ruime bevoegdheden.
Uit het testament volgt ook dat het de bedoeling is geweest van de overledene dat zijn nalatenschap aan verweerster toekomt als ware er een wettelijke verdeling en verzoeker en belanghebbende dus alleen een vorderingsrecht op verweerster hebben.
Tegen deze achtergrond en gelet op het feit dat niet is komen vast te staan dat verweerster in ernstige mate tekort is geschoten in de vervulling van haar taken, is de kantonrechter van oordeel dat het wantrouwen dat verzoeker en (in mindere mate) ook belanghebbende tegen verweerster hebben geuit, niet gefundeerd is.
Dit is dus ook geen grond voor toewijzing van het verzoek.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.