De Rechtbank Noord-Holland heeft onlangs uitspraak gedaan over de zorgplicht en de aansprakelijkheid van een executeur.
Eisers zijn twee kinderen van erflaatster.
Erflaatster is op 24 februari 2021 overleden.
In haar testament d.d. 21 augustus 2011 heeft erflaatster eiser tot erfgenamen en gedaagde tot executeur benoemd.
Eisers vorderen dat de kantonrechter gedaagde veroordeelt tot betaling van € 18.755,48 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 december 2022 en tot betaling van de proceskosten.
Eisers leggen aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat gedaagde zijn zorgplicht als executeur heeft geschonden door geen rekening en verantwoording af te leggen en zonder recht banktegoeden van erflaatster naar zijn eigen rekening over te schrijven.
Deze bedragen komen eisers toe als enig erfgenamen.
Gelet hierop heeft gedaagde onrechtmatig gehandeld jegens eisers.
Erfrecht. Executele. Beheer. Zorgplicht van de executeur. Onrechtmatige daad. Informatieverstrekking. Tekortkoming. Privatieve bevoegdheid van de executeur. Aansprakelijkheid van de executeur.
De rechter oordeelt als volgt.
In deze procedure gaat het om de vraag of gedaagde als executeur onrechtmatig heeft gehandeld in de zin van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en zo ja, of hij uit hoofde van onrechtmatige daad schadevergoeding is verschuldigd aan eisers.
Gedaagde heeft als meest verstrekkende verweer aangevoerd dat eisers niet-ontvankelijk zijn omdat zij niet bevoegd zijn om zelfstandig in rechte op te treden nu gedaagde executeur is.
Gedaagde heeft daarbij verwezen naar artikel 5:145 BW waarin is opgenomen dat de executeur bij uitsluiting bevoegd is om de erfgenamen in rechte te vertegenwoordigen.
De kantonrechter verwerpt dit verweer.
De vorderingen van eisers hebben immers geen betrekking op het beheer van de goederen van de nalatenschap maar zijn gebaseerd op de stelling dat gedaagde onrechtmatig jegens eisers heeft gehandeld door jegens hen niet de zorgvuldigheid in acht te nemen die van een redelijk handelend en redelijk bekwaam executeur mag worden verwacht.
Het instellen van een dergelijke vordering behoort niet tot de taak van de executeur en behoort daarom niet tot diens uitsluitende bevoegdheid.
Toetsingskader
De executeur moet bij de uitoefening van zijn taak de zorg van een goed executeur betrachten.
Voor het vaststellen van de omvang van deze zorgplicht moet rekening gehouden worden met het gegeven dat de executeur, voor zover hij bij de uitoefening van zijn taak niet is gebonden aan regels, in beginsel een ruime mate van vrijheid toekomt.
Ook dient rekening gehouden te worden met het gegeven dat de executeur bij de uitoefening van zijn taak zich gesteld kan zien voor de opgave van het behartigen van verschillende, soms tegengestelde belangen.
Het is in beginsel aan het inzicht van de executeur overgelaten op welke wijze en langs welke weg die (tegengestelde) belangen het beste kunnen worden gediend.
Om vast te stellen of een executeur, in weerwil van die vrijheid, persoonlijk aansprakelijk is wegens een onjuiste taakuitoefening, moet de vraag worden beantwoord of, uitgaande van die vrijheid, een over voldoende inzicht en ervaring beschikkende executeur die zijn taak nauwgezet en met inzet verricht, in de gegeven omstandigheden – mede gelet op diens (al dan niet professionele) achtergrond en ervaring – in redelijkheid tot de desbetreffende gedragslijn zou hebben kunnen komen.
Bij deze toetsing past terughoudendheid.
Voor persoonlijke aansprakelijkheid is namelijk vereist dat de executeur ook persoonlijk een verwijt kan worden gemaakt van zijn handelen.
De kantonrechter dient derhalve te onderzoeken of er grond is voor persoonlijke aansprakelijkheid van gedaagde.
Het gaat er in deze zaak (kort gezegd) om dat gedaagde niet heeft voldaan aan zijn informatieplicht en dat er geld is overgeschreven zonder rechtsgrond, aldus eisers.
Is voldaan aan de informatieplicht en wat zijn de gevolgen?
Eisers verwijten gedaagde dat hij tot op heden niet alle relevante informatie en stukken heeft verstrekt.
Daardoor heeft eiser ook kosten moeten maken, die gedaagde moet vergoeden.
Gedaagde betwist weigerachtig te zijn geweest met het verstrekken van informatie en stukken maar erkent wel dat de informatieverstrekking niet helemaal goed verlopen is.
Dit is echter niet onrechtmatig, aldus gedaagde.
Daarbij komt nog dat er in de aangifte Inkomstenbelasting 2018/2020 een deel van een Nederlands pensioen niet meegenomen was en dat de Spaanse belastingdienst dit heeft opgemerkt, wat voor veel vertraging heeft gezorgd.
Zomer 2022 was het bijna klaar, maar oktober 2022 kwam de Spaanse belastingdienst hiermee.
Ter zitting heeft de zoon van gedaagde verder aangevoerd dat er reeds een concept boedelbeschrijving is overgelegd en dat hij alle stukken in februari 2022 aan eisers heeft verstrekt maar dat zij daar nooit vragen over hebben gesteld.
Hoewel, gelet op hetgeen de zoon van gedaagde heeft aangevoerd, genoegzaam vaststaat dat hij(/zijn zoon) sommige stukken niet of niet tijdig heeft opgestuurd, leidt dit – in de gegeven omstandigheden – niet tot het tekortschieten van gedaagde in zijn zorgplicht van executeur.
Hierbij speelt mee dat gedaagde reeds op leeftijd is, geen ervaring heeft met werkzaamheden als executeur en er sprake is van ingewikkelde internationale kwesties.
Verder hebben eisers niet betwist dat zij nooit vragen hebben gesteld over de doorgestuurde stukken noch hebben zij concreet aan gegeven welke stukken zij missen.
De enkele stelling dat zij niet weten waar de AOW storting van februari en het vakantiegeld zijn gebleven, is daartoe onvoldoende temeer nu de zoon van gedaagde ter zitting heeft aangegeven dat hij alle rekeningafschriften heeft meegestuurd in februari 2022.
Bovendien heeft de zoon van gedaagde ter zitting aangegeven dat B Notarissen de afwikkeling van de nalatenschap heeft overgenomen en dat de afwikkeling in de laatste fase zit.
Het voorgaande brengt mee dat de vordering tot betaling van € 1.853,86 voor kosten omdat gedaagde de stukken niet of niet tijdig heeft verstrekt, wordt afgewezen.
De kantonrechter wijst erop dat eisers ook overigens hebben nagelaten voldoende duidelijk te maken waarom (al) deze kosten voor rekening van gedaagde moeten komen.
Hoewel de kosten zijn uitgesplitst, wordt uit de overgelegde stukken niet duidelijk dat deze kosten gemaakt zijn omdat gedaagde bepaalde stukken niet heeft overgelegd.
Zo staat er op de declaratie van 28 december 2021 van B Notarissen ‘begeleiden nalatenschap van uw moeder’ en ‘griffierecht ter zake van de akte van beneficiaire aanvaarding’.
Dat zijn kosten die eisers in het kader van de nalatenschap (sowieso) hebben moeten maken.
Ook staat er op de factuur van B alleen ‘honorarium’ waarbij niet gebleken is dat dit kosten zijn die gemaakt zijn omdat gedaagde niet alle stukken heeft overgelegd.
Ook worden er twee keer kosten voor het opvragen van een testament in rekening gebracht.
Het had op de weg van eisers gelegen om deze kosten nader te specificeren en per kostenpost aan te geven waarom gedaagde hiervoor aansprakelijk is.
Is geld afgeschreven zonder rechtsgrond en wat zijn de gevolgen?
Eisers verwijten gedaagde verder dat hij geld heeft afgeschreven van twee rekeningen terwijl dit geld toekomt aan eisers.
Ten aanzien hiervan heeft gedaagde het volgende aangevoerd.
Het bedrag van € 3.776,58 heeft hij inderdaad overschreven naar zijn eigen rekening omdat hij zag dat er, na het overlijden van erflaatster, geld van haar rekening werd afgehaald.
In een paniekreactie heeft hij het geld naar zijn eigen rekening overgeschreven om het veilig te stellen.
Dat geld staat ook nog steeds op de rekening van gedaagde.
Over de andere rekening, waarvan eisers stellen dat er een bedrag van € 10.531,29 afgeschreven is door gedaagde, heeft gedaagde verklaard dat dit de en/of rekening was van gedaagde en erflaatster.
Van deze rekening haalde gedaagde geld om van te leven.
De kantonrechter oordeelt als volgt.
Gedaagde heeft erkend dat hij het bedrag van € 3.776,58 van de rekening heeft gehaald.
Hoewel dit niet handig is geweest van gedaagde kan de kantonrechter begrijpen dat hij schrok toen hij zag dat er geld van de rekening werd afgehaald nadat erflaatster overleden was en dat hij in het kader van zijn taak als executeur dit bedrag wilde veiligstellen.
Daarbij acht de kantonrechter ook van belang dat eisers na het overlijden van erflaatster zelf als eerste geld van haar rekening hebben gehaald en niet hebben onderbouwd met stukken dat zij hiertoe gerechtigd waren.
Nu gedaagde heeft aangegeven dat het geld nog op zijn rekening staat en eisers beslag hebben gelegd op deze rekening ziet de kantonrechter geen aanleiding om dit bedrag in deze procedure toe te wijzen.
Wat betreft de vordering van eisers van € 10.531,29 hebben eisers, naar het oordeel van de kantonrechter, gelet op de gemotiveerde betwisting van gedaagde onvoldoende onderbouwd dat hier sprake is van onrechtmatig handelen van gedaagde.
Daarbij is het volgende redengevend.
B Notarissen heeft aangegeven dat het geld op een (eventuele) en/of rekening aan gedaagde toekomt op grond van het verblijvensbeding in artikel 13 van de samenlevingsregeling.
Eisers betwisten noch dat dit artikel toepassing heeft noch dat de uitleg van B juist is, zodat dit als vaststaand wordt aangenomen.
Gedaagde heeft erkend dat hij voormeld bedrag heeft opgenomen.
Volgens hem is dat niet onrechtmatig omdat het geld stond op de en/of rekening van gedaagde en erflaatster.
Dat het gaat om een en/of rekening is volgens eisers onduidelijk.
De kantonrechter wijst erop dat eisers in deze procedure de bewijslast hebben van het door hen gestelde onrechtmatig handelen door gedaagde.
Het is daarom ook aan hen om te bewijzen, mede in het licht van de gemotiveerde betwisting door gedaagde, dat het hier niet om een en/of rekening van gedaagde en erflaatster gaat.
Hieraan hebben eisers niet voldaan.
De kantonrechter acht het aannemelijk dat gedaagde en erflaatster, gezien hun langdurige samenleving en hun samenlevingsregeling, een gezamenlijke en/of rekening hadden.
Op de rekening waar het geld is afgehaald staan twee ‘titular’ genoemd, gedaagde en erflaatster.
Als ‘tipo de titularidad’ is vermeld: ‘solidario’, wat ‘mede-eigenaar’ betekent.
Zonder nadere toelichting en onderbouwing van het tegendeel door eisers gaat de kantonrechter er daarom van uit dat het gaat om een en/of rekening als bedoeld in artikel 13 van de samenlevingsregeling.
Gedaagde heeft ten aanzien van zijn tegenvordering onvoldoende duidelijk gemaakt wat zijn belang bij opheffing van het beslag op dit moment is.
Dit geldt temeer nu de gemachtigde van gedaagde ter zitting heeft aangegeven dat het beslag kan blijven liggen.
Gelet hierop wordt de tegenvordering van gedaagde tot het opheffen van het beslag afgewezen.
De kantonrechter is derhalve van oordeel dat onder de hiervoor gestelde concrete omstandigheden niet vastgesteld kan worden dat gedaagde tekort is geschoten in de van hem te vergen zorg dan wel op andere wijze als executeur onrechtmatig jegens eisers heeft gehandeld.
De vorderingen van eisers worden daarom afgewezen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.