De Rechtbank Rotterdam heeft op 18 november 2020 uitspraak gedaan over de invulling van de taken en bevoegdheden van de vereffenaar in een nalatenschap.

Erflater heeft bij testament van 20 augustus 2012 beschikt over zijn nalatenschap.

In het testament is onder meer, samengevat, het volgende bepaald: gedaagde is als enige erfgenaam benoemd, aan eiseres is een legaat toegekend ter hoogte van haar legitieme portie.

Gedaagde is samen met de echtgenote van erflater tot executeur benoemd, met het bevel om met bekwame spoed een boedelbeschrijving op te maken, met inbegrip van een voorlopige staat van de schulden van de nalatenschap.

Erfrecht. Vereffening. Taken en bevoegdheden van de vereffenaar. Schuldeisers. Legitieme.

De rechter oordeelt als volgt.

Zoals in het vonnis in het incident is overwogen heeft gedaagde de nalatenschap beneficiair aanvaard en is er geen sprake van een situatie waarin de executeur kan aantonen dat de goederen van de nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om alle schulden van de nalatenschap te voldoen.

Dit betekent dat, zoals eiseres ook tot uitgangspunt heeft genomen, er vereffend dient te worden.

Door de vereffening is de taak van de executeurs geëindigd en de vordering jegens gedaagde in haar hoedanigheid van executeur is daarom niet toewijsbaar.

Op grond van art. 4:195 BW is gedaagde, als enig erfgenaam, de vereffenaar van de nalatenschap van erflater.

Een verzoek aan de rechtbank tot benoeming van een andere vereffenaar ex art. 4:203 BW is niet gedaan.

Een vereffenaar vertegenwoordigt bij de vervulling van zijn taak de erfgenaam in en buiten rechte.

Als vereffenaar heeft gedaagde tot taak de nalatenschap van erflater te beheren en de schuldeisers van de nalatenschap te voldoen.

De procedure van vereffening houdt in hoofdlijnen het volgende in:

De eerste taak van een vereffenaar is om met bekwame spoed een boedelbeschrijving op te (doen) maken, waarin de schulden in een voorlopige staat zijn opgenomen, en deze bij de boedelnotaris of, indien deze ontbreekt, ter griffie van de rechtbank neerleggen, ter inzage van de erfgenamen en de schuldeisers van de nalatenschap (art. 4:211 lid 3 BW).

De tweede belangrijke taak van de vereffenaar is het oproepen van de schuldeisers van de nalatenschap, althans voor zover dit nog niet is geschied (art. 4:214 lid 1 BW). Zo spoedig mogelijk na het verstrijken van de bij die oproep termijn dient een vereffenaar een lijst van de door hem erkende en betwiste vorderingen en aanspraken op voorrang bij de boedelnotaris of, indien die ontbreekt, ter griffie van de rechtbank ter inzage van de erfgenamen, de legatarissen en allen die zich als schuldeiser hebben aangemeld te leggen (art. 4:214 lid 5 BW).

De volgende en wellicht belangrijkste stap van de vereffenaar is dat hij de goederen van de nalatenschap te gelde maakt, voor zover dit voor de voldoening van de schulden van de nalatenschap nodig is. Een vereffenaar is verplicht binnen zes maanden nadat de voor het indienen van vorderingen gestelde tijd is verstreken, een rekening en verantwoording en een uitdelingslijst bij de boedelnotaris of, als die ontbreekt, ter griffie van de rechtbank ter kennisneming van iedereen neer te leggen. Binnen een maand na deze openlijke bekendmaking kan iedere belanghebbende tegen de rekening en verantwoording of tegen de uitdelingslijst bij de kantonrechter of, indien een rechter-commissaris is benoemd, bij de rechtbank in verzet komen (art. 4:218 lid 1 en 3 BW). Eerst na het verbindend worden van een uitdelingslijst is de vereffenaar verplicht ieder het hem volgens de uitdelingslijst toekomende uit te keren (art. 4:220 lid 1 BW).

Tijdens de vereffening kan een schuldeiser zijn vordering op de nalatenschap bij vonnis doen vaststellen, maar kan deze zijn vordering op goederen van de nalatenschap ten uitvoer te leggen, indien deze bevoegdheid hem ook in geval van faillissement van de erflater zou zijn toegekomen. (art. 4:223 BW).

De verplichtingen op grond van art. 4:214 lid 1 en lid 5 BW en art. 4:218 BW gelden voor de erfgenamen die uit hoofde van beneficiaire aanvaarding vereffenaar zijn alleen indien de kantonrechter dit bepaald heeft (art. 4:221 lid 1 BW).

Indien dat niet het geval is kunnen, kort gezegd, schuldeisers op een ‘informele’ wijze (per brief) opgeroepen worden, hoeft er geen lijst van schuldeisers, geen uitdelingslijst en geen rekening en verantwoording ter inzage gelegd te worden.

De vereffenaar kan dan de vereffening als voltooid beschouwen (en desgewenst tot verdeling overgaan) zodra hij de hem bekende schuldeisers heeft tevredengesteld.

Het bepaalde in artikel 4:233 lid 1 BW brengt mee dat eiseres eerst in het eindstadium van de vereffening van de nalatenschap belang kan hebben bij de gevorderde veroordeling tot uitbetaling van het legaat.

Alhoewel er drie jaar sinds het overlijden van de erflater zijn verstreken, bevindt die vereffening zich nog in het beginstadium en is nog onduidelijk of de verplichtingen op grond van art. 4:214 lid 1 en lid 5 BW en art. 4:218 BW zullen gelden.

De ter inzagelegging van de boedelbeschrijving had ten tijde van de mondelinge behandeling op 11 augustus 2020 nog niet plaatsgevonden. Gedaagde heeft daarbij verklaard er naar te streven om dat in augustus of september 2020 te doen.

Het vorenstaande laat onverlet dat eiseres op grond van het tweede lid van artikel 4:233 BW het recht heeft om haar vordering bij vonnis vast te doen stellen.

Gedaagde stelt dat, nu de vordering van eiseres afhankelijk is van de omvang van de nalatenschap, de rechtbank daarmee het werk van de vereffenaar zou gaan doen.

Reden waarom, zo stelt gedaagde, eiseres niet in haar vordering tot vaststelling zou kunnen worden ontvangen, althans de rechtbank daartoe niet bevoegd zou zijn, aldus gedaagde.

Dat beroep op niet-ontvankelijkheid althans onbevoegdheid van de rechtbank wordt verworpen. Immers, de waarde van het aan eiseres toegekende legaat is gelijk aan haar legitieme portie.

Legitieme porties worden berekend over de waarde van de goederen van de nalatenschap, vermeerderd met de in aanmerking te nemen giften en verminderd met de schulden, vermeld in artikel 4:7 lid 1 onder a tot en met c en f BW (art. 4:65 BW) (de legitimaire massa).

De taak van de vereffenaar is het beheer van de nalatenschap en voldoening van de schuldeisers van de nalatenschap.

Vaststelling van de waarde van de goederen van de nalatenschap en de voor de berekening van de legitieme portie in aanmerking te nemen giften is daar geen onderdeel van.

Wel is het zo dat dat de verificatie van de andere schulden van de nalatenschap in de vereffeningsprocedure plaatsvindt.

Dit is echter slechts relevant voor zover die schuld tussen partijen ter discussie staat of er redenen zijn om aan te nemen dat de betreffende schuld in de vereffeningsprocedure zal worden betwist. Met betrekking tot het laatste is niets gesteld.

Dit betekent dat slechts voor wat betreft de schulden van de nalatenschap die tussen partijen ter discussie staan, de verificatie van die vorderingen in de vereffeningsprocedure behoeft te worden afgewacht.

Dit, tenzij kan worden vastgesteld dat, zoals gedaagde stelt, de legitimaire massa ook zonder die ter discussie staande schulden negatief is.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de taken en bevoegdheden van de vereffenaar, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.