Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 20 september 2022 uitspraak gedaan over de vraag of de erfgenamen tekort waren geschoten in hun taak van vereffenaars.

Het hof benoemt een vereffenaar, omdat de erfgenamen tevens vereffenaars zijn tekortgeschoten in de vervulling van hun verplichtingen en ongeschikt zijn. Er is onder meer geen boedelbeschrijving gemaakt en er zijn geen stukken overgelegd aan de legitimaris.

Erfrecht. Vereffening. Schieten de erfgenamen tekort als vereffenaars? Boedelbeschrijving. Informatieverstrekking aan legitimaris. Benoeming van een onafhankelijke vereffenaar.

De rechter oordeelt als volgt.

In artikel 4:202 lid 1 sub a Burgerlijk Wetboek (BW) staat, voor zover hier van belang, dat een nalatenschap wordt vereffend wanneer zij door één of meer erfgenamen onder voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard, tenzij er een tot voldoening van de opeisbare schulden en legaten bevoegde executeur is en deze kan aantonen dat de goederen der nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om alle schulden der nalatenschap te voldoen.

Artikel 4:203 lid 1 sub b BW bepaalt dat de rechtbank op verzoek van een belanghebbende een vereffenaar kan benoemen, onder meer wanneer hij die met het beheer van de nalatenschap is belast in ernstige mate in de vervulling van zijn verplichtingen tekortschiet of daartoe ongeschikt is.

Verweersters hebben de nalatenschap aanvaard onder voorrecht van boedelbeschrijving.

Omdat verweerster noch A de benoeming tot executeur hebben aanvaard is er geen executeur die de ruimschootsverklaring van artikel 4:202 lid 1 sub a BW kan afgeven en moet de nalatenschap worden vereffend overeenkomstig afdeling 3 van titel 6, boek 4 BW.

Op grond van artikel 4:195 lid 1 BW zijn verweersters als erfgenamen vereffenaar.

Tot de taken van de vereffenaar behoren in dit geval onder meer:

– de nalatenschap als een goed vereffenaar beheren en vereffenen (4:211 lid 1 BW);

– het met bekwame spoed opmaken of doen opmaken van een onderhandse of notariële boedelbeschrijving (artikel 4:211 lid 3 BW);

– het neerleggen van de boedelbeschrijving ten kantore van de boedelnotaris of, indien deze ontbreekt, ter griffie van de rechtbank, tenzij de erfgenamen door de kantonrechter hiervan zijn ontheven (artikel 4:211 lid 3 en 4);

– het voldoen van de schuldeisers (artikel 4:220 BW).

Het hof is van oordeel dat verweersters in ernstige mate in de vervulling van hun verplichtingen als vereffenaars zijn tekortgeschoten.

Verweersters hebben geen onderhandse of notariële boedelbeschrijving opgemaakt of doen opmaken, noch uit eigen beweging noch naar aanleiding van de verschillende verzoeken daartoe van verzoekster.

Aangezien sinds het overlijden van de erflater bijna twee jaren zijn verstreken, is niet voldaan aan het vereiste om met bekwame spoed een boedelbeschrijving op te maken.

Verweersters voeren aan dat zij nog geen boedelbeschrijving kunnen maken, omdat eerst de uitkomst van de procedure bij de rechtbank moet worden afgewacht voor het oordeel over de vraag of verzoekster schenkingen of leningen van erflater heeft gekregen.

Het hof is van oordeel dat dit geen enkele belemmering vormt voor het opmaken van een (voorlopige) boedelbeschrijving.

Daarnaast had het volgens het hof op de weg van verweersters gelegen om als goede vereffenaars (artikel 4:211 lid 1 BW) verzoekster te voorzien van alle stukken die zij nodig heeft voor de berekening van de legitieme portie.

Verzoekster heeft daar immers meermaals om verzocht.

Het hof is verder van oordeel dat verweersters ongeschikt zijn in de zin van artikel 4:203 lid 1 sub b BW.

De wettelijke vereffening vindt primair plaats in het belang van de schuldeisers van de nalatenschap.

Dat betekent dat verweersters de belangen van verzoekster – als legitimaris/ schuldeiser – moeten behartigen.

Verweersters zijn echter, naast vereffenaars, ook erfgenamen.

Als erfgenamen hebben zij hun eigen belangen die tegengesteld kunnen zijn aan de belangen van schuldeisers, waardoor hun primaire taak als vereffenaars in het gedrang kan komen.

In dit geval is het hof van oordeel dat sprake is van een belangentegenstelling, met name omdat

1) de kwalificatie van de overeenkomst van verzoekster met erflater (schenking of lening) ter discussie staat en de uitkomst van die discussie ook van invloed is op de omvang van de erfdelen van verweersters en

2) er in de berekening van de vorderingen van de drie kinderen uit de nalatenschap van erflaatster op de nalatenschap van erflater – volgens het hof – door de vereffenaars een onjuiste rekenwijze is toegepast en zij in die onjuiste rekenwijze volharden.

Uit de aangifte erfbelasting van erflaatster blijkt dat de omvang van de nalatenschap van erflaatster € 703.614,50 bedraagt en dat haar erfgenamen gerechtigd zijn tot één/vierde deel (€ 175.903,62).

Ingevolge de aangifte erfbelasting wordt dit bedrag verminderd met het ten laste van de kinderen komende recht van vruchtgebruik van erflater.

Dit bedrag is berekend op € 73.879,52, zodat resteert € 102.024,10.

Verweersters menen dat de vorderingen van de kinderen van erflaatster, waaronder dus die van verzoekster, € 102.024,10 per kind bedragen.

Het hof volgt verweersters hierin niet.

Het hof is van oordeel dat de fiscale vermindering geen invloed heeft op de vorderingen die de kinderen op (de nalatenschap van) de erflater hebben.

Op grond van de aangifte erfbelasting bedragen de vorderingen dus € 175.903,62 per kind.

Gebleken is dat verweersters verschillende deskundigen hebben ingeschakeld bij de uitoefening van hun taak, maar dat zij bij de oplossing van de discussies met verzoekster niet hebben kunnen helpen en de tussen verweersters enerzijds en verzoekster anderzijds ontstane meningsverschillen niet hebben kunnen overbruggen.

Op grond van het voorgaande oordeelt het hof dat is voldaan aan de vereisten van artikel 4:203 lid 1 sub b BW.

Het hof zal de bestreden beschikking vernietigen en een vereffenaar benoemen.

Om iedere (schijn van) belangentegenstelling te voorkomen, is het hof van oordeel dat een onafhankelijke – niet door één van de partijen verzochte – vereffenaar de taak op zich moet nemen en zal daarom B benoemen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.