De Rechtbank Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over een ontslag van een vereffenaar op verzoek van een schuldeiser.

In deze zaak verzoekt verzoeker om ontslag van verweerder als vereffenaar in de nalatenschap van zijn moeder.

Verzoeker is van mening dat verweerder als vereffenaar in ernstige mate tekortschiet in zijn taak.

Verweerder betoogt dat hij zijn werk als vereffenaar goed uitvoert.

De rechtbank komt tot de conclusie dat er redenen zijn om over te gaan tot ontslag van verweerder als vereffenaar.

Erfrecht. Vereffening. Ontslag van een vereffenaar op verzoek van een schuldeiser. Is de vereffenaar tekortgeschoten in zijn taakvervulling? Voortgang in de afwikkeling van de nalatenschap.

De rechter oordeelt als volgt.

Op grond van artikel 4:206 lid 5 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank een vereffenaar ontslaan.

Dit kan zij doen op eigen verzoek van de vereffenaar of wegens gewichtige redenen op verzoek van een medevereffenaar, een erfgenaam, een schuldeiser van de nalatenschap, het openbaar ministerie of ambtshalve.

Verzoeker kan als schuldeiser van de nalatenschap worden aangemerkt, omdat erflaatster aan verzoeker zijn legitieme portie heeft gelegateerd

Verzoeker stelt dat er gewichtige redenen zijn om verweerder te ontslaan.

De rechtbank komt tot het oordeel dat verweerder moet worden ontslagen als vereffenaar in de nalatenschap van erflaatster, omdat hij tekort is geschoten in de vervulling van zijn verplichtingen.

Bij de afwikkeling van een nalatenschap mag van een vereffenaar worden verwacht dat hij de belangen van de betrokkenen (waaronder erfgenamen en schuldeisers van de nalatenschap) met de grootst mogelijke zorgvuldigheid behartigt.

De vereffenaar moet daarbij ook voldoende voortvarend handelen.

De vereffenaar heeft diverse wettelijke verplichtingen.

Hij moet met bekwame spoed de schuldeisers oproepen en een boedelbeschrijving opmaken waarin de schulden van de nalatenschap in de vorm van een voorlopige staat zijn opgenomen (artikel 4:211 lid 3 BW).

Daarnaast moet hij een rekening en verantwoording en een uitdelingslijst opstellen (artikel 4:218 lid 1 BW), waarna hij kan overgaan tot uitbetaling aan schuldeisers en aan erfgenamen en legitimarissen.

Kortom, de vereffenaar moet de nalatenschap als een goed vereffenaar beheren en vereffenen.

Vaststaat dat verweerder vanaf augustus 2018 optreedt als vereffenaar van de nalatenschap van erflaatster.

Ook staat vast dat verweerder geen boedelbeschrijving heeft gedeponeerd bij de rechtbank en dat een rekening en verantwoording en een uitdelingslijst ontbreekt.

Tijdens de zitting heeft verweerder hiervoor een aantal verklaringen gegeven, maar die vormen onvoldoende rechtvaardiging voor het ontbreken van de hiervoor genoemde bescheiden.

Inmiddels vindt gedurende lange tijd al geen enkele (merkbare) vooruitgang plaats in de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster.

Verweerder heeft verklaard dat hij in 2018 en 2019 zijn vereffenaarstaken niet kon uitvoeren, omdat hij in afwachting was van de uitspraak van de rechtbank over de geldigheid van het testament.

Hij betoogt dat hij met de rechter-commissaris heeft afgesproken om deze procedure af te wachten alvorens verdere stappen te ondernemen.

Dit leest de rechtbank niet terug in het proces-verbaal dat is opgemaakt van de betreffende zitting.

Daarnaast mag van verweerder worden verwacht dat hij ook het nodige doet in de periode dat nog niet duidelijk was wie erfgenamen zouden zijn omdat, ongeacht de vraag wie precies welke aanspraak zou blijken te hebben, een aanvang gemaakt had kunnen worden met de beschrijving van de omvang en samenstelling van de nalatenschap.

Ook toen verweerder op de hoogte was van het vonnis van 28 december 2022 heeft hij volgens verzoeker geen vereffenaarstaken uitgevoerd.

Verweerder voert aan dat hij de rechter-commissaris heeft aangeschreven om de boedelbeschrijving en de verdere afwikkeling van de nalatenschap te bespreken.

Verweerder heeft dat gesprek afgezegd omdat naar zijn zeggen verzoeker kenbaar maakte een verzoek tot zijn ontslag als vereffenaar in te dienen.

Toen dat verzoek niet kwam, heeft verweerder wederom een brief aan de rechter-commissaris gestuurd met de vraag om de afwikkeling van de nalatenschap te bespreken.

Uit deze ter zitting overgelegde brief is op te maken dat deze zonder vermelding van een zaaknummer en een afdeling naar de rechtbank is verstuurd.

Dat verweerder geen reactie op zijn brief ontving, hoeft geen verbazing te wekken, maar bovenal ontslaat hem dat niet van zijn verplichting om de boedelbeschrijving op te maken.

Verweerder betoogt dat hij zonder bespreking met de rechter-commissaris geen stappen kon ondernemen, omdat hij in de brief wezenlijke zaken benoemt die van invloed kunnen zijn op de omvang van de nalatenschap.

Daarin wordt verweerder niet gevolgd.

De notaris heeft zijn eigen verantwoordelijkheid bij het verrichten van de hem opgedragen taak en dient zich niet afhankelijk te stellen van “toestemming” (lees: het verkrijgen van rugdekking) van de rechter-commissaris bij het uitvoeren van zijn werkzaamheden.

Het door verweerder verklaarde is geen rechtvaardiging om de voorlopige boedelbeschrijving niet ter inzage neer te leggen en de afwikkeling van de nalatenschap niet verder ter hand te nemen.

Tijdens de zitting heeft verweerder verklaard hij in de afrondende fase zit.

Als dat het geval is, dan lag het des te meer op zijn weg om een voorlopige boedelbeschrijving ter inzage neer te leggen.

Verzoeker heeft deze stelling weersproken en verklaard dat het voor hem niet duidelijk is wat verweerder aan vereffenaarstaken heeft verricht, omdat verweerder niet communiceert.

Verzoeker heeft verklaard dat hij niet op de hoogte was van een brief aan de rechter-commissaris met vragen over de afwikkeling van de nalatenschap.

Daarnaast heeft verzoeker verklaard dat hij geen vertrouwen meer heeft in verweerder, omdat verweerder ook na de uitspraak van de Kamer geen constructieve stappen heeft gezet en twee jaar later nog steeds geen boedelbeschrijving is opgemaakt, ondanks dat hij steeds beterschap heeft beloofd.

Uit het procesdossier blijkt dat verweerder de erfgenamen en de schuldeisers niet op de hoogte houdt van zijn werkzaamheden.

Ook uit de brieven van de belanghebbenden blijkt eensluidend dat verweerder zijn taken niet met de grootst mogelijke zorgvuldigheid verricht.

Hij geeft geen inzicht in wat hij doet en wat de stand van zaken is.

Ook na de uitspraak van de Kamer zijn er geen merkbare stappen gezet in de afwikkeling van de nalatenschap.

Het feit dat er gedurende lange tijd geen voortgang wordt geboekt in de afwikkeling van de nalatenschap en er sprake is van een gebrekkige communicatie met verzoeker (en anderen) brengt de rechtbank tot de conclusie dat verweerder tekortgeschoten is in zijn verplichtingen als vereffenaar.

Gelet op het voorgaande zal het verzoek tot ontslag van verweerder als vereffenaar worden toegewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.