De Rechtbank Limburg heeft op 7 april 2021 uitspraak gedaan over de aansprakelijkheid van de vereffenaar.

Moeder heeft niet bij testament over haar laatste wil beschikt en laat haar vijf kinderen als erfgenamen na.

Bij akte van 28 mei 2018 heeft gedaagde voor zichzelf en als gevolmachtigde van de overige vier erfgenamen de nalatenschap van moeder beneficiair aanvaard. Partijen zijn het erover eens dat alle erfgenamen de nalatenschap van moeder beneficiair hebben aanvaard.

De nalatenschap van de voor-overleden vader is nog niet verdeeld en de vereffening van de nalatenschap van moeder is nog niet voltooid.

Vaststaat dat de nalatenschap nog niet geheel is vereffend en dat de toezichthoudende kantonrechter op de nalatenschap, gelet op de verdeeldheid tussen in ieder geval eiseres en gedaagde, aan gedaagde de aanwijzing heeft gegeven om een verzoekschrift bij de rechtbank in te dienen tot het laten benoemen van een derde tot vereffenaar.

De te benoemen vereffenaar, wiens benoeming op grond van het bepaalde in art. 4:206 lid 6 BW in het boedelregister door de griffier zal worden ingeschreven, zal op grond van het bepaalde in art. 4:203 lid 2 BW de vereffeningstaken van alle erfgenamen-vereffenaars in deze nalatenschap overnemen en vervangt hen.

Wat de vereffening verder betreft, staat vast dat gedaagde een aantal gewijzigde boedelbeschrijvingen heeft opgesteld en ingediend die door de griffier ter griffie van deze rechtbank ter inzage zijn gelegd.

Verder heeft gedaagde voor het overlijden van moeder handelingen ten behoeve en in opdracht van moeder verricht en heeft gedaagde na het overlijden van moeder de vereffening van de nalatenschap op zich genomen.

Voorts staat vast dat eiseres geen vereffeningstaken ter zake de nalatenschap heeft verricht.

De vraag die thans beantwoord dient te worden is in hoeverre gedaagde als mede-vereffenaar jegens eiseres als mede-vereffenaar gehouden is om de vorderingen van eiseres te voldoen dan wel daartoe aansprakelijk kan worden gehouden.

Erfrecht. Vereffening na beneficiaire aanvaarding. Aansprakelijkheid van de vereffenaar. Volmacht. Mede-vereffenaar. Taken van de vereffenaar. Boedelbeschrijving.

De rechter oordeelt als volgt.

De belangrijkste taak van een vereffenaar is het opstellen van een boedelbeschrijving.

In de boedelbeschrijving dient een overzicht van (bank)tegoeden, van de inboedel en de overige roerende en onroerende zaken van de erflaatster (de activa) alsmede de schulden van de erflaatster (de passiva) te worden vermeld.

Voor de opmaak van de boedelbeschrijving dient een vereffenaar zich te begeven naar de woning van de overledene en zich tot banken, uitkeringsinstanties, de Belastingdienst en de schuldeisers van de erflaatster te wenden.

Uit de stellingen van partijen volgt dat gedaagde dat heeft gedaan en eiseres niet, terwijl zij mede-vereffenaar is en dat tot een van haar vereffenaarstaken behoort.

Eiseres had dus zelf na het overlijden van moeder een beschrijving van de bezittingen van moeder dienen en kunnen opstellen en bij de debiteuren en crediteuren van de nalatenschap de daartoe benodigde informatie kunnen opvragen en bemachtigen.

Dat had eiseres op de dag van het overlijden van moeder of in de periode kort daarna kunnen doen want volgens de stelling van eiseres was zij op de dag van het overlijden door de zoon van gedaagde opgehaald, heeft zij twee weken bij gedaagde in huis verbleven en heeft zij met gedaagde gesproken over de inhoud van de nalatenschap.

Verder is eiseres, volgens haar eigen stelling, op de dag van het overlijden van moeder en in de periode van 15 tot en met 29 april 2018 regelmatig in het huis van moeder geweest.

Of en in hoeverre gedaagde eiseres in die periode of daarna belette om foto’s van de spullen in het huis van moeder te maken is niet relevant omdat eiseres als mede-vereffenaar daartoe maatregelen had kunnen treffen.

Gesteld noch gebleken is dat eiseres dat heeft gedaan.

Ook de stelling van eiseres, dat gedaagde aan instanties heeft aangegeven om geen gegevens aan eiseres te verstekken, had eiseres kunnen ondervangen door een notaris een verklaring van erfrecht op te laten maken en de afgifte van de gegevens van de schuldeisers kunnen afdwingen door bijvoorbeeld een verzoek ex art. 4:214 lid 1 BW aan de toezichthoudende kantonrechter te richten of een verzoek ex art. 203 lid 1 BW aan de rechtbank te richten.

Ook dat heeft eiseres niet gedaan.

Kortom, het door eiseres zelf verzaken van de vereffeningstaken kan zij niet op gedaagde afwentelen en de stelling van eiseres, dat zij niet bekend was met de procedure beneficiaire aanvaarding, komt dan ook voor haar rekening en risico.

Met inachtneming van het eerder overwogene reflecteren alle stellingen en vorderingen van eiseres op gedaagde dus ook op eiseres zelf.

Daarmee is het belang aan de vorderingen van eiseres komen te ontvallen en dat leidt ertoe dat de vorderingen integraal zullen worden afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur of van de vereffenaar, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.