De Rechtbank Amsterdam heeft op 28 april 2021 uitspraak gedaan over de vraag of de executeur verplicht was informatie te verstrekken aan een erfgenaam.

Op 9 januari 2019 is erflaatster overleden.

Partijen zijn de kinderen van erflaatster.

Bij brief heeft de advocaat van de zoon aan ABN AMRO Bank N.V. verzocht om informatie over de rekeningen en/of verzekeringspolissen die erflaatster bij ABN AMRO had afgesloten. Daarop heeft de zoon geen schriftelijke reactie ontvangen.

Vervolgens heeft de advocaat van de zoon de dochter (in haar hoedanigheid van executeur van de nalatenschap) verzocht om een overzicht van de nalatenschap, voorzien van achterliggende stukken, zodat het aandeel van de zoon kon worden vastgesteld.

De zoon legt aan zijn vordering – kort weergegeven – ten grondslag dat hij als erfgenaam van erflaatster recht heeft op de helft van de waarde van de nalatenschap, alsmede op informatie over (de omvang van) de nalatenschap.

De dochter is als executeur van de nalatenschap gehouden om hem over de omvang en afwikkeling van de nalatenschap te informeren.

Omdat zij dat niet doet, moet in haar plaats een onzijdig persoon worden aangesteld om de waarde van de nalatenschap vast te stellen en tot verdeling daarvan over te gaan, aldus de advocaat van de zoon.

Erfrecht. Executele. Vordering overlegging informatie door executeur aan erfgenaam. Vaststelling omvang nalatenschap. Boedelnotaris. Benoeming van een onzijdig persoon?

De rechter oordeelt als volgt.

Tijdens de mondelinge behandeling is namens de zoon de vordering tot overlegging van informatie aldus gespecificeerd dat hij op grond van artikel 4:148 van het Burgerlijk Wetboek (BW) de overlegging van bankafschriften van de bankrekening van erflaatster over de periode vanaf de brand op 1 januari 2014 tot heden vordert.

De informatieplicht van artikel 4:148 BW biedt geen grondslag voor de overlegging van bankafschriften over de periode van 1 januari 2014 tot 9 januari 2019.

Voor zover de executele nog niet is beëindigd, wat nog allerminst is komen vast te staan, strekt de informatieplicht van de executeur alleen tot het geven van inlichtingen omtrent de uitoefening van zijn taak.

Niet valt in te zien waarom de bankafschriften tot ongeveer vijf jaren voorafgaand aan het overlijden van erflaatster relevant zijn voor de vaststelling van de omvang van de nalatenschap op de datum van het overlijden.

Weliswaar heeft de zoon gesteld dat de dochter in die periode gelden van erflaatster zou hebben verduisterd, maar zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, is deze stelling onvoldoende aanleiding voor de overlegging van de genoemde bankafschriften.

Daarnaast heeft de zoon onvoldoende belang bij zijn vordering tot overlegging van bankafschriften.

In zijn hoedanigheid van erfgenaam van erflaatster kan hij, onder overlegging van een verklaring van erfrecht, immers zelf de door hem gewenste bankafschriften opvragen bij ABN AMRO.

Dit geldt temeer omdat de dochter onweersproken heeft gesteld dat zij inmiddels geen toegang meer heeft tot online bankafschriften van de bankrekening van erflaatster, omdat de bank haar de toegang tot het internetbankieren heeft ontzegd nadat de zoon daarover naar de bank opmerkingen had gemaakt.

Voor het overige is niet gesteld of gebleken dat de zoon, naast de hiervoor besproken bankafschriften, andere informatie of stukken wenst.

De vordering tot overlegging van informatie wordt daarom afgewezen.

Tijdens de mondelinge behandeling is door en namens de zoon deze vordering nader toegelicht en opgemerkt dat het zijn wens is dat de dochter van de zaak wordt gehaald en dat een onzijdig persoon wordt benoemd tot executeur die de afwikkeling van de nalatenschap gaat regelen.

De grondslag voor de benoeming van een onzijdig persoon is erin gelegen dat de dochter als executeur een boedelnotaris kan benoemen.

De grondslag is dezelfde wettelijke bepaling als de bepaling waarin de taken van de executeur zijn vermeld, aldus steeds de zoon.

Voor zover de zoon vordert dat een onzijdig persoon tot executeur wordt benoemd in plaats van de dochter, is de vordering niet-ontvankelijk.

Op grond van artikel 4:149 lid 1 sub f BW (en het bepaalde in het testament van erflaatster) wordt aan een executeur ontslag verleend door de kantonrechter in een verzoekschriftprocedure.

De bevoegdheid om een vervangende executeur te benoemen komt op grond van artikel 4:142 lid 1 BW (en het bepaalde in het testament van erflaatster) eveneens toe aan de kantonrechter.

De rechtbank is daartoe in de onderhavige procedure dus niet bevoegd.

Voor zover de zoon vordert dat een onzijdig persoon tot boedelnotaris wordt benoemd, biedt de wet daarvoor geen grondslag.

Ingevolge artikel 4:146 lid 1 BW, waar de zoon ter onderbouwing van zijn vordering tijdens de mondelinge behandeling kennelijk naar verwees, kan de executeur een boedelnotaris aanwijzen.

Het enkele feit dat de executeur dat niet doet, brengt geen bevoegdheid voor de rechtbank (of de kantonrechter) met zich om in plaats van de executeur tot benoeming van een boedelnotaris over te gaan.

Een boedelnotaris kan slechts door de kantonrechter respectievelijk de rechtbank worden benoemd wanneer op grond van artikel 4:197 lid 2 BW om aanwijzing van een vervangende boedelnotaris wordt verzocht of wanneer benoeming van een boedelnotaris op grond van artikel 3:181 BW jo. artikel 677 Rv in het kader van de verdeling wordt gevorderd.

Daarvan is in dit geval geen sprake.

Voor het overige wordt een boedelnotaris in beginsel benoemd door een erflater bij testament, de executeur, de vereffenaar of de erfgenamen.

Dat betekent dat de vordering tot benoeming van een onzijdig persoon tot boedelnotaris wordt afgewezen.

Uit het testament van erflaatster volgt dat de zoon recht heeft op de helft van de nalatenschap.

Maar omdat de vordering tot benoeming van een onzijdig persoon wordt afgewezen, is de vordering tot betaling van de helft van de door die onzijdig persoon vast te stellen waarde van de nalatenschap evenmin toewijsbaar.

Daarbij komt ook dat niet is gebleken dat de kosten waar de zoon in zijn vordering naar verwijst (maar waarvan onduidelijk is of daarmee verdelingskosten of proceskosten worden bedoeld) geheel voor rekening van de dochter moeten blijven.

Ook deze vordering wordt daarom afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over informatieverstrekking over een nalatenschap, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.