De Rechtbank Rotterdam heeft op 19 mei 2021 uitspraak gedaan over de vraag of de vordering van een executeur tot ontruiming van een woning wegens huurachterstand kon worden toegekend.
Op 1 februari 2016 is een huurovereenkomst gesloten tussen erflater als verhuurder en gedaagde als huurder
Gedaagde schiet doorlopend tekort in het nakomen van zijn huurbetalingsverplichtingen.
Hij betaalt structureel te laat.
Ten tijde van dagvaarding is de huur over de maanden maart en april 2021 niet voldaan.
Gedaagde stemt volgens eiser in met het eindigen van de huur per 1 april 2021. De bewoordingen van zijn email van 9 maart 2021 zijn niet anders uit te leggen dan als een akkoord met een einde van de huurovereenkomst.
Er is sprake van een spoedeisend belang.
De erven van erflater wensen niet langer dan nodig verbonden te zijn aan een onbetrouwbare huurder.
Bovendien heeft het op regelmatige basis ontvangen van huur naar zijn aard een spoedeisend karakter.
Voorts benadrukt eiser dat de woning in een nalatenschap valt.
Omdat de erven niet de middelen hebben om de woning zodanig op te knappen dat deze voldoet aan de regels van het Bouwbesluit, hebben zij geen andere keuze dan de woning te verkopen. Verkoop in verhuurde staat is tot nog toe onmogelijk gebleken.
Erfrecht. Executele. Huur. Executeur vordert in kort geding ontbinding van de huurovereenkomst wegens huurachterstand. Ontruiming van de woning?
De rechter oordeelt als volgt.
In artikel 4:145 lid 2 BW is bepaald dat de executeur gedurende zijn beheer bij de vervulling van zijn taak de erfgenamen in en buiten rechte vertegenwoordigt.
Dit houdt in dat indien er een bevoegde executeur is, een erfgenaam niet bevoegd is zelfstandig in rechte op te treden.
In onderhavige procedure blijkt uit de verklaring van erfrecht dat erflater eiser heeft benoemd als executeur.
Ingevolge artikel 4:145 BW vertegenwoordigt eiser in deze procedure derhalve de erfgenamen van erflater in zijn hoedanigheid van executeur (q.q.) en is hij niet bevoegd om zelfstandig als erfgenaam op te treden (pro se).
Eiser pro se wordt daarom niet ontvankelijk verklaard in zijn vordering. In het vervolg zal eiser aangeduid worden met eiser q.q.
Voldoende is gebleken dat eiser q.q. een spoedeisend belang heeft bij de door hem gevorderde voorzieningen, zodat hij in zoverre ontvankelijk is in zijn vordering.
In dit kort geding dient te worden beoordeeld of de in deze zaak aannemelijk te achten omstandigheden een ordemaatregel vereisen dan wel of de vordering van eiser q.q. in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd.
Het navolgende behelst dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.
Gedaagde heeft een huurachterstand van twee maanden laten ontstaan door de huur over de maand maart en april 2021 onbetaald te laten.
Gelet op de hoogte van deze huurachterstand zal in een bodemprocedure hoogstwaarschijnlijk worden geoordeeld dat ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning op grond van de huurachterstand niet gerechtvaardigd is.
Evenmin is het waarschijnlijk dat in een bodemprocedure wordt geoordeeld dat uit de e-mails van 9 maart 2021 van gedaagde zonder meer volgt dat hij heeft ingestemd met het einde van de huurovereenkomst.
De inhoud van deze e-mails is niet duidelijk genoeg, te meer, nu uit de nadien door gedaagde verzonden e-mail van 11 maart 2021 blijkt dat gedaagde er op dat moment van uitgaat dat er nog sprake is van een huurovereenkomst met eiser q.q.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen komt de kantonrechter tot de conclusie dat het niet aannemelijk is dat de ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure zal worden toegewezen.
Dit betekent dat de in onderhavige procedure door eiser q.q. gevorderde ontruiming wordt afgewezen.
Omdat de vordering tot ontruiming van de woning wordt afgewezen, is er geen grond om de gevorderde maandelijkse gebruiksvergoeding van € 543,00 toe te wijzen.
De vordering komt de kantonrechter voor het overige niet ongegrond of onrechtmatig voor en zal daarom worden toegewezen, zoals hierna vermeld.
In de omstandigheid dat beide partijen deels ongelijk krijgen ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over onroerend goed in een nalatenschap, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.