Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de vraag of ondanks dat de vereffening nog niet was voltooid toch al verdeling van de nalatenschap mogelijk was.

De erflater is in 2021 overleden.

Zijn echtgenote (appellante) is in zijn testament als zijn enig erfgenaam benoemd.

Blijkens het vonnis heeft de rechtbank ten grondslag gelegd dat de vorderingen in materieel opzicht niet zien op verdeling maar op vereffening, zijnde iets waartoe de erflater niet zonder medewerking van de overige vereffenaars bevoegd is.

In de grief stelt appellante dat in deze kwestie weliswaar formeel nog sprake is van vereffening, maar dat hier zich eenzelfde situatie voordoet als aan de orde in HR 19 mei 2017, HR:2017:939 en dat er dus wel kan worden verdeeld.

Het hof gaat in deze stelling niet mee.

Erfrecht. Vereffening. Beneficiaire aanvaarding. Ondanks vereffening toch verdeling mogelijk? Schulden van de nalatenschap. Waarborg schuldeisers. Saldo nalatenschap.

De rechter oordeelt als volgt.

In de grief stelt appellante dat in deze kwestie weliswaar formeel (nog) sprake is van vereffening, maar dat hier zich eenzelfde situatie voordoet als aan de orde in Hoge Raad, 19 mei 2017, HR:2017:939 en dat er dus wel kan worden verdeeld.

Het hof gaat in deze stelling niet mee.

Art. 4:202 lid 1, aanhef en onder a, BW bepaalt, voor zover hier van belang, dat een nalatenschap moet worden vereffend volgens de voorschriften van afdeling 4.6.3 BW wanneer zij door een of meer erfgenamen onder voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard, tenzij er een tot voldoening van de opeisbare schulden en legaten bevoegde executeur is en deze kan aantonen dat de goederen der nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om alle schulden der nalatenschap te voldoen.

Volgens art. 4:195 lid 1 BW zijn alle erfgenamen vereffenaar als een nalatenschap door een of meer erfgenamen beneficiair is aanvaard.

Is een nalatenschap door een van de erfgenamen beneficiair aanvaard, dan rust dus op alle erfgenamen van die nalatenschap de verplichting tot vereffening en zijn zij allen vereffenaar.

De vereffenaar heeft tot taak de schulden van de nalatenschap te voldoen (HR 17 mei 2013, HR:2013:BZ3643, NJ 2013/488).

De verplichting tot vereffening van de nalatenschap in geval van beneficiaire aanvaarding door een of meer erfgenamen, strekt tot bescherming van de schuldeisers van de nalatenschap (MvA I, Parl. Gesch. Boek 4, p. 945).

Daarbij is van belang dat schuldeisers van de nalatenschap hun vorderingen in geval van beneficiaire aanvaarding in beginsel slechts op de goederen der nalatenschap kunnen verhalen (art. 4:184 lid 1 BW), tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden waarin verhaal op het vermogen van een erfgenaam mogelijk is (bijv. art. 4:184 leden 2 en 3 BW, en art. 4:220 lid 2 BW).

Uitgangspunt is dat de erfgenamen de vereffening van een beneficiair aanvaarde nalatenschap behoren te voltooien alvorens de nalatenschap te verdelen (MvA II, Parl. Gesch. Boek 4, p. 979), teneinde te waarborgen dat de vorderingen van de schuldeisers van de nalatenschap zoveel mogelijk daadwerkelijk uit de nalatenschap worden voldaan.

In het licht van het voorgaande rust op de erfgenaam die verdeling vordert van een nalatenschap die door een of meer erfgenamen beneficiair is aanvaard, in beginsel de plicht om feiten en omstandigheden te stellen waaruit kan volgen dat de schulden van de nalatenschap zijn voldaan.

De rechter kan een partij die niet voldoet aan die stelplicht bevelen haar stellingen zodanig toe te lichten dat de rechter in het verdelingsgeschil kan beoordelen of de vereffening is voltooid (art. 22 Rv).

Is de vereffening naar het oordeel van de rechter niet voltooid of is over de voltooiing onvoldoende uitsluitsel verkregen, dan dient de rechter in overleg met partijen te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om desondanks op de grondslag van de vordering en het verweer te beslissen op een wijze die ook voldoende rekening houdt met de belangen van schuldeisers van de nalatenschap.

Daarbij kan worden gedacht aan het aanhouden van de zaak totdat alsnog vereffening heeft plaatsgevonden, aan een verdeling onder voorwaarden die de positie van schuldeisers waarborgt, of aan een gedeeltelijke verdeling die de rechten van schuldeisers van de nalatenschap onverlet laat.

Voor zover deelgenoten in de nalatenschap schuldeisers van de nalatenschap zijn, bestaat eventueel de mogelijkheid dat hun aanspraken worden betrokken in de verdeling.

De onderhavige zaak kenmerkt zich onder meer hierdoor dat tegen geïntimeerden verstek is verleend.

De situatie dat de rechter eigenstandig kan beoordelen of de vereffening is voltooid dan wel met partijen kan onderzoeken of er mogelijkheden zijn om, ondanks het feit dat de vereffening nog niet is afgerond, op de grondslag van de vordering en het verweer te beslissen op een wijze die ook voldoende rekening houdt met de belangen van schuldeisers van de nalatenschap, doet zich in de onderhavige zaak dan ook niet voor.

Het voorgaande laat onverlet dat het hof er begrip voor heeft dat appellante heeft geprobeerd om de vereffening en verdeling van de nalatenschap van moeder door middel van een rechterlijke procedure te bevorderen, nu partijen daar in onderling overleg kennelijk niet uitkomen.

Dat geïntimeerden noch bij de rechtbank noch in hoger beroep in de procedure zijn verschenen, brengt appellante echter blijkens het voorgaande in een lastig pakket.

Het hof ziet ondanks de, ook volgens appellante zelf, nog niet voltooide vereffening slechts ruimte om tot een verdeling van de nalatenschap over te gaan, indien daarbij de positie van de schuldeisers van de nalatenschap voldoende wordt gewaarborgd.

Dat is alleen het geval indien komt vast te staan dat er buiten de kring van de partijen in deze procedure geen (andere) schuldeisers van de nalatenschap zijn.

Dat laatste is in dit geschil echter niet gebleken.

Appellante enkele stelling in dit kader dat er geen (andere) schuldeisers van de nalatenschap(pen) zijn, is niet voldoende feitelijk onderbouwd, bijvoorbeeld met verklaringen van de overige vereffenaars die dit bevestigen.

Het feit dat de notaris de erflater heeft bericht over het negatieve saldo van de nalatenschap van moeder alsmede het feit dat de erflater de nalatenschap van moeder vervolgens beneficiair heeft aanvaard duidt al evenmin op de juistheid van de stelling dat er geen (andere) schuldeisers van die nalatenschap (kunnen) zijn.

Dat er vanuit de andere nabestaanden voorstellen zijn gedaan tot afwikkeling van de nalatenschap van moeder is onvoldoende om tot een ander oordeel te komen.

Tot slot snijdt appellante haar beroep op de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 6 september 2017, RBMNE:2017:4379, geen hout, nu die procedure, anders dan de onderhavige zaak, op tegenspraak werd gevoerd en de rechtbank op basis van de stellingen van partijen in die zaak zelf kon vaststellen dat er geen externe schuldeisers van de nalatenschap waren.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.