De Rechtbank Noord-Holland heeft op 19 oktober 2022 uitspraak gedaan over de vraag of de executeur op de juiste wijze was gedagvaard.

Eiser stelt dat hij vorderingen heeft op de nalatenschap van A.

Tussen partijen staat vast dat de taak van gedaagde als executeur in de nalatenschap van A nog niet is geëindigd.

Op grond van artikel 4:145 BW moeten de vorderingen van eiser daarom worden ingesteld tegen gedaagde in hun hoedanigheid van executeur.

Gedaagde heeft als meest verstrekkende verweer gevoerd dat eiser niet ontvankelijk is in zijn vorderingen, omdat gedaagde pro se zijn gedagvaard en niet in hoedanigheid van executeur.

De rechtbank volgt dit verweer van gedaagde niet.

Erfrecht. Executele. Procesrecht. Dagvaarden van een executeur. Is de executeur verkeerd gedagvaard en de vordering niet-ontvankelijk? Hoedanigheid. Uitleg van de dagvaarding.

De rechter oordeelt als volgt.

De vraag in welke hoedanigheid een partij optreedt, vergt uitleg van de dagvaarding.

In verband met de aard van dat stuk en de belangen van de wederpartij moeten strenge eisen worden gesteld aan de duidelijkheid van de formulering van het exploot.

Deze strenge eisen brengen echter niet mee dat steeds en uitdrukkelijk melding moet worden gemaakt van de hoedanigheid van de procespartij (Hoge Raad, 22 oktober 2004, HR:2004:AP1435).

Op het voorblad van de dagvaarding is niet vermeld dat gedaagde wordt gedagvaard in zijn hoedanigheid van executeur in de nalatenschap van A.

Gelet op het voorgaande leidt dit enkele feit nog niet tot het oordeel dat eiser niet-ontvankelijk is.

Het komt aan op uitleg van de dagvaarding.

Daarbij acht de rechtbank van belang dat in de dagvaarding wordt vermeld dat gedaagde executeur is.

Daarbij komt dat gedaagde, voor zover eiser bekend is, geen andere hoedanigheid heeft in het kader van de nalatenschap van A.

Eiser weet namelijk niet wie de erfgenaam of erfgenamen van A is of zijn.

Het is in de dagvaarding bovendien zonder meer duidelijk dat eiser stelt vorderingen te hebben op de nalatenschap van A en niet op gedaagde zelf.

Dat blijkt ook voldoende duidelijk uit de formulering van het petitum: de vorderingen zijn uitdrukkelijk gebaseerd op een schenkingsovereenkomst en een leningsovereenkomst met A.

Eiser neemt tot slot evenmin stellingen in die de indruk kunnen wekken dat hij betoogt dat gedaagde met het privévermogen aansprakelijk is.

De rechtbank is daarom van oordeel dat uit de dagvaarding voldoende duidelijk volgt dat de vorderingen worden ingesteld tegen gedaagde in zijn hoedanigheid van executeur in de nalatenschap van A en dat gedaagde de dagvaarding ook aldus hebben begrepen en hebben moeten begrijpen.

Dat betekent da eiser ontvankelijk is in zijn vorderingen en dat aan de inhoudelijke beoordeling wordt toegekomen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.