De Rechtbank Oost-Brabant heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over een verzoek tot machtiging voor het te gelde maken van een woning uit een nalatenschap.
Partijen zijn broers en zus van elkaar.
Moeder heeft een testament laten opmaken.
In het testament zijn partijen tot erfgenamen benoemd.
Partijen zijn in het testament tevens benoemd tot executeurs van de nalatenschap met gezamenlijke bevoegdheid.
Tussen en gedaagde en eisers is onenigheid ontstaan over de afwikkeling van de nalatenschap van moeder.
Eisers vorderen samengevat hen te machtigen om mede namens gedaagde de woning te verkopen door bemiddeling van een makelaarskantoor tegen een door die makelaar in redelijkheid te bepalen prijs.
Executele. Geschil erfgenamen met executeur. Verzoek tot machtiging voor het te gelde maken van een woning uit de nalatenschap.
De vordering strekt tot het verkrijgen van een machtiging om de woning te gelde te maken.
Op grond van artikel 3:174 BW kan aan een deelgenoot een dergelijke machtiging worden vertrekt indien sprake is van een gewichtige reden.
Het beschamen van een deelgenoot van het vertrouwen dat hij mee zal werken aan verkoop levert een dringende reden op.
Eisers hebben met de overgelegde e-mails van gedaagde voldoende aannemelijk gemaakt dat gedaagde dat vertrouwen heeft geschaad.
Hij heeft eiser in correspondentie over de afwikkeling van de nalatenschap meermaals in niet mis te verstane bewoordingen uitgescholden.
Het is ook voldoende aannemelijk dat de woning verkocht zal moeten worden.
Gedaagde geeft weliswaar aan dat hij de woning wil overnemen, maar hij heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij de daarvoor benodigde financiering kan verkrijgen.
Het inkomen van gedaagde zelf is daarvoor in elk geval ontoereikend. Hij heeft geen baan en ontvangt een uitkering. Gedaagde stelt weliswaar dat hij een vriendin heeft die wel een baan heeft en dat zij samen bezig zijn om een financiering te verkrijgen, maar hij heeft die stelling verder niet onderbouwd. Gedaagde heeft niets gesteld over de hoogte van het gezamenlijke inkomen van hem en zijn vriendin of welk bedrag aan financiering zij op basis daarvan zouden kunnen verkrijgen.
De voorzieningenrechter gaat er daarom van uit dat de woning aan een derde zal moeten worden verkocht.
Slotsom is dat voldoende grond bestaat om eisers te machtigen om de woning te gelde te maken.
Deze vordering zal daarom worden toegewezen.
Nu gedaagde geen bezwaren heeft geuit tegen bemiddeling door Makelaarskantoor M te O bij de verkoop, zal ook dat onderdeel worden toegewezen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de verkoop van onroerend goed uit een nalatenschap, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.