Het Gerechtshof Den Haag heeft op 19 mei 2021 uitspraak gedaan over de vraag of er wel voldoende belang bestond bij een rechtelijk bevel tot het opmaken van een notariële boedelbeschrijving.

In geschil is of in het kader van de afwikkeling van de nalatenschap van erflater op de voet van artikel 672 Rv een boedelbeschrijving dient te worden bevolen, op te maken door een bij dat bevel aan te wijzen notaris, met benoeming van een schatter die de waarde van de ouderlijke woning van partijen per de in acht te nemen peildata dient vast te stellen.

De zuster verweert zich daartegen en verzoekt het hof het hoger beroep van de broer te verwerpen en hem te veroordelen in de kosten van deze procedure.

Tegen een bevel tot een boedelbeschrijving voor een bij dat bevel aan te wijzen notaris als bedoeld in artikel 672 Rv is op grond van lid 1 laatste volzin van voormeld artikel geen hogere voorziening toegelaten.

Tegen de weigering tot het geven van een dergelijk bevel – zoals in de onderhavige zaak – is hoger beroep wel mogelijk, zodat de broer ontvankelijk is in zijn hoger beroep.

Het hof stelt voorop dat de broer zijn verzoek in hoger beroep heeft vermeerderd in die zin dat hij thans tevens verzoekt een schatter te benoemen om de waarde van de ouderlijke woning te bepalen.

Onder aanvulling van de gronden begrijpt het hof dat de broer hiermee een beroep doet op artikel 679 Rv, aangezien het de taxatie van een onroerend goed betreft.

Nu de zuster geen bezwaar heeft gemaakt tegen voormelde wijziging zal het hof uitgaan het gewijzigde verzoek van de broer.

De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking overwogen dat het voornaamste punt dat partijen verdeeld houdt de waarde van de ouderlijke woning is.

Nu de waarde van die woning onlangs door de makelaar is vastgesteld, kan er naar het oordeel van de kantonrechter een definitieve boedelbeschrijving worden opgemaakt.

Daarvoor is het aanwijzen van een notaris niet nodig.

Voor het geval partijen niet tot een vergelijk mochten kunnen komen, heeft de kantonrechter hen in overweging gegeven bij de rechtbank een verzoekschrift in te dienen tot het benoemen van een vereffenaar.

De broer kan zich niet in vinden in het oordeel van de kantonrechter.

Volgens de broer kunnen partijen onderling niet tot overeenstemming komen en is dat tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg al duidelijk geworden.

Zo is de zuster het niet eens met de door hem in zijn hoedanigheid van executeur opgestelde boedelbeschrijving van 2 januari 2018.

Evenmin is zij akkoord met de door de broer gestelde waarde van de ouderlijke woning per respectievelijk de sterfdatum van de moeder van partijen en de sterfdatum van erflater.

Op zijn beurt is de broer het niet eens met de in opdracht van de zuster door een makelaar opgestelde taxatie van die woning.

De broer heeft derhalve belang bij zijn verzoek tot bevel boedelbeschrijving door een notaris.

Er dient tevens een schatter (makelaar-taxateur) te worden benoemd die de marktwaarde van de ouderlijke woning ten tijde van het overlijden van de moeder van partijen alsmede ten tijde van het overlijden van erflater vaststelt.

Op basis van de gerechtelijk te bevelen boedelbeschrijving zijn de verdeling en bepaling van de omvang van de legitimaire massa en de uitkering van het legaat dan relatief eenvoudig.

De zuster verwijst naar het door haar in eerste aanleg gevoerde verweer.

Zij voert voorts aan dat op de broer in zijn hoedanigheid van executeur de plicht rust te zorgen voor een boedelbeschrijving van de nalatenschap van erflater.

De zuster is van mening dat de kantonrechter terecht heeft overwogen dat de waarde van de ouderlijke woning het belangrijkste geschilpunt is tussen partijen.

Volgens de zuster blijkt voorts uit de overgelegde stukken betreffende de door haar ingestelde procedure bij de rechtbank Rotterdam, dat partijen nagenoeg identieke inventarisaties hebben gemaakt van de nalatenschappen van de moeder van partijen en erflater.

Er is dan ook geen enkel belang bij het benoemen van een notaris die een boedelbeschrijving zou moeten opstellen.

Het is volgens de zuster nu aan de rechtbank Rotterdam om de verdeling van de nalatenschap van de moeder van partijen alsmede de legitimaire portie van het aandeel van de zuster in de nalatenschap van erflater vast te stellen.

Erfrecht. Afwikkeling van een nalatenschap. Rechtelijk bevel tot boedelbeschrijving. Belang. Hoger beroep tegen afwijzing mogelijk? Schatting van de waarde van een woning.

De rechter oordeelt als volgt.

Mede bezien zijn toelichting, verstaat het hof de grief van de broer aldus dat deze zich uitsluitend richt op de waardering van de ouderlijke woning.

De advocaat van de zuster heeft ter terechtzitting bevestigd dat de zuster de grief eveneens op die wijze heeft opgevat.

Ook uit het partijdebat ter terechtzitting is het hof gebleken dat de in aanmerking te nemen waarde van de ouderlijke woning het belangrijkste struikelblok vormt bij de afwikkeling van de nalatenschap van erflater.

De advocaat van de zuster heeft voorts ter terechtzitting aangegeven dat naar zijn mening een notariële boedelbeschrijving op de voet van artikel 672 Rv niet noodzakelijk is ter bepaling van de waarde van de ouderlijke woning.

Het hof stelt voorop dat de rechter een discretionaire bevoegdheid heeft met betrekking tot het geven van een bevel tot een boedelbeschrijving door een bij dat bevel aan te wijzen notaris als bedoeld in artikel 672 Rv.

Nu ook in hoger beroep het voornaamste geschilpunt tussen partijen de in aanmerking te nemen waarde van de ouderlijke woning blijkt te zijn, acht het hof een bevel tot een boedelbeschrijving door een bij dat bevel aan te wijzen notaris niet geëigend om tot een beëindiging van dat geschilpunt te komen.

Immers, zoals uit de standpunten van partijen en het verhandelde ter terechtzitting is gebleken, zijn de tot de boedel behorende goederen en schulden bij partijen in hoofdlijnen bekend.

Bovendien ligt de zaak reeds in volle omvang voor aan de rechtbank Rotterdam.

Gelet op deze feiten en omstandigheden ziet het hof niet in wat een notariële boedelbeschrijving zou toevoegen aan de oplossing van het voornaamste geschilpunt tussen partijen, te weten de waarde van de ouderlijke woning.

Het hof komt tot de conclusie dat de broer zijn recht en belang met betrekking tot een bevel tot een boedelbeschrijving door een bij dat bevel aan te wijzen notaris niet – ook niet summierlijk – aannemelijk heeft gemaakt.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over een boedelbeschrijving of de waardering van onroerend goed, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.