De Rechtbank Noord-Holland heeft op 16 juni 2021 uitspraak gedaan over de vraag of de executeur een auto van een erfgenaam kon terugvorderen, waarvan de erfgenaam had gesteld dat hij de auto als schenkingen gekregen had van zijn moeder, de erflaatster.

Volgens gedaagde moet eiser (de executeur) niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vorderingen, omdat hij niet met instemming van alle erfgenamen deze procedure heeft aangespannen.

De kantonrechter oordeelt hierover als volgt.

Artikel 4:145 lid 2 BW bepaalt dat de executeur bij de uitvoering van zijn taak de erfgenamen in en buiten rechte vertegenwoordigt.

Volgens de toelichting op dit artikel betreft dit een exclusieve bevoegdheid.

De executeur is bevoegd tot het beheer over de nalatenschap, met uitsluiting van de (overige) erfgenamen.

Dit betekent, dat de executeur in het kader van zijn taak tot beheer van de nalatenschap, een gerechtelijke procedure kan aanspannen, zonder dat hij daarvoor de instemming van de overige erfgenamen nodig heeft.

Eiser is dan ook, in zijn hoedanigheid van executeur van de nalatenschap van erflaatster, ontvankelijk in zijn vorderingen.

Erfrecht. Executele. Executeur vordert de afgifte van auto van een erfgenaam. Was er sprake van een schenking door erflaatster? Misbruik van omstandigheden? Bewijs.

De rechter oordeelt als volgt.

Allereerst moet worden beoordeeld, of de zaken waarvan teruggave wordt gevorderd, daadwerkelijk door erflaatster aan gedaagde zijn geschonken.

Op grond van artikel 7:175 lid 1 BW is een schenking een overeenkomst om niet, die ertoe strekt dat de ene partij, de schenker, ten koste van eigen vermogen de andere partij, de begiftigde, verrijkt.

Volgens artikel 7:175 lid 2 BW geldt het schenkingsaanbod als aangenomen, wanneer de begiftigde het niet onverwijld heeft afgewezen na er kennis van te hebben genomen.

Uit deze wettelijke bepaling volgt dat een schenking, zoals elke overeenkomst, tot stand komt door aanbod en aanvaarding.

De schenking is daarbij niet aan bepaalde vormvoorschriften gebonden.

Verder moet de schenker daadwerkelijk de wil hebben om de begiftigde te bevoordelen, ten koste van zijn eigen vermogen.

Deze bedoeling om te bevoordelen moet blijken uit feiten en omstandigheden, waaruit volgt dat de schenker zich bewust was van en daadwerkelijk de wil had om de ander te bevoordelen.

Uit de feiten en omstandigheden zoals door gedaagde beschreven en door eiser niet gemotiveerd weersproken, blijkt dat erflaatster daadwerkelijk de bedoeling had om de auto aan gedaagde te schenken.

De kantonrechter neemt daarbij in aanmerking dat niet alleen gedaagde, maar ook ambulant begeleider X verklaren, dat erflaatster de auto aan gedaagde wilde schenken en dat zij daartoe zelf contact heeft opgenomen met haar budgetbeheerder, om te vragen hoe zij dit kon regelen.

Hoewel de verklaring van X een weergave betreft van het gesprek dat de gemachtigde van gedaagde met haar heeft gevoerd, kan aan deze verklaring enige mate van bewijskracht niet worden ontzegd. X zelf heeft immers, in een reactie op dit verslag, aangegeven dat zij zich in de weergave van het gesprek kon vinden.

De kantonrechter neemt daarbij verder in aanmerking dat de wil van erflaatster om gedaagde de auto te schenken, ook blijkt uit de registratie van het telefoongesprek met Univé, waarbij zij aangeeft dat zij de auto op naam van gedaagde wil laten overschrijven.

Eiser heeft in dit verband aangevoerd, dat een wijziging van de tenaamstelling bij de RDW niet zonder meer aantoont dat de te naam gestelde ook de eigenaar is van de auto.

De overschrijving van de auto is echter, naar het oordeel van de kantonrechter, aan te merken als een uiting van de wil van erflaatster om de auto aan gedaagde te schenken.

Gedaagde is weliswaar niet door de overschrijving als zodanig eigenaar geworden, maar wel door de schenking, die door gedaagde is aanvaard.

De overschrijving -waarvoor erflaatster de benodigde papieren aan gedaagde ter hand heeft gesteld- is in dit verband dus aan te merken als uiting van de wil van erflaatster om gedaagde te bevoordelen.

Het gesprek met Univé omtrent de overschrijving vond plaats op 18 september 2020. Erflaatster was toen weliswaar al ziek, maar niet is gebleken dat zij op dat moment zodanig verward, dan wel zwak zou zijn, dat zij op dat moment niet in staat was om haar wil te bepalen.

Nu ten aanzien van de auto is vastgesteld dat sprake is van schenking, moet vervolgens worden beoordeeld of deze schenking -zoals eiser stelt- door misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen.

Artikel 7:176 BW bepaalt dat indien de schenker feiten stelt waaruit volgt dat de schenking door misbruik van omstandigheden is tot stand gekomen, de bewijslast van het tegendeel op de begiftigde rust.

De stelplicht ten aanzien van het bestaan van die omstandigheden, het causaal verband en het misbruik blijven echter op de schenker rusten.

Het is dan ook aan eiser om voldoende feiten te stellen waaruit een misbruik van omstandigheden kan worden opgemaakt.

Eiser heeft in dit verband aangevoerd dat de schenkingen plaatsvonden terwijl erflaatster ernstig ziek was; zij was beroerd, angstig en gedesoriënteerd.

De kantonrechter is van oordeel dat eiser zijn stellingen op dit punt onvoldoende heeft onderbouwd.

Zo geeft hij niet aan, waaruit blijkt dat erflaatster ten aanzien van de schenking van de auto onvoldoende wilsbekwaam was om de gevolgen daarvan te overzien.

De kantonrechter neemt daarbij in aanmerking dat deze schenking plaatsvond voor haar opname in het ziekenhuis.

Niet is gebleken dat zij op dat moment niet in staat was om haar wil te bepalen.

Dat zij destijds haar wensen nog duidelijk kon aangeven, wordt daarentegen bevestigd door de verklaringen van X, Z en AA.

Dit betekent dat eiser onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld die het oordeel kunnen dragen dat de schenking van de auto aan gedaagde door misbruik van omstandigheden is gedaan.
Aan toepassing van artikel 7:176 BW komt de kantonrechter daarom niet toe.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de private bevoegdheid van de executeur, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.