Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 3 juni 2021 uitspraak gedaan over de aansprakelijkheid van de vereffenaar voor het neerleggen van de uitdelingslijst.
Toetsing van het beleid van een gerechtelijke vereffenaar aan 4:218 lid 3 BW enerzijds dan wel artikel 1:374 BW anderzijds geschiedt aan hand van zelfde maatmancriterium (redelijk handelend vereffenaar)
Erfrecht. Vereffening. Verzet tegen uitdelingslijst. Rekening en verantwoording. Aansprakelijkheid van de vereffenaar. Neerlegging van uitdelingslijst. Maatmancriterium.
De rechter oordeelt als volgt.
Het hof dient gezien hetgeen de Hoge Raad heeft overwogen eerst te bepalen of sprake is van een verzoek op de voet van artikel 4:218 BW (verzet tegen uitdelingslijst) dan wel artikel 4:221 lid 3 BW (rekening en verantwoording in het kader van een zogenaamde lichte vereffening).
De kantonrechter heeft evident beoogd een beslissing te nemen op grond van artikel 4:221 lid 3 BW jo art. 4:161 BW en de in art. 4:161 lid 4 BW van overeenkomstige toepassing verklaarde paragrafen 10 en 11 van afdeling 6 van titel 14 van Boek 1 BW, in het bijzonder artikel 1:374 BW.
Dat hij daarbij, zoals in grief 1 is gesteld, ten onrechte in de veronderstelling verkeerde dat de vereffenaar vanwege toepasselijkheid van artikel 4:221 lid 2 BW niet gehouden was tot nederlegging van een uitdelingslijst, omdat alle bekende schulden konden worden voldaan – dat laatste is immers niet het geval in de onderhavige zaak -, doet hier niet aan af.
Maar deze kwalificatiebeslissing is onjuist.
Onder de schulden van de nalatenschap vallen immers ook de legaten (artikel 4:7 lid 1 onder h en i BW), en uit de (diverse versies van de) uitdelingslijsten als in het dossier aanwezig blijkt dat deze schulden niet geheel kunnen worden voldaan.
Het hof merkt op dat het door de vereffenaar bepleite marginale toetsingskader (het maatmancriterium van de redelijk en/of vakbekwaam handelend vereffenaar) geldt zowel bij artikel 4:218 lid 3 BW als in het kader van – kort gezegd – artikel 1:374 BW, althans (in ieder geval) wanneer het gaat om het optreden van een door de rechter benoemde vereffenaar.
Dit is overigens ook onderkend door de vereffenaar tijdens de behandeling in hoger beroep.
Naar het oordeel van het hof leidt het neerleggen van een uitdelingslijst, ook als daartoe strikt genomen geen verplichting zou bestaan, wel degelijk al tot toepasselijkheid van de procedure van artikel 4:218 lid 3 BW.
Artikel 4:221 lid 2 BW geeft de vereffenaar immers de bevoegdheid het neerleggen achterwege te laten, maar als de vereffenaar om hem of haar moverende redenen toch voor het neerleggen kiest is dat een gegeven en geldt artikel 4:218 lid 3 BW (in beginsel) als zodanig.
Wel merkt het hof merkt op dat het hem niet bevreemdt dat de kantonrechter het niet door een advocaat maar door verweerders zelf ingediende ‘stuk’ uiteindelijk heeft aangemerkt als bedoeld om een geschil aan te melden als bedoeld in – kort gezegd – artikel 1:374 BW, nadat de kantonrechter ten onrechte meende dat de verzet-procedure niet aan de orde was.
Het uitvoerige stuk is een deels onnavolgbare brij van argumenten en stellingen die een veel bredere scope lijken te hebben dan een eenvoudig verzetschrift, ook al is het hof zich ervan bewust dat ook via een verzetschrift het beleid van een vereffenaar aan de orde kan worden gesteld.
Aldus overlappen de door artikel 4:218 BW en 1:374 BW geboden mogelijkheden elkaar deels, met allebei als bijzonder kenmerk dat indiening niet door een advocaat hoeft te geschieden, zoals voor verzoeken als bedoeld in artikel 1:374 BW blijkt uit artikel 799 Rv jo artikel 278 lid 3 Rv.
Het benutten van die mogelijkheid – indiening zonder (veel) kosten te maken voor een advocaat – lijkt de voornaamste drijfveer te zijn geweest voor de door oorspronkelijke verzoekers (verweerders) gekozen route.
De uiteindelijke keuze van de kantonrechter, waarbij deze zich alleszins lovenswaardig nog de nodige moeite heeft getroost te begrijpen wat de klachten van de oorspronkelijke verzoekers (mogelijk) behelsden, is dan ook – hoewel naar het oordeel van het hof onjuist – wel begrijpelijk.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de aansprakelijkheid van de executeur of vereffenaar, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.