De Rechtbank Den Haag heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de bevoegdheden van de executeur, in het bijzonder over het beheer van de nalatenschap door de executeur.

De executeur stelt dat zij zowel het resterend deel van de saldi van de bankrekeningen van erflaatster als privégelden heeft moeten aanwenden om de woning te onderhouden en te renoveren. Het betrof een gedateerde woning en er was achterstallig onderhoud. Zonder deze verbouwing was de woning niet verkoopbaar, aldus de executeur.

Ter zitting heeft de executeur verklaard dat zij van de ervenrekening een bedrag van € 22.000 heeft gebruikt voor verbouwingskosten en dat zij zelf uit privémiddelen nog een bedrag van € 74.000 aan de verbouwing heeft betaald.

Het oorspronkelijke saldo van ongeveer € 72.000 van de ervenrekening is, naast deze verbouwingskosten van € 22.000, verder opgegaan aan begrafeniskosten van € 18.000.

De executeur heeft ter zitting betoogd dat de verbouwingskosten hebben bijgedragen aan een waardevermeerdering van een ton, zodat deze kosten ten laste van de nalatenschap moeten komen.

Indien de verbouwingskosten niet ten laste van de nalatenschap mogen komen, dan mag de waardevermeerdering van de woning volgens haar ook niet ten gunste van de nalatenschap komen.

De executeur heeft ter zitting verklaard dat zij niet met de andere deelgenoten over de verbouwing heeft overlegd.

Volgens de executeur was overleg met de andere deelgenoten niet mogelijk, omdat zij van de andere deelgenoten geen contact met hen mocht opnemen.

De advocaat van de erfgenaam heeft gemotiveerd betwist dat voormelde kosten ten laste van de nalatenschap mogen komen. Verder heeft de advocaat ter zitting betwist dat de verbouwingskosten leiden tot een hogere verkoopopbrengst van een ton.

Bevoegdheden van de executeur. Beheer van de nalatenschap. Herstelwerkzaamheden

De rechter overweegt als volgt.

De executeur was bevoegd tot beheer van de goederen van de nalatenschap.

Voor de aan het beheer te ontlenen bevoegdheden kan aansluiting worden gezocht bij artikel 3:170 lid 2 BW (zie Hoge Raad 21 november 2008, HR:2008:BD5985).

Artikel 3:170 lid 1 BW bepaalt dat handelingen dienende tot gewoon onderhoud of tot behoud van een gemeenschappelijk goed, en in het algemeen handelingen die geen uitstel kunnen lijden, door ieder van de deelgenoten zo nodig zelfstandig kunnen worden verricht.

Lid 2 bepaalt dat het beheer voor het overige geschiedt door de deelgenoten tezamen, tenzij een regeling anders bepaalt. Onder beheer zijn begrepen alle handelingen die voor de normale exploitatie van het goed dienstig kunnen zijn, alsook het aannemen van aan de gemeenschap verschuldigde prestaties.

Lid 3 bepaalt dat tot andere handelingen betreffende een gemeenschappelijk goed dan in de vorige leden vermeld, uitsluitend de deelgenoten tezamen bevoegd zijn.

Ten aanzien van het herstel van de waterleiding is sprake van handelingen die geen uitstel kunnen lijden.

Tot het herstel van de waterleiding was de executeur daarom zelfstandig bevoegd.

Nu partijen niet anders zijn overeengekomen, moeten zij op grond van artikel 3:172 BW naar evenredigheid bijdragen tot de uitgaven die voortvloeien uit handelingen welke bevoegdelijk ten behoeve van de gemeenschap zijn verricht.

Aangezien de verbouwing van de woning geen gewoon onderhoud betrof en evenmin is gebleken dat de verbouwing noodzakelijk was tot behoud van de woning en voorts niet is gesteld of gebleken dat partijen ten aanzien van het beheer van de woning een overeenkomst hebben gesloten, waren partijen ten aanzien van de verbouwing van de woning uitsluitend tezamen bevoegd.

Vast staat dat de executeur de verbouwing niet met de andere deelgenoten heeft besproken.

In het licht van de gemotiveerde betwisting door de erfgenamen heeft de executeur onvoldoende onderbouwd waarom overleg met de andere deelgenoten over de verbouwing niet mogelijk was.

De andere deelgenoten hebben dus niet ingestemd met de verbouwing.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de executeur de verbouwing dan ook niet bevoegdelijk doen verrichten, zodat deze kosten niet ten laste van de nalatenschap mogen worden gebracht.

Ten aanzien van de overige kosten heeft de executeur ter zitting verklaard dat deze zijn gemaakt om de waarde van de woning te vermeerderen en om de woning beter te kunnen verkopen.

Niet is gesteld of gebleken dat die betreffende werkzaamheden geen uitstel konden lijden, of dat de deelgenoten hier afspraken over hebben gemaakt.

Deze kosten zijn dus niet bevoegdelijk gemaakt en komen niet ten laste van de nalatenschap.

Ook ten aanzien van de kosten voor de vervanging van de cv-ketel is niet gesteld dat deze vervanging geen uitstel kon lijden of dat hierover door de deelgenoten afspraken zijn gemaakt.

Het voorgaande brengt mee dat de executeur een bedrag van € 20.000 moet vergoeden aan de nalatenschap (€ 22.000 – € 2.000), aangezien zij deze kosten onbevoegd van de ervenrekening heeft voldaan.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het beheer door de executeur van een nalatenschap, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.