De Rechtbank Gelderland heeft onlangs uitspraak gedaan over een verzoek tot het ontslag van een executeur op grond van gewichtige redenen.

Verzoekers hebben hun verzoek tot ontslag van de executeur gebaseerd op gewichtige redenen als bedoeld in artikel 4:149 lid 2 BW.

Erfrecht. Verzoek tot ontslag van executeur op grond van gewichtige redenen. Beoordelingskader. Toetsingsmaatstaf. Aansprakelijkheid. Zorgplicht. Te gelde maken van een woning.

De rechter oordeelt als volgt.

Van gewichtige redenen is sprake indien de executeur ernstig en serieus tekort schiet in de nakoming van zijn verplichtingen.

Volgens de wet heeft de executeur enkele belangrijke taken en verplichtingen.

Zo dient hij de opeisbare schulden betalen en daarvoor indien nodig goederen te gelde te maken, heeft hij een uitgebreide informatieplicht ten opzichte van de erfgenamen en dient hij een boedelbeschrijving op te stellen en rekening en verantwoording af te leggen.

Uit de rechtspraak volgt dat eveneens als gewichtige redenen worden gezien, een ernstig wantrouwen (of een ernstig gebrek aan vertrouwen) van de erfgenamen jegens de executeur, dat niet zomaar kan worden weggenomen.

Het wantrouwen dient ernstig, gemeend en op feiten gebaseerd te zijn.

Erfgenamen moeten op basis van concrete (objectieve) feiten en omstandigheden aantonen dat van hen niet kan worden gevergd dat de nalatenschap door deze executeur nog langer wordt beheerd.

Artikel 4:147 leden 1 en 2 BW luiden als volgt:

“1. De executeur is bevoegd door hem beheerde goederen te gelde te maken, voor zover dit nodig is voor de tot zijn taak behorende voldoening van schulden der nalatenschap en de nakoming der hem opgelegde lasten.

2. Tenzij erflater anders heeft beschikt, treedt de executeur omtrent de keuze van de te gelde te maken goederen en de wijze van tegeldemaking zoveel mogelijk in overleg met de erfgenamen en stelt hij, zo bij een erfgenaam bezwaar bestaat tegen een voorgenomen tegeldemaking, die erfgenaam in de gelegenheid de beslissing van de kantonrechter in te roepen.

3. De erflater kan bepalen dat de executeur voor de tegeldemaking van een goed de toestemming van de erfgenamen behoeft. Deze toestemming kan echter vervangen worden door een machtiging van de kantonrechter.”

In afwijking van artikel 4:147 leden 2 en 3 BW heeft erflater in zijn testament bepaald dat de executeur in het kader van de tot zijn taak behorende voldoening van de schulden van de nalatenschap bevoegd is zonder overleg of toestemming als bedoeld in artikel 4:147 BW goederen te gelde te maken.

Daarmee heeft erflater artikel 4:147 leden 2 en 3 BW uitgesloten, waardoor de executeur over de keuze van de te gelde maken goederen en de wijze van tegeldemaking niet in overleg hoefde te treden met de erfgenamen.

Uit de door verzoekers overgelegde boedelbeschrijving van de nalatenschap van erflater, die de executeur heeft opgesteld, blijkt dat het saldo banktegoed per sterfdag ten bedrage van € 19.251,00 onvoldoende is om de schulden van de nalatenschap te voldoen.

Deze schulden gaan dit saldo te boven en bestaan uit de kosten uitvaart ten bedrage van € 7.973,72, de kosten van de steen ten bedrage van € 995,00, de erfbelasting, die tijdens de mondelinge behandeling door de executeur geschat is op een bedrag van € 40.000,00 à € 50.000,00, en de kosten van de executele.

Naar het oordeel van de kantonrechter moest de executeur goederen van de nalatenschap te gelde maken om de schulden van de nalatenschap te voldoen.

Het ligt niet op de weg van de executeur om schulden te maken in de nalatenschapsboedel, zodat de suggestie van de verzoekers dat de executeur bij hen (of meerdere erfgenamen) geld had kunnen lenen om de belasting te voldoen geen behandeling behoeft.

Ondanks het feit dat de executeur volgens het testament van erflater geen overleg met de erfgenamen hoefde te plegen en geen toestemming van de erfgenamen nodig had voor de keuze van de te gelde te maken goederen en de wijze van de tegeldemaking heeft de executeur geheel onverplicht de erfgenamen meerdere malen geïnformeerd over het verkooptraject en hen meerdere malen in de gelegenheid gesteld om een bod uit te brengen.

Zo heeft mr. S namens de executeur bij e-mail van 13 juni 2023 aan de erfgenamen laten weten dat de executeur B Makelaars had ingeschakeld, dat de makelaar de waarde van de woning had getaxeerd op € 350.000,00 à € 425.000,00 en de waarde van de (helft van de) boerderij op € 75.000,00 à € 125.000,00.

Verder heeft mr. S aan de erfgenamen laten weten dat de makelaar had geadviseerd om aan de geïnteresseerde buren te vragen om een bod uit te brengen.

De erfgenamen hebben twee weken de tijd gekregen om na het bod van de buren zich te beraden of zij zelf nog een bod wilden doen.

Bij e-mail van 23 juni 2023 heeft mr. Smit aan de erfgenamen ook nog laten weten dat, mocht er meer tijd nodig zijn om bijvoorbeeld financieringsmogelijkheden te onderzoeken dat bespreekbaar was en dat een uitgangspunt bekend was in de vorm van de bieding.

Ook was er nog de mogelijkheid voor het doen van een eindbod nadat de makelaar daartoe had uitgenodigd.

Op verzoek van de familie heeft de executeur nog een tweede waardebepaling laten doen van de onroerende zaken (woningen).

Deze waardebepaling bleek in de lijn met de eerdere en hiervan is de familie op de hoogte gesteld.

Ook het vervolgtraject is toen met hen gedeeld.

Weliswaar heeft de e-mail van 10 juli 2023 van de makelaar de geïnteresseerde leden van de familie niet bereikt, dat neemt niet weg dat deze geïnteresseerde familieleden, hoewel daartoe meerdere malen in de gelegenheid gesteld, geen bod op de woning en/of de (helft van de) boerderij hebben gedaan.

Uiteindelijk bleek dat de buren ruimschoots het hoogste bod hadden gedaan: € 565.000,00. De executeur heeft het hoogste bod geaccepteerd, de koopovereenkomst is op 8 augustus 2023 ondertekend en de levering heeft op 1 september 2023 plaatsgevonden.

Bij e-mail van 25 augustus 2023 heeft de executeur de erfgenamen hierover geïnformeerd.

Naar het oordeel van de kantonrechter kan niet worden geoordeeld dat sprake is van gewichtige redenen als bedoeld in artikel 4:149 lid 2 BW.

De executeur is niet ernstig en serieus tekort geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen.

Weliswaar heeft de executeur tijdens een gesprek met een erfgenaam op 19 juli 2023 erkend dat hij zich heeft vergist in het aanwijzen van de juiste erfgenamen, maar bij e-mail van 25 augustus 2023 heeft de executeur deze omissie bevestigd aan de (juiste) erfgenamen en zijn excuses daarvoor aangeboden.

Dit enkele feit kan niet tot het oordeel leiden dat de executeur ernstig en serieus tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen.

Verder heeft de executeur de boedelbeschrijving van de nalatenschap van erflater opgesteld en deze doen toekomen aan de erfgenamen.

Uit de boedelbeschrijving bleek dat het saldo van de nalatenschap onvoldoende was om de schulden van de nalatenschap te voldoen.

Dit betekende dat de executeur goederen te gelde diende te maken.

Volgens het testament van erflater hoefde de executeur over de keuze van de te gelde te maken goederen en de wijze van tegeldemaking niet met de erfgenamen te overleggen en had hij daarvoor geen toestemming van de erfgenamen voor nodig.

De executeur heeft een verkooptraject in gang gezet en daarvoor deskundige bijstand van makelaars gezocht.

Hij heeft een waarde doen bepalen en een onderhands verkoopproces gekozen.

Dit stond hem vrij.

Hiermee is hij niet ernstig en serieus tekort geschoten in de nakoming van zijn verplichting.

Evenmin kan worden geoordeeld dat de executeur in die zin tekort is geschoten door de verzending van de e-mail van de makelaar op 10 juli 2023.

De stelling van verzoekers dat de executeur in de uitvoering van zijn taak de zorg van een goed executeur moet betrachten is op zich juist maar de eventuele schending van die zorgplicht brengt niet automatisch met zich dat er sprake is van een gewichtige reden voor ontslag.

In een geval als het onderhavige zal de zorgplicht ook moeten worden bezien naar de bevoegdheden die de executeur volgens het testament heeft gekregen.

Daarin is bepaald dat de executeur niet in overleg hoeft te treden met de gerechtigden over de tegeldemaking van de goederen voor betaling van schulden.

De zorg van een goed executeur kan dan niet bestaan in het bij de rechthebbenden moeten toetsen van te nemen beslissingen of te volgen procedures.

Hiermee zou immers de door de erflater gegeven bevoegdheid zinledig worden.

De beoordeling of de executeur in de uitoefening van zijn taak de zorg van een goed executeur heeft betracht is een vraag die in een eventuele aansprakelijkheidsprocedure aan de orde kan komen waarbij dan de genomen beslissingen en stappen die de executeur heeft gezet kunnen worden beschouwd in het kader van zijn te betrachten zorg en de door hem afgewogen belangen.

Eventuele aansprakelijkheid van de executeur voor schade veroorzaakt door (niet)ondergeschikten kan ook aan de orde zijn in een dergelijke procedure.

Een deel van de erfgenamen heeft gesteld dat zij geen vertrouwen meer hebben in de executeur.

Ter zitting is daarbij aangevoerd dat hen het gevoel bekruipt dat de verkoop doorgestoken kaart is en dat zij bewust zijn gepasseerd en geen bod hebben uit kunnen brengen.

Hoewel er communicatieve fouten zijn gemaakt in onder meer de e-mail van de makelaar aan de erven is naar het oordeel van de kantonrechter dit wantrouwen onvoldoende ernstig en op concrete (objectieve) feiten en omstandigheden gebaseerd.

Leden van de familie zijn teleurgesteld dat de woning en de (helft van de) boerderij niet in de familie blijft en voelen zich in het biedproces gepasseerd, hetgeen betekent dat hun gebrek aan vertrouwen in de executeur gebaseerd is op (subjectieve) feiten en omstandigheden.

De executeur heeft bij de keuze om goederen te gelde te maken en de wijze van de tegeldemaking gehandeld overeenkomstig het testament van erflater.

Omdat de executeur wist dat leden van de familie de woning en de (helft van de) boerderij in de familie wilden houden heeft hij geheel onverplicht de erfgenamen meerdere malen in de gelegenheid gesteld een bod uit brengen.

Dat geen van de leden van de familie een bod heeft uitgebracht, kan de executeur niet worden tegengeworpen.

Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat tijdens de mondelinge behandeling de executeur heeft verklaard dat hij de aangifte erfbelasting heeft verzorgd en wacht op de aanslag erfbelasting, die hij dan dient te voldoen.

Daarna dient de executeur rekening en verantwoording af te leggen aan de erfgenamen.

De executeur is slechts tot executeur benoemd en niet ook tot afwikkelingsbewindvoerder.

Het is dan ook niet zijn taak om de nalatenschap te verdelen of goederen toe te delen aan erfgenamen.

Nu de executeur slechts nog de erfbelasting dient te voldoen en rekening en verantwoording dient af te leggen aan de erfgenamen acht de kantonrechter het niet opportuun om de executeur te ontslaan en een opvolgend executeur te benoemen.

Bovenstaande brengt met zich dat het verzoek zal worden afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.