De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft onlangs uitspraak gedaan over een verzoek van een vereffenaar tot de opheffing van conservatoire beslagen.
Verzoekster is de dochter en enige erfgenaam van erflaatster.
Aanvankelijk heeft zij de nalatenschap van haar moeder zuiver aanvaard.
In een beschikking van 26 juli 2023 werd aan haar toegestaan om de nalatenschap alsnog beneficiair te aanvaarden
Verzoekster als vereffenaar verzoekt om, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de beslagen op de woning en/of de bankrekeningen op te heffen.
Erfrecht. Vereffening. Beneficiaire aanvaarding. Verzoek door vereffenaar tot opheffing van conservatoire beslagen. Toetsingskader. Bevoegdheid rechter. Ontvankelijkheid.
De rechter oordeelt als volgt.
De wettelijke grondslag voor het verzoek is artikel 4:223 lid 3 BW.
Daarin is bepaald dat op het verzoek van de vereffenaar reeds gelegde beslagen door de kantonrechter kunnen worden opgeheven voor zover dit nodig is voor de vereffening van de nalatenschap.
Uit de parlementaire geschiedenis volgt dat het moet gaan om vóór de aanvang van de vereffening reeds gelegde beslagen (Parl. Gesch. BW Inv. Boek 4 2003, p. 2263 (nr. 2).
Dat is hier het geval nu de beslagen waarvan verzoekster opheffing verzoekt zijn gelegd op 27 juni 2022, terwijl de vereffening niet eerder is aangevangen dan na inschrijving in het boedelregister van de keuze van verzoekster om de nalatenschap beneficiair te aanvaarden, hetgeen eerst mogelijk werd nadat bij beschikking van 26 juli 2023 haar die keuze werd toegestaan.
Bevoegdheid kantonrechter
Verzoekster heeft volgens het petitum van haar verzoekschrift ‘de rechtbank’ gevraagd om de door haar gewenste beschikking te geven.
Niettemin werd het verzoekschrift door de griffie voorgelegd aan de kantonrechter, die zich bevoegd acht om daarvan kennis te nemen, niettegenstaande het ter zitting door de erven geuite bezwaar tegen de onjuiste of onvolledige aanschrijving van de behandelende rechter(s) in het verzoek.
Ontvankelijkheid
Verzoekster stelt dat zij als gevolg van de beneficiaire aanvaarding vereffenaar van de nalatenschap is en uit dien hoofde bevoegd om het voorliggende verzoek te doen.
De erven weerspreken dit en concluderen dat verzoekster niet ontvankelijk is in haar verzoek aangezien de nalatenschap wordt beheerd door een executeur.
Op grond van artikel 4:145 BW is die privatief bevoegd om procedures te voeren, onder andere strekkende tot opheffing van conservatoire beslagen op goederen van de nalatenschap.
Geoordeeld wordt dat verzoekster wél in haar verzoek kan worden ontvangen.
De beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap door een erfgenaam heeft tot gevolg dat die erfgenaam van rechtswege vereffenaar wordt.
Verzoekster is dus niet in die hoedanigheid benoemd, zoals zij zelf ten onrechte stelt.
Beneficiaire aanvaarding heeft bovendien in beginsel tot gevolg dat een door de erflater benoemde executeur zijn bevoegdheden verliest.
Dit is alleen anders wanneer de executeur kan aantonen (en verklaart) dat de goederen van de nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om alle schulden van de nalatenschap te voldoen (artikel 4:202 lid 1, onder a BW).
Nu niet is gesteld of gebleken dat de huidige executeur heeft verklaard dat de nalatenschap ruimschoots toereikend is, zoals dat heet, is hij niet bevoegd om in die hoedanigheid de nalatenschap te beheren of in rechte op te treden.
Wel blijkt uit het door een notaris opgemaakt proces-verbaal dat verzoekster als bijlage bij haar verzoekschrift in het geding heeft gebracht, dat verzoekster aan de executeur volmacht heeft gegeven om verschillende in dat proces-verbaal vermelde rechtshandelingen te verrichten.
De executeur heeft daarom weliswaar diverse bevoegdheden aangaande het beheer van de nalatenschap, maar die komen hem toe als gevolmachtigde van verzoekster, niet als door erflaatster (na indeplaatsstelling) benoemde executeur.
De volmacht geeft aan de executeur de bevoegdheid om verzoekster in en buiten rechte te vertegenwoordigen.
Gelet hierop zou de executeur het voorliggende verzoek kunnen hebben ingediend.
Het verlenen van volmacht heeft echter geen privatieve werking.
Dat wil zeggen dat de volmachtgever bevoegd blijft om zelf de handelingen te verrichten waartoe volmacht werd verleend.
Anders dan de erven betogen is verzoekster dan ook bevoegd om zelf het voorliggende verzoek in te dienen.
Zij wordt daarom in het verzoek ontvangen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.