De Rechtbank Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of een wettelijk vereffenaar persoonlijk aansprakelijk was wegens een ernstige tekortkoming in de vervulling van haar taken.
Gedaagde is als wettelijk vereffenaar van een nalatenschap opgetreden en S had een vordering op deze nalatenschap.
S verwijt gedaagde dat zij niet op herhaalde verzoeken van de S heeft gereageerd om de woning uit de nalatenschap onderhands te verkopen, zodat de vordering van S uit deze opbrengst kon worden voldaan.
Nadat de woning executoriaal was verkocht, bleek dat het saldo ontoereikend was om de volledige vordering van S te voldoen.
S is van mening dat gedaagde haar wettelijke taak als vereffenaar niet goed heeft uitgevoerd waardoor S schade heeft geleden en zij stelt gedaagde hiervoor aansprakelijk.
De rechtbank wijst de vordering af en legt hieronder uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Erfrecht. Vereffening. Persoonlijke aansprakelijkheid van de wettelijk vereffenaar. Voldoen van schulden van de nalatenschap. Mogelijkheid van verhaal. Ernstige tekortkoming? Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
Partijen verschillen van mening over de vraag of gedaagde te kort is geschoten bij de uitoefening van haar taak als wettelijk vereffenaar van de nalatenschap en daarom aansprakelijk is voor de schade die de stichting als gevolg daarvan heeft geleden.
Gedaagde had als vereffenaar van de nalatenschap op grond van artikel 4:211 BW de taak de nalatenschap als een goed vereffenaar te beheren en te vereffenen.
Daarnaast had zij op grond van artikel 4:215 BW de taak de goederen der nalatenschap te gelde te maken, voor zover dit voor de voldoening van de schulden der nalatenschap nodig is.
Op grond van de hoofdregel van artikel 4:184 lid 1 BW kan S haar vordering alleen op de goederen van de nalatenschap verhalen en kan zij hier gedaagde niet persoonlijk voor aanspreken.
Artikel 4:184 lid 2 BW bevat de uitzonderingen op deze hoofdregel.
Op grond van de uitzondering genoemd onder d kan S haar vordering alleen dan op het privévermogen van gedaagde verhalen indien
(a) gedaagde in de vervulling van haar verplichtingen als vereffenaar in ernstige mate is tekortgeschoten en
(b) haar daarvan een verwijt kan worden gemaakt.
De rechtbank begrijpt uit de stellingen van de stichting dat zij meent dat in dit geval van deze uitzondering sprake is.
Uit de parlementaire toelichting op artikel 4:184 lid 2, sub d, BW blijkt dat het niet naleven van de verplichtingen van de artikelen 4:211 en 4:215 BW enkel als gevolg van een vergissing of onwetendheid niet tot persoonlijke aansprakelijkheid leidt.
Uit hetgeen hierover in de parlementaire toelichting is opgenomen volgt dat niet licht tot deze persoonlijke aansprakelijkheid mag worden geconcludeerd:
“De toevoeging ‘dat hem daarvan een verwijt kan worden gemaakt’ dient dus om te verduidelijken dat een feitelijke tekortkoming van een beneficiaire erfgenaam in zijn taak als vereffenaar, hoe ingrijpend ook, op zichzelf de sanctie van persoonlijke aansprakelijkheid niet rechtvaardigt”.
Is gedaagde in ernstige mate te kort geschoten en kan haar daarvan een verwijt worden gemaakt?
De vraag is dus of gedaagde in de vervulling van deze verplichtingen in ernstige mate is tekortgeschoten en haar daarvan een verwijt kan worden gemaakt.
De rechtbank beantwoordt die vraag ontkennend.
De ernst van de tekortkoming en het verwijt dat gedaagde daarvan kan worden gemaakt zijn niet zodanig dat zij hier persoonlijk aansprakelijk voor is.
Enerzijds geldt dat van een vereffenaar-erfgenaam verlangd kan worden dat zij nagaat wat haar rol als vereffenaar meebrengt en welke taken zij moet uitvoeren.
Aangezien de vorderingen van de hypotheekverstrekkers en S alleen voldaan konden worden door de woning te verkopen, mocht van gedaagde als vereffenaar in beginsel verwacht worden dat zij het nodige zou ondernemen om de woning met inachtneming van de belangen van de schuldeisers van de nalatenschap te verkopen.
Anderzijds mogen geen te hoge eisen worden gesteld aan een niet professionele vereffenaar-erfgenaam als gedaagde en kan niet verwacht worden dat zij op de hoogte is van alle verplichtingen die met de rol van vereffenaar gepaard gaan.
Het enkele te lang wachten met het onderhands verkopen van de woning en het uitkeren van de verkoopopbrengst acht de rechtbank in de gegeven omstandigheden onvoldoende om te oordelen dat gedaagde in ernstige mate is tekortgeschoten en haar daarvan een verwijt treft.
De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat niet gesteld of gebleken is dat het niet tijdig onderhands verkopen van de woning is ingegeven door een poging tot benadeling van de stichting of tot bevoordeling van gedaagde.
Daarentegen heeft gedaagde geprobeerd de vordering van S uit haar eigen middelen te voldoen.
Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat onvoldoende is onderbouwd dat S schade heeft geleden als gevolg van het niet onderhands verkopen van de woning.
S heeft aangevoerd dat zij twee potentiële kopers heeft aangedragen, maar uit de door de S overgelegde e-mails kan niet worden vastgesteld dat een van deze personen daadwerkelijk de woning voor dat bedrag, en onder welke voorwaarden, zou hebben gekocht.
Het ligt op de weg van S deze stelling nader te onderbouwen, maar dat is onvoldoende gebeurd.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.