Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 16 juni 2020 uitspraak gedaan over een vordering van erfgenaam tot het afleggen van rekening en verantwoording door executeur-afwikkelingsbewindvoerder.

Door middel van de grief betoogt appellante dat de vordering tot veroordeling van de executeurs om rekening en verantwoording af te leggen ten onrechte is afgewezen.

Appellante heeft hiertoe, verkort weergegeven, het volgende aangevoerd.

De executeurs hebben volstaan met het overleggen van ‘jaaroverzichten’, zonder dat daarbij is aangegeven welke transacties zijn verricht en zonder de onderliggende stukken ter verificatie te verstrekken.

Dit kan niet worden aangemerkt als een rekening en verantwoording.

De executeurs, die tevens afwikkelingsbewindvoerders zijn, hebben vergaande bevoegdheden.

De verhouding tussen appellante en de andere erfgenamen is slecht.

Het gaat om een omvangrijke nalatenschap van ruim € 1.000.000,-.

Vordering van erfgenaam tot het afleggen van rekening en verantwoording door executeur-afwikkelingsbewindvoerder.

De rechter oordeelt als volgt.

Nu appellante maar zeer beperkt is voorzien van informatie kunnen zwaardere eisen worden gesteld aan de rekening en verantwoording.

Dat zal een compleet overzicht moeten worden van hetgeen is gebeurd in de nalatenschap, aldus de advocaat van appellante.

Het hof volgt appellante hierin niet.

Tussen partijen is niet in geschil dat op grond van het testament en art. 4:151 BW een verplichting tot het doen van rekening en verantwoording moet worden aangenomen, op grond waarvan de executeurs jaarlijks en bij het einde van het beheer jegens appellante verplicht zijn om zich omtrent de behoorlijkheid van het vermogensrechtelijk beleid over de nalatenschap te verantwoorden.

Op het testamentair bewind is art. 4:161 BW van toepassing, op grond waarvan de executeurs ook als bewindvoerders jaarlijks en aan het einde van het bewind rekening en verantwoording moeten afleggen aan appellante.

De inhoud van hetgeen als rekening en verantwoording mag worden verlangd, wordt telkens bepaald door de aard van de rechtsverhouding welke verplicht tot het zich omtrent de behoorlijkheid van enig vermogensrechtelijk beleid te rechtvaardigen en de omstandigheden van het gegeven geval (Hoge Raad, 2 december 1994, HR:1994:ZC1561).

Uit hetgeen appellante naar voren heeft gebracht volgt dat haar inzage is geboden in alle door haar gewenste stukken en dat zij van dit aanbod geen gebruik heeft gemaakt omdat inzage in stukken volgens haar pas zin heeft zodra een behoorlijke rekening en verantwoording beschikbaar is.

Nu door de executeurs geen overzicht van alle mutaties aan appellante ter beschikking is gesteld en een verantwoording van deze mutaties ontbreekt, levert inzage in stukken haar geen bruikbare informatie op om na te kunnen gaan of de executeurs hebben gehandeld zoals van een goede executeur mag worden verwacht, aldus de advocaat van appellante.

Volgens appellante heeft inmiddels inzage in de stukken plaatsgevonden en blijkt daaruit dat haar niet de volledige administratie ter beschikking is gesteld.

Het gaat voornamelijk om bankafschriften en niet om onderliggende bescheiden, aldus nog steeds de advocaat van appellante.

Naar het oordeel van het hof hebben de executeurs in hun memorie van antwoord, met inachtneming van het voorgaande en gezien de omvang van de nalatenschap, in voldoende mate antwoord gegeven op deze vragen door toe te lichten dat zij na een gesprek met de notaris de declaratie van € 6.489,20 hebben geaccepteerd, dat zij niet weten welke aktes appellante bedoelt die volgens haar klaarblijkelijk op enig moment door de notaris zijn opgemaakt, dat geen successierechten zijn terugbetaald, dat de transactie van 23 december 2008 (€ 4.526,50 huur) de huuropbrengst betreft van twee panden, dat de woning via de notaris is België is verkocht voor € 100.000,-.

Nu het hof, met inachtneming van de hiervoor vermelde maatstaf, gelet op alle omstandigheden van dit geval, van oordeel is dat de executeurs voldoende mate rekening en verantwoording hebben afgelegd, is bewijslevering niet aan de orde.

De vordering van appellante om de executeurs te veroordelen aan haar rekening en verantwoording af te leggen is terecht afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het afleggen van tekening en verantwoording in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.