Van onze advocaat executeur. De Rechtbank Gelderland heeft op 3 mei 2017 uitspraak gedaan over het recht van de legataris jegens de executeur op inzage in of verstrekking van afschriften van bescheiden die nodig zijn voor de berekening van het legaat. Geen recht op rekening en verantwoording door executeur over de periode voor overlijden van de erflater.

Het geschil tussen partijen heeft betrekking op de samenstelling en omvang van de nalatenschap van erflater.

Volgens opgave van gedaagde bestonden de bezittingen van erflater ten tijde van zijn overlijden uit de helft van het saldo ad € 2.338,74 van de gezamenlijke bankrekening van erflater en gedaagde, derhalve € 1.169,37, alsmede enkele inboedelgoederen ouder dan achttien jaar en dus van geringe waarde, waaronder zes schilderijtjes, twee oosterse tapijten, een “sta-op-stoel” en een postzegelverzameling. Gelet op de kosten inzake het overlijden en de crematie van erflater van € 3.413,23, is sprake van een tekort in de nalatenschap, aldus de advocaat van gedaagde.

De advocaat van eisers heeft de juistheid van de opgave van gedaagde weersproken en gesteld dat het, gelet op de inkomsten en het vermogen van erflater in het verleden, niet juist kan zijn dat zich weinig in de boedel bevindt. Ter verkrijging van duidelijkheid omtrent de nalatenschap vordert zij afgifte van een aantal bescheiden. Hieromtrent wordt het volgende overwogen.

Recht legataris jegens executeur op inzage bescheiden die nodig zijn voor berekening van legaat.

Op grond van artikel 4:78 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een legitimaris die niet erfgenaam is jegens de erfgenamen en de met het beheer der nalatenschap belaste executeurs aanspraak maken op inzage en een afschrift van alle bescheiden die hij voor de berekening van zijn legitieme portie behoeft en verstrekken zij hem desverlangd alle daartoe strekkende inlichtingen.

Eiser is geen legitimaris en geen erfgenaam, nu erflater in zijn testament aan ieder van zijn kinderen een legaat heeft toegekend van een bedrag gelijk aan het erfdeel dat elk kind zou hebben gekregen als erflater geen wijziging zou hebben gebracht in de wettelijke erfopvolging.

Omdat het voor de berekening van dit bedrag nodig is het saldo van de nalatenschap te kennen, maakt eiser in dit geval ook als legataris jegens gedaagde als executeur aanspraak op inzage en een afschrift van alle bescheiden die nodig zijn om het legaat te berekenen en dient gedaagde desverlangd alle daartoe strekkende inlichtingen te verschaffen.

Voor de berekening van de omvang van het legaat dienen in elk geval verstrekt te worden een overzicht van alle goederen op het moment van overlijden van erflater en een overzicht van alle schulden van de nalatenschap in de zin van artikel 4:7 lid 1 BW (gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 31 december 2013, GHARL:2013:9942).

Rekening en verantwoording door executeur over periode voor overlijden van erflater?

De vragen van eiser hebben de strekking gedaagde als executeur rekening en verantwoording te laten afleggen over de periode voor het overlijden van erflater.

Eisers heeft echter nagelaten hierop een vordering af te stemmen. Bovendien kan volgens vaste jurisprudentie een verplichting tot het doen van rekening en verantwoording slechts worden aangenomen indien tussen partijen een rechtsverhouding bestaat of heeft bestaan, krachtens welke de één jegens de ander verplicht is om zich omtrent de behoorlijkheid van enig vermogensrechtelijk beleid te verantwoorden.

Een zodanige verhouding kan voortvloeien uit de wet, een rechtshandeling of uit hetgeen onder bepaalde omstandigheden volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt (o.a. HR 8 december 1995, HR:1995:ZC1911).

Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat tussen erflater en gedaagde sprake is geweest van een rechtsverhouding op grond waarvan gedaagde het vermogen van erflater beheerde, zodat een verplichting tot het afleggen van rekening en verantwoording in het onderhavige geval niet kan worden aangenomen.

De stelling van eiser dat gedaagde de handtekening van erflater namaakte is – na gemotiveerde betwisting van gedaagde – niet nader onderbouwd.

Eiser heeft gesteld dat sprake is geweest van dubieuze geldopnames en dat zij vermoedt dat gedaagde stelselmatig geld van de rekening van erflater heeft gesluisd naar rekeningen die alleen op haar eigen naam stonden.

Zelfs al zou komen vast te staan dat gedaagde geldbedragen van een bankrekening van erflater heeft opgenomen dan wel tot een hoger bedrag dan waarop gedaagde aanspraak had geldbedragen heeft opgenomen van de gezamenlijke bankrekening van erflater en gedaagde, dan betekent dit echter nog niet dat dit buiten medeweten van erflater en/of zonder zijn goedvinden is gedaan. Erflater had hiertegen kunnen protesteren maar heeft dat niet gedaan, zodat ervan uitgegaan moet worden dat erflater dat – om hem moverende redenen – niet heeft gewild. Dit geldt ook voor de betalingen die zijn gedaan aan de dochter van gedaagde.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de verdeling van een erfenis, over de legitieme of over het kindsdeel, over de executeur in het erfrecht, of over het afleggen van rekening en verantwoording door de executeur, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.