Van onze advocaat executeur. De Rechtbank Overijssel heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over het afleggen van rekening en verantwoording door de executeur testamentair over meerdere ondernemingen uit de nalatenschap.
Tussen partijen is niet in geschil dat gedaagde op een gegeven moment alle zeggenschap binnen het concern had, en dat hij is benoemd tot executeur-testamentair van de nalatenschap van X. De rechtbank leidt daaruit af dat gedaagde beschikt over omvangrijke kennis van het concern en de nalatenschap.
Tussen partijen is evenmin in geschil dat gedaagde uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst (VSO) is gedefungeerd als bestuurder in diverse rechtspersonen van het concern en dat zijn executeurschap is beëindigd.
Artikel 6 van de VSO houdt in dat – onder meer – gedaagde alle zaken en kwesties op ordentelijke wijze zal overdragen door middel van een overdrachtsnotitie en een mondelinge toelichting.
Partijen verschillen van mening of gedaagde aan deze verplichting heeft voldaan. A c.s. stellen dat de door gedaagde verstrekte overdrachtsnotitie van 2 maart 2017 en de twee aanvullende notities van 17 maart 2017 en 3 april 2017 slechts oppervlakkige en algemene informatie bevatten. Met name de essentiële financiële en fiscale kant blijft zwaar onderbelicht. In plaats van antwoorden te geven op concrete vragen plaatst gedaagde zijn vraagtekens bij het doel daarvan. Van meet af aan zijn de overdrachtsnotities ongestructureerd, onsamenhangend en onvoldoende nauwkeurig opgesteld.
Onvoldoende rekening en verantwoording afgelegd door executeur testamentair over onderneming uit de nalatenschap?
Van een nauwkeurige specificatie aan de hand van bewijsstukken is geen sprake, terwijl A c.s. daar groot belang bij hebben. Gedaagde is aan A c.s. verplicht om zelfstandig uitvoerig rekening en verantwoording af te leggen ter zake diverse functies en werkzaamheden. Er bestaat geen rechtens te respecteren belang of reden voor het nalaten van gedaagde. Ook kan hij zich niet verschuilen achter verwijzingen naar mogelijke informatie bij derden. Daarbij dient bedacht te worden dat (naar de voorzieningenrechter aanneemt: uit de boedel) aan gedaagde voor werkzaamheden ten behoeve van de boedel inmiddels € 490.000,- is betaald.
Gedaagde stelt daar tegenover dat hij een uitvoerige overdrachtsnotitie heeft gemaakt en dat hij daarna tot twee maal toe een uitgebreid schriftelijk antwoord heeft gegeven op vragen van A c.s.. Volgens gedaagde is de overdrachtsnotitie zo ruim opgesteld dat zij zelfs ook als een rekening en verantwoording kan worden gezien. Hij heeft van meet af aan openheid van zaken gegeven en medewerking verleend. A c.s. dienen eerst duidelijk te maken om welke informatie zij na de overdrachtsnotitie en de schriftelijke antwoorden nog verlegen zouden zitten, aldus de advocaat van gedaagde.
Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft gedaagde niet aan de in artikel 6 van de VSO neergelegde verplichting voldaan. Daartoe acht hij het volgende redengevend. Eisers 1 en 2 zijn de erfgenamen van X. Hij heeft hen in zijn testament van 26 april 2016 (onder bezwaar van in het testament vermelde legaten) tot zijn erfgenamen benoemd.
Verder neemt de rechter aan dat eiseressen 3 tot en met 15 rechtspersonen zijn, die deel uitmaken van de nalatenschap van X. A c.s. hebben een evident groot belang bij een correcte en voortvarende afwikkeling van deze complexe nalatenschap, die onbetwist een aanzienlijk vermogen omvat.
Waar het belang van de erfgenamen bestaat uit een voortvarende notariële beschrijving en vereffening van de boedel en van hun aanspraken daarop, hebben de rechtspersonen belang bij competente besturing, zowel om hun economische activiteiten te kunnen voortzetten als ter bescherming en bewaking van hun financiële continuïteit. Een overdrachtsnotitie zoals in dit geding aan de orde is, is niet goed voorstelbaar zonder dat daarin aan deze aspecten op professionele wijze aandacht is besteed. Zonder zulke informatie wordt niet voldaan aan de aanspraken van de rechthebbenden op rekening en verantwoording.
Zoals A c.s. in de dagvaarding hebben uitgewerkt diende en dient gedaagde aan hen rekening en verantwoording af te leggen op de volgende wettelijke en contractuele gronden:
– in zijn hoedanigheid van executeur-testamentair: ingevolge artikel 4:151 BW,
– op grond van artikel randnummer 6 van de ‘vaststellingsovereenkomst’, inhoudende de verplichting om uiterlijk 27 december 2016 aan de kinderen (erfgenamen) en de vennootschappen in het concern de zaken en kwesties van het concern op ordentelijke wijze overdragen door middel van een overdrachtsnotitie en een mondelinge toelichting, en
– in zijn hoedanigheid van bestuurder van verschillende vennootschappen in het concern: als uitvloeisel van zijn verantwoordelijkheden als bestuurder in de zin van de artikelen 2:8 en 2:9 BW.
In het licht van het voorgaande schieten de door gedaagde overgelegde overdrachtsnotitie en de twee aanvullende notities ernstig tekort. Hoewel in de VSO niet gedetailleerd is omschreven waaruit de overdrachtsnotitie zou moeten bestaan en welke elementen/onderwerpen deze zou moeten bevatten, mochten A c.s. – in het in het licht van de aan de orde zijnde kwesties, te weten de voorzetting van het (omvangrijke) concern en de afwikkeling van de (omvangrijke) nalatenschap van X, alsmede gezien de onbetwiste intensieve betrokkenheid van gedaagde bij het concern gedurende verscheidene jaren – verwachten dat de overdrachtsnotitie gedetailleerd, concreet, specifiek en gedocumenteerd aandacht zou schenken aan de bescherming van de hiervoor genoemde belangen.
De door gedaagde overgelegde overdrachtsnotitie en de daarop gegeven aanvullingen voldoen hier niet aan. De notities bevatten slechts summiere en weinig inhoudelijke informatie, en veel weinig- tot nietszeggende passages. Ter illustratie wijst de voorzieningenrechter op de navolgende citaten. Aan die teksten valt geen of nauwelijks informatie te ontlenen die dienstbaar zou kunnen zijn aan de hiervoor aangeduide belangen, en hetzelfde geldt voor de niet in dit vonnis geciteerde gedeelten van de notitie.
Het had op zijn minst op de weg van gedaagde gelegen om de zakelijke inhoud en in ieder geval de concrete resultaten van zijn besprekingen met andere bedrijven, instanties, dan wel personen te vermelden en de in verband daarmee ontvangen stukken bij te voegen.
Met name mocht van gedaagde worden verwacht dat hij aan A c.s. een solide en deugdelijk onderbouwd inzicht in de financiële en fiscale positie van (de afzonderlijke onderdelen van) het concern en X zou verschaffen. Hij heeft dat noch in deze notitie, noch op andere wijze gedaan. De door gedaagde zelf herhaaldelijk benadrukte voorkeur voor het verstrekken van mondelinge in plaats van schriftelijke informatie beschouwt de voorzieningenrechter als onprofessioneel, gezien de complexiteit en de omvang van de betrokken belangen.
De verstrekte notities bevatten geen aanknopingspunten omtrent de samenstelling boedel, noch een (op zijn minst globale) schatting van de aanwezige activa en passiva, noch een beschrijving van de bedrijfseconomische en financiële perspectieven van de ondernemingen in de boedel.
Ook ontbreekt iedere beschrijving van de wijze waarop de ondernemingen in het afgelopen jaar zijn bestuurd. De heer X is nu al meer dan een jaar geleden overleden, maar de concrete afwikkeling van zijn nalatenschap, die in belangrijke mate in handen van gedaagde was gelegd, lijkt nog niet te zijn begonnen.
Op grond van het voorgaande komt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat gedaagde ondanks herhaalde aanmaningen zijdens A c.s. nog altijd niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan, zodat hij thans in verzuim verkeert. Gedaagde kan daarom thans nog niet met succes een beroep doen op de in de vaststellingsovereenkomst opgenomen bedingen met betrekking tot finale kwijting en vrijwaring.
Blijkens de in conventie ingestelde vorderingen zijn A c.s. niettemin nog altijd bereid om gedaagde in de gelegenheid te stellen zijn werk voort te zetten door overeenkomstig doel en strekking van de vaststellingsovereenkomst en conform de wettelijke verplichtingen die gelden voor een executeur-testamentair en voor (statutair) bestuurder van één of meer rechtspersonen geldende wettelijke verplichtingen, als neergelegd in de artikelen 4:151 BW en 2:8 juncto 2:9 BW.
De verplichting tot het afleggen van verantwoording houdt onder meer in dat gedaagde inzicht moet geven in de wijze waarop hij zijn werkzaamheden als executeur en bestuurder heeft verricht, en dat hij in dat verband ook alle redelijke vragen over zijn werkzaamheden moet beantwoorden.
Dit betekent ook dat gedaagde een onderbouwd en gedocumenteerd overzicht dient te verschaffen van de samenstelling van de nalatenschap en van de economische, financiële en bestuurlijke status van de daarvan deel uitmakende rechtspersonen. Ook valt van hem op grond van zijn kennis van de boedel redelijkerwijs te verwachten dat hij een voorstel presenteert over de vervolgens te entameren afwikkeling en vereffening daarvan.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de legitieme of over het kindsdeel, over de executeur of over het afleggen van rekening en verantwoording, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.