Van onze advocaat executeur nalatenschap. Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank het verzoek tot ontslag van verweerster als executeur van de nalatenschap van erflater afgewezen. Verzoekers gaan in hoger beroep.  Zij verzoeken het Hof  om verweerster te ontslaan als executeur testamentair. Zij vragen voorts de benoeming van een opvolgend executeur. De executeur verweert zich daartegen en verzoekt het hof om de beschikking van de rechbank in stand te laten.
Verzoekers zijn van mening dat sprake is van gewichtige redenen om tot ontslag van verweerster als executeur over te gaan. Kort samengevat voeren verzoekers daartoe aan dat door verweerster in de uitoefening van haar taak als executeur handelingen zijn verricht dan wel nagelaten als gevolg waarvan verzoekers geen vertrouwen meer hebben in verweerster in haar hoedanigheid van executeur en bewindvoerder.

Verweerster verweert zich daartegen en betwist dat sprake is van gewichtige redenen om tot ontslag van haar als executeur. Verweerster is zich ervan bewust dat er van de zijde van verzoekers geen enkel vertrouwen is in haar handelen, vanwege een familieruzie enkele jaren geleden, echter zij wenst haar werkzaamheden voort te zetten omdat haar vader, erflater, haar uitdrukkelijk verzocht heeft op te treden als executeur.

Het Hof gaat een heel andere kant op. Uit de stukken blijkt dat verschillende erfgenamen beneficiair hebben aanvaard. Als gevolg hiervan moet, op grond van artikel 4:195 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), in beginsel de nalatenschap worden vereffend overeenkomstig het bepaalde in boek 4, titel 6, afdeling 3 BW. Op grond van artikel 4:202 lid 1 sub a BW behoeft de nalatenschap echter niet te worden vereffend volgens voormelde regels, indien er een tot voldoening van de opeisbare schulden en legaten bevoegde executeur is en deze kan aantonen dat de goederen van de nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om alle schulden van de nalatenschap te voldoen.

Ter zitting heeft de executeur desgevraagd verklaard dat de nalatenschap thans niet meer ruimschoots toereikend is om alle schulden van de nalatenschap te voldoen. Dat betekent volgens het Hof dat de nalatenschap vereffend moet worden volgens de wet. Daarmee is de taak van verweerster als executeur op grond van artikel 4:149 lid 1 sub d BW geëindigd. Voorts betekent dit dat alle erfgenamen op grond van artikel 4:195 lid 1 BW vereffenaar zijn.

Het einde van de hoedanigheid van verweerster als executeur brengt mee dat zij verplicht is rekening en verantwoording af te leggen aan degene die na haar bevoegd is tot het beheer, in dit geval de vereffenaars (artikel 4:151 BW).

Dus, als een nalatenschap niet toereikend is om alle schulden te voldoen, en de executeur dus niet de ruimschoots voldoende verklaring kan afleggen, houdt de taak van de executeur op. Een executeur die de verklaring ten onrechte aflegt loopt het risico dat hij aansprakelijk wordt gesteld voor eventuele schade. Het is belangrijk dat u zich als executeur, of als toekomstig executeur, op dit punt goed laat adviseren. Schulden van de nalatenschap zijn niet alleen de IB-schuld van het vorige jaar, of de NUON en de huur, maar ook bijvoorbeeld legaten die in het testament staan!

Neemt u contact op met onze advocaten erfrecht, Toon Kool of Maddie Wisman, voor meer informatie.

Lees hier de hele uitspraak.