De advocaten erfrecht van Brenner Advocaten zijn na tientallen jaren wel het een en ander gewend. Maar toch stuiten we soms op een verrassing.
In dit geval had tante haar nicht tot executeur benoemd. De executeur heeft na het overlijden van tante verschillende, grote, bedragen naar zichzelf overgeboekt: € 10.000,- op 3 augustus 2012, € 130.000,- op 18 december 2012 en € 68.550,- op 1 mei 2014 (totaal € 208.550,-). Daarnaast heeft zij aan zichzelf op 8 oktober 2012 ten titel van loon executeur € 2.400,- betaald.
Het nichtje is inmiddels ontslagen als executeur en er is een nieuwe executeur benoemd. De nieuwe executeur wil dat de bedragen worden terug betaald. Maar zegt het nichtje: erflaatster heeft, enige dagen voor het opmaken van het testament, haar als dank voor haar hulp en gezelschap in de laatste 15 jaren van haar leven een blanco cheque heeft gegeven, met de mededeling dat zij mocht nemen wat zij hebben wilde, en een cheque van 10.000,- bedoeld voor de kosten van de uitvaart.
Vooropgesteld moet worden, volgens het Hof, dat het nichtje als executeur de taak had de goederen van de nalatenschap te beheren en de schulden van de nalatenschap te voldoen die tijdens haar beheer uit die goederen behoren te worden voldaan, en dat zij binnen drie maanden na het overlijden een boedelbeschrijving, met inbegrip van een voorlopige staat van schulden van de nalatenschap, diende op te maken en aan de erfgenamen een afschrift daarvan ter beschikking te stellen. Voorts was zij verplicht jaarlijks en bij het einde van haar beheer rekening en verantwoording af te leggen aan de erfgenamen. Zij kon een legaat aan zichzelf afgeven en zelf als wederpartij optreden bij de uitvoering of nakoming van een overeenkomst.
Aan d orde is de vraag of het nichtje de bedragen van € 130.000,-, en € 68.550,- rechtsgeldig aan zichzelf heeft kunnen uitbetalen omdat sprake is van een voltooide schenking. Het nichtje stelt zich op het standpunt dat de schenking voltooid was toen enerzijds door erflaatster het aanbod tot schenking was gedaan, toen zij haar een ondertekende, maar verder niet ingevulde overschrijvingskaart overhandigde met de mededeling dat zij mocht nemen wat zij hebben wilde, en anderzijds dat aanbod door haar niet aanstonds is afgewezen, nu zij deze overschrijvingskaart heeft aangenomen en erflaatster heeft bedankt voor het gebaar.
Het hof oordeelt dat het nichtje heeft verklaard dat zij erflaatster in de periode van 2 á 3 weken voorafgaand aan haar overlijden in het ziekenhuis een keer rechtstreeks heeft gevraagd of ze ook aan haar wilde denken, dat erflaatster heeft gezegd: “ik maak het goed met je”, dat zij van haar erfenis wat extra zou krijgen. Voorts heeft erflaatster tegen het nichtje gezegd dat zij moest pakken wat zij hebben wilde. Toen het nichtje hierop later terug kwam, heeft erflaatster haar een door erflaatster ondertekende maar verder niet ingevulde overschrijvingskaart gegeven. Voorts heeft zij verklaard dat zij niet hebben gesproken over wanneer zij het geld zou mogen opnemen, dat het voor haar duidelijk was dat zij het geld pas zou opnemen na het overlijden van erflaatster, en dat het volgens haar ook voor erflaatster duidelijk was dat dit de bedoeling was.
De bewijslast voor de stelling dat sprake was van een voltooide schenking ligt bij het nichtje. Alleen haar eigen verklaring is onvoldoende om tot bewijs in haar voordeel te kunnen strekken. Ander bewijs, behalve de ondertekende en overigens blanco overschrijvingskaart is niet voorhanden. Het nichtje heeft in hoger beroep geen bewijsaanbod meer gedaan, zodat het hof aan een bewijsaanbod niet toekomt. Alleen al op grond van het voorgaande falen de grieven. Ook indien het hof zou uitgaan van de juistheid van gang van zaken zoals het nichtje heeft verklaard, baat dit haar niet. Zoals ook de rechtbank heeft overwogen volgt uit de eigen verklaring van het nichtje ter comparitie dat de schenking de strekking heeft dat zij pas na het overlijden van de erflaatster zou worden uitgevoerd. Op grond van artikel 7:177 lid 1 BW vervalt een dergelijke schenking indien deze niet reeds tijdens het leven van de schenker is uitgevoerd, met het overlijden van de schenker, tenzij de schenking door de schenker persoonlijk is aangegaan en van de schenking een notariële akte is opgemaakt. Vast staat dat er geen notariële akte is opgemaakt van de gestelde schenking.
Lees hier de hele uitspraak.
Als u ook wordt geconfronteerd met een executeur die zijn werk niet (goed) doet, belt u ons dan voor het maken van een afspraak. Onze erfrechtadvocaten Toon Kool en Maddie Wisman informeren u graag over de mogelijkheden.