Van onze advocaat executeur. Het Gerechtshof Den Haag heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de vraag of de executeur onrechtmatig gehandeld had.

De erfgenamen vorderen vergoeding van onderscheiden schadeposten van de executeur.

Vordering ook in hoger beroep afgewezen als onvoldoende onderbouwd, behalve voor wat betreft de kosten van juridische buitengerechtelijke bijstand, gemaakt om een advocaat in te schakelen.

De erfgenaam klaagt in de eerste grief dat de kantonrechter de door hen gestelde schade aan de grafsteen ten onrechte onvoldoende bepaalbaar achtte. Te zijner tijd, te weten na overlijden van appellant, de weduwnaar van erflaatster, zal de definitieve tekst op de grafsteen bepaald worden. Daartoe dient de grafsteen te worden hersteld, hetgeen technisch mogelijk is en waarvoor de erfgenaam een offerte heeft overgelegd.

Onrechtmatig handelen door de executeur? Vergoeding van gemaakte advocaatkosten?

Het hof overweegt als volgt.

De grief sluit niet uit dat de erfgenaam, althans appellante, op enig moment zullen/zal besluiten om de op instructie van de executeur aangebrachte tekst op de grafsteen te handhaven.

Immers, niet wordt gesteld dat die tekst onjuist is. Reeds daaruit volgt dat de kantonrechter terecht heeft geoordeeld als in het bestreden eindvonnis vervat. Het hof neemt de overwegingen van de kantonrechter over en maakt die tot de zijne. De eerste grief wordt daarom gepasseerd.

In de tweede grief klaagt de erfgenaam dat de executeur het verlies van sieraden niet hoeft te compenseren, omdat niet vaststaat dat de sieraden, benoemd in het taxatierapport uit 1984, ten tijde van het overlijden van erflaatster in de kluis aanwezig hadden moeten zijn.

Gelet op de betwisting door de executeur rust op de erfgenaam de bewijslast. Even als bij de kantonrechter hebben de erfgenaam geen bewijs geleverd van hun stelling of nader bewijs aangeboden. Ook hier geldt dat het hof de overwegingen van de kantonrechter overneemt en tot de zijne maakt. Het hof wijst de grief dus af.

Volgens de derde grief achtte de kantonrechter de kosten van de door de erfgenaam ingeroepen juridische buitengerechtelijke bijstand ten onrechte niet voor volledige vergoeding vatbaar.

Deze grief treft doel. De kantonrechter heeft voldoende aannemelijk geacht dat de erfgenaam de bijstand van een advocaat nodig had teneinde de executeur te bewegen zijn wettelijke verantwoordelijkheden als executeur na te komen.

De executeur heeft dit oordeel onvoldoende bestreden in zijn verweer, casus quo in zijn hierna te bespreken incidentele grief.

Daarmee staat het onrechtmatig handelen van de executeur vast.

Daarmee staat ook vast dat de kosten die de erfgenaam heeft moeten maken door een advocaat in te schakelen, zijn te kwalificeren als schade, welke schade als aan de executeur toe te rekenen in beginsel voor vergoeding vatbaar is.

De erfgenaam heeft ter onderbouwing van de grief facturen van de advocaat mr. M overgelegd waarvan niet kan worden vastgesteld dat die individueel of in samenstel bezien onredelijk of buitenproportioneel zijn. De executeur heeft de hoogte van de kosten ook niet betwist. De vordering van de erfgenaam ligt derhalve voor toewijzing gereed.

De vierde en laatste grief klaagt dat de kantonrechter een substantiële waarde had moeten toekennen aan de inboedel, welke waarde voor vergoeding door de executeur vatbaar is.

Het hof verwerpt deze grief. Het hof neemt de overwegingen van de kantonrechter over en maakt deze tot de zijne. In hoger beroep is geen argument naar voren gekomen waaruit valt af te leiden dat aan de inboedel een hogere dan geringe waarde moet worden toegekend.

Het hof passeert daarbij het aanbod van de erfgenaam te bewijzen dat de inboedel van een bovengemiddeld niveau was. De omstandigheid dat de genoemde getuigen zouden kunnen verklaren over de inrichting van de woning ten tijde van het overlijden van erflaatster kan nog niet tot de gevolgtrekking leiden dat de inboedel een waarde had van tenminste EUR 5.000.

De executeur klaagt in zijn incidentele grief dat de kantonrechter de rechtsgronden van zijn vorderingen had moeten aanvullen, omdat hij en zijn advocaat hebben geworsteld met de kwalificatie van zijn werkzaamheden als executeur, in het licht van de onwerkbare houding van de erfgenaam c.s.

Het hof verwerpt deze grief, als niet of onvoldoende onderbouwd. Ten eerste is niet van een onwerkbare houding van de erfgenaam gebleken. Integendeel zelfs, uit de overgelegde e-mails waarin bijvoorbeeld het feit dat de erfgenaam de executeur toestond een aantal inboedelgoederen zonder vergoeding te behouden volgt dat de erfgenaam zich redelijk jegens de executeur heeft opgesteld.

Voor het overige, en wat er ook zij van de worsteling van de executeur en zijn advocaat, uit de grief blijkt niet waarom het oordeel van de kantonrechter onjuist zou zijn en op welke grond de kantonrechter anders had moeten beslissen. Aan het bewijsaanbod van de executeur komt het hof derhalve niet meer toe.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de verdeling en vereffening van een erfenis, over de taken en bevoegdheden van een executeur, over het tekortschieten van de executeur of over het ontslag van een executeur, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.