Het Hof Arnhem-Leeuwarden had op 22 augustus 2017 weinig tijd nodig. Aan de orde was het ontslag van een executeur.
Partijen zijn de kinderen van erflater. Eén van de kinderen, verweerder, is benoemd tot executeur en heeft die benoeming aanvaard. Eén van de andere kinderen verzoekt de kantonrechter om de executeur te ontslaan en hangende het onderzoek te schorsen. Deze verzoeken zijn door de kantonrechter afgewezen.
De verzoeker gaat in hoger beroep. Aan de orde is de vraag of verzoeker ontvankelijk is in zijn verzoek om verweerder als executeur bij wijze van voorlopige voorziening te laten schorsen. Het hof overweegt het volgende. Op grond van artikel 676a, aanhef en onder e, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, staat tegen beschikkingen inzake schorsing van een executeur (artikel 4:149 lid 2, tweede zin van het Burgerlijk Wetboek) geen andere voorziening dan cassatie in het belang der wet open. Een doorbrekingsgrond van dit appelverbod is gesteld noch gebleken. Naar het oordeel van het hof dient verzoeker daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn verzoek.
Kort door de bocht: de wet kent geen mogelijkheid van hoger beroep ten aanzien van de beslissing over de schorsing van een executeur. Dan heeft een dergelijke procedure weinig zin. Als u wilt weten wat uw mogelijkheden zijn neem tu dan contact op met onze gespecialiseerde erfrechtadvocaten, Toon Kool of Maddie Wisman: 020-3980150.
Lees hier de hele uitspraak.