Van onze advocaat executeur. De Rechtbank Rotterdam heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over een geschil tussen de erfgenamen en tegen de executeur. Diende de executeur rekening en verantwoording af te leggen.
Partijen zijn elkaars broers en zusters.
Op 24 november 2005 is overleden erflaatster. Erflaatster had geen kinderen, wel een zuster. Erflaatster was een achternicht van partijen.
Erflaatster was in 1955 onder curatele gesteld wegens een geestelijke stoornis, met benoeming van haar vader als curator, tot diens overlijden. In 1975 is de vader van partijen de nieuwe curator van erflaatster geworden.
Erflaatster heeft bij testament van 23 augustus 1976 beschikt over haar nalatenschap. Volgens dit testament zijn partijen, omdat hun vader inmiddels was overleden, de gezamenlijke erfgenamen in de nalatenschap van erflaatster.
Vader is overleden op 14 januari 2001. Op 21 september 2001 is gedaagde de nieuwe curator van erflaatster geworden.
Erflaatster heeft haar curator, gedaagde, bij codicil van 16 december 2002 benoemd tot executeur-testamentair.
Geschil tussen erfgenamen en tegen de executeur. Rekening en verantwoording? Verdeling van de nalatenschap.
De rechter oordeelt als volgt.
De rechter zal over hetgeen partijen blijkens hun nadere stellingname nog verdeeld houdt een beslissing nemen, met dien verstande dat geen beslissing zal worden genomen die afwijkt van hetgeen partijen zijn overeengekomen.
Hetgeen partijen hebben afgesproken kwalificeert als een vaststellingsovereenkomst, tot nakoming waarvan partijen gehouden zijn. Een vaststellingsovereenkomst is (zelfs) geldig als deze in strijd mocht zijn met dwingend recht. Het proces-verbaal waarin de vaststellingsovereenkomst is vastgelegd, vormt overigens een executoriale titel op dezelfde wijze als een vonnis.
In hun hoedanigheid van erfgenamen zijn partijen deelgenoten in een gemeenschap (de nalatenschap).
Indien de deelgenoten in een gemeenschap geen overeenstemming over de verdeling van een gemeenschap kunnen bereiken kan de rechter de verdeling daarvan op de voet van artikel 3:185 lid 1 BW vaststellen.
Daarbij dient, zoals in dat artikel is bepaald, naar billijkheid rekening te worden gehouden met de belangen van partijen en het algemeen belang.
De rechter die de verdeling vaststelt, geniet een mate van vrijheid en is niet gebonden aan hetgeen partijen over en weer hebben gevorderd en hij behoeft niet expliciet in te gaan op hetgeen partijen aanvoeren. (Hoge Raad, 17 april 1998, NJ 1999, 550).
De erfgenaam heeft nog de navolgende bezwaren.
Erfgenaam is pas bereid zijn aandeel in de betreffende onroerende zaak over te dragen nadat alles is afgehandeld, dit om geen open eindjes te laten bestaan die tot nieuwe discussies kunnen leiden.
De rechter gaat aan dit bezwaar voorbij omdat partijen een regeling hebben getroffen waarin deze voorwaarde niet is terug te vinden. In dit oordeel wordt meegewogen dat de vaststellingsovereenkomst zelf al voorziet in de nodige termijnen waarbinnen één en ander moet worden verricht, zodat niet zonder meer valt in te zien dat sprake is van een leemte in deze overeenkomst. De erfgenaam kan niet eenzijdig de inhoud van de vaststellingsovereenkomst wijzigen.
De erfgenaam wijst er op dat de executeur volgens de vaststellingsovereenkomst rekening en verantwoording moet afleggen na eindafwikkeling van de nalatenschap.
Volgens erfgenaam leggen de overige kinderen dit verkeerd uit, in die zin dat volgens hen rekening en verantwoording pas plaats hoeft te vinden in de verre toekomst, wanneer ooit de verpachte grond verkocht zal zijn, dit terwijl de pachter deze grond thans nog in gebruik heeft. Erfgenaam vreest dat het nog wel even kan duren voor de pachter er mee stopt. Daar wil erfgenaam niet op wachten.
De rechter gaat aan dit bezwaar voorbij reeds omdat de overige kinderen aanvoeren dat “uit niets, maar dan ook uit helemaal niets” blijkt dat zij het standpunt verkondigen dat het afleggen van rekening en verantwoording door de executeur pas behoeft te geschieden nadat de verpachte grond verkocht zal zijn. Gelet op dit verweer had van de erfgenaam verwacht mogen worden dat hij had onderbouwd waarom hij (desalniettemin) mag menen dat de overige kinderen een standpunt zouden innemen als door erfgenaam gesteld. Dit heeft erfgenaam niet gedaan, zodat niet valt in te zien waarom erfgenaam mag menen dat partijen hierover een geschil hebben. In het midden kan blijven of het bezwaar van erfgenaam zich niet slechts tegen de executeur zou behoeven te richten.
Slotsom is dat de bezwaren van de erfgenaam falen. Erfgenaam heeft geen steekhoudende bezwaren tegen de inhoud van de concept-takte van partiële verdeling.
Daarom zal de rechter partijen gelasten om over te gaan tot verdeling van de gemeenschap overeenkomstig deze akte.
De rechter doet dit als beslissing naar billijkheid en niet omdat de overige kinderen in hun laatste processtuk een eiswijziging van die strekking hebben ingediend. Op deze eiswijziging heeft erfgenaam (formeel) niet kunnen reageren, zodat deze eiswijziging niet wordt toegelaten. Dit maakt voor de te nemen beslissing niet uit, nu de desbetreffende conceptakte al eerder in geding was gebracht en vervolgens ook onderwerp is geweest van partijdebat. Dat maakt dat de beslissing geen verrassingsbeslissing is.
Ter voorkoming van executieproblemen zal de rechter bepalen dat het vonnis, zo nodig, in de plaats treedt van de medewerking van de eventueel onwillige deelgenoot, of deelgenoten, aan het verrichten van de rechtshandelingen die nodig zijn om tot (partiële) verdeling van de gemeenschap te komen.
Duidelijkheidshalve zij aangetekend dat dit oordeel geen betrekking heeft op hetgeen wel in geschil is, maar buiten de verdeling van de gemeenschap valt. Dit zijn in ieder geval: de afspraken tot betaling van een bedrag wegens ongerechtvaardigde verrijking en de afspraken met betrekking tot het afleggen van rekening en verantwoording door de executeur. Te dien aanzien zal het vonnis dus niet in de plaats treden van de medewerking van een eventueel onwillige partij.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag over de verdeling en afwikkeling van een erfenis, over de taken en de bevoegdheden van de executeur, het afleggen van rekening en verantwoording door de executeur, over het ontslag van een executeur of over de verdeling van een nalatenschap door de rechter, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.