Vergaande consequenties voor de executeur die niet aan zijn informatieplicht heeft voldaan en geld heeft verduisterd. Aan de executeur is ten laste gelegd dat hij samen met zijn bedrijf een bedrag van ruim 1,1 miljoen euro uit een erfenis heeft verduisterd. Op 12 januari 2006 zou het bedrijf een overeenkomst hebben gesloten met erflaatster. Het ging om een lening van 1,1 miljoen euro met een looptijd van vijf jaren en rente van 3,25% per jaar. De lening zou moeten zijn terugbetaald op 12 januari 2011. Onze advocaat erfrecht vat de uitspraak kort voor u samen.
Erflaatster is op 7 maart 2007 overleden. Verdachte is blijkens het testament door haar aangewezen als executeur testamentair. De erfgenamen zijn zes goede doelen. Verdachte had de erfgenamen al in 2007 moeten inlichten over het overlijden van erflaatster en de erfenis die hen toekwam. Verdachte is daar ook op gewezen door de notaris. Die heeft verdachte op 21 november 2007 per mail meegedeeld dat hij de erfgenamen zou inlichten als verdachte dat niet snel zou doen. De erfenis bestond grotendeels uit een op dat moment niet opeisbare vordering op naam van het bedrijf van verdachte (de executeur).
In het dossier zitten brieven, afkomstig van verdachte, gericht aan de zes goede doelen, die zijn gedateerd op 2 november 2007 en die inhouden dat erflaatster is overleden en dat verdachte bezig is met de afwikkeling van de nalatenschap. Die brieven of kopieën daarvan hebben de notaris bereikt, maar zijn niet aan de goede doelen gezonden. De goede doelen zijn dus ook toen niet op de hoogte gesteld van het overlijden van erflaatster en de hun toekomende erfenis, terwijl bij de notaris de indruk was gewekt dat de erven wel waren geïnformeerd.
Verdachte heeft conform de leenovereenkomst grote geldbedragen overgeboekt van de rekeningen van erflaatster naar rekeningen van zijn bedrijf. Dat gaat om een totaalbedrag van € 1.097.166,60. Nadat de looptijd van de leenovereenkomst was verstreken, is verdachte daarmee doorgegaan. Zo is op 9 maart 2011 en 19 januari 2012 in totaal nog eens € 22.000, overgemaakt.
De verdachte executeur meent dat er geen sprake is van verduistering omdat hij door het opnemen van de gelden in zijn administratie inzichtelijk zou hebben gemaakt dat het om een lening ging. Bovendien heeft hij verklaard dat de lening stilzwijgend is verlengd. Kennelijk denkt verdachte dat geen sprake is van verduistering als ‘ergens staat’ dat het betreffende van iemand anders is. Zijn raadsman heeft daaraan toegevoegd dat het niet inlichten van de erfgenamen verdachte misschien tot een slechte executeur testamentair maakt, maar dat daar geen strafrechtelijke gevolgen aan kunnen worden verbonden: “dat maakt nog niet dat verdachte de geldbedragen zich heeft toegeëigend”, aldus de raadsman.
De rechtbank komt tot een ander oordeel. Verdachte had de erfgenamen moeten inlichten. Zij konden immers slechts door een mededeling van de notaris of van verdachte als executeur testamentair er van op de hoogte komen dat zij erfgenaam waren. Verdachte heeft tegenover de notaris in 2007 de indruk gewekt dat hij de erfgenamen op de hoogte had gesteld, zodat de notaris de erfgenamen niet heeft aangeschreven. Ook op 12 januari 2011, toen de looptijd van de leenovereenkomst was verstreken en de vordering van de gezamenlijke erfgenamen op het bedrijf van de executeur opeisbaar werd, heeft hij de erfgenamen nog steeds niet geïnformeerd. Daardoor heeft hij het de erfgenamen onmogelijk gemaakt het hen toekomende deel van de erfenis op te eisen. Door dit alles heeft de executeur zijn bedrijf in staat gesteld het geld onder zich te houden. Daarmee heeft hij substantieel bijgedragen aan het wederrechtelijk toe-eigenen van het geld door zijn bedrijf.
Al met al is dit voor de rechtbank voldoende om te concluderen dat verdachte en zijn bedrijf het totaalbedrag van € 1.119.166,60 samen hebben verduisterd.
De executeur krijgt een gevangenisstraf van 26 maanden en moet uiteraard het verduisterde geld terug betalen.
Lees hier de hele uitspraak.